Masterchef: de Australische positivo’s vs. de mopperende Hollanders

Ik ben groot fan van de tv-concepten Topchef en Masterchef. Maar ik kan het niet langer aanzien; ik moet dit met jullie delen. De Hollandse mopperkonten maken me gek.

Het format van de Nederlandse Topchef, met Julius Jaspers en Robert Kranenborg als frontmannen, is gebaseerd op de Britse variant, Masterchef – ja, zo blijven we goochelen met de naam. En dan is er nog de Australische Masterchef, tevens gebaseerd op de Britse, en mijn persoonlijke favoriet. En er zijn velen met mij: de down under variant wordt wereldwijd geprezen.

De sleutel tot het succes
De basis van alle shows is hetzelfde: kandidaten strijden tegen elkaar, er zijn allerhande kookopdrachten, er moeten mensen naar huis, en er is een jury. Op dat laatste vlak kon de Hollandse versie niet meer verschillen dan de Britse en Australische show. De jury van laatstgenoemde, bestaande uit chef Gary (goedlachs en motiverend), chef George (half-Grieks en een tikje sexy) en culinair criticus Matt (een soort dandy versie van onze Julius), maakt het programma voornamelijk tot een succes.

Positiviteit to the max
Wat de Australische show het mooist maakt, is het extreme niveau van optimisme. De positiviteit drupt van de muren, de glimlach van de jury én de chefs is bijna Kukident-waardig. Maar dit maakt het programma, naar mijn idee, zo masterlijk. Het inspireert, je krijgt er zin van om te koken, je wil daar in de studio staan. Je hebt al bijna een ticket naar Sydney geboekt. Dat is uiteraard precies wat de makers willen: hoge kijkcijfers, en een goed gevoel bij elke aflevering. En dat lukt ze.

Geef die gast een schouderklop
Dan de Nederlanders. Ik zie twee kundige mannen, dat zeker, maar met een strenge kop, weinig complimenten, veel gezeur. Onder het mom van ‘als ik overal maar commentaar op lever, en die gasten ‘ns effe stevig aanpak, worden hun kookkunsten alleen maar beter’ voert de negativiteit de boventoon. Natuurlijk, met een beetje pushen en opbouwende kritiek zijn de chefs vast gebaat. Maar wat zou het leuk zijn als er een keer een schouderklop is, een applaus na een prachtige soufflé van die onzekere kandidaat, een goedbedoelde lachsalvo na een mislukte macaron. Dat helpt niet alleen de angstige deelnemers, maar maakt het kijken ook een stuk leuker.

Eenmaal optimisme, alstublieft
Wellicht spreek ik alleen voor mezelf, maar negativiteit en leedvermaak vind ik één aflevering leuk. Daarna gaat het vervelen. Terwijl een optimistische insteek ervoor zorgt dat ik episode na episode wil volgen en ik George serieus zou willen opzoeken (en versieren) in z’n restaurant. Serieus, weten jullie nog welke Nederlander Topchef het afgelopen jaar won? Ik niet. Daarentegen ken ik alle Australiërs nog; ik betaal zelfs met liefde geld voor de boeken van winnaars Julie en Adam.

Zelfs vrolijke dansjes werken niet
De Nederlandse jury krijgt deze kritiek de laatste tijd steeds vaker, laatst zelfs bij De Wereld Draait Door. Ik geloof niet dat ze er echt wat mee doen; wellicht willen ze wel, maar kiest RTL voor de kritische twist. Kunnen Julius en Robert nog zo’n mal Gangnam style dansje doen als laatste redmiddel (“Het is echt wel gezellig in de studio!”); ik ben er klaar mee. De koek, hoe lekker ook, is op.

Foto: Masterchef.com.au