Niet te pruimen

geen

De liefde van mijn man gaat niet door de maag. En dat is maar goed ook, want ik bak er letterlijk én figuurlijk niets van.

Eenpansgerechten
Toen ik voor het eerst op mezelf ging wonen vond ik dat ik aan één pan wel genoeg had. Ik sneed willekeurige ingrediënten op dobbelsteenformaat en wokte alles wat los en vast zat in die ene pan die ik had. Ik heb zelfs eens bobotie bereid in die pan. Bobotie is een ovengerecht. Toch ben ik nooit ziek geworden en heb ik nooit honger geleden. En daar was het destijds toch maar om te doen.

Rechtop in de pudding
Sinds ik samenwoon, bezit ik bijna nog meer soorten pannen dan dat ik gerechten ken, maar ik ben redelijk in staat om een fatsoenlijk gerecht op tafel te zetten. Mits ik duidelijk de instructies op de verpakking volg. Af en toe gaat er nog iets mis. Bijvoorbeeld uitgerekend die eerste keer dat ik mijn schoonouders iets voorschotelde. Het moest griesmeelpudding voorstellen. Ik eet dat nooit, dus ik wist niet of het gelukt was, maar daar kwam ik al gauw achter. Ik zag mijn schoonmoeder haar lepel rechtop in de pudding zetten, terwijl schoonvader er een halve fles aardbeiensaus overheen goot. In eerste instantie schaamde ik me dood, maar achteraf prijs ik me vooral gelukkig dat ze er geen gebitsproblemen aan over hebben gehouden.

Scheurbuik
‘Is het zo gaar?’ Ik vermoed dat het eten klaar is, maar ik neem het zekere voor het onzekere. ‘Eens zien. Het vlees is zwart, de groente kookt en de aardappelschijfjes zitten vast aan de pan. Ja, ik denk dat het wel klaar is’, lacht mijn vriend. Kijk, dat dacht ik nou ook. Weer een nutritioneel hoogwaardige maaltijd op tafel. Ik bezorg ons nog eens scheurbuik.

Eén ding is zeker, morgen mag hij weer koken. Om één of andere mysterieuze reden maakt hij namelijk met dezelfde ingrediënten meestergerechten. Werkelijk alles is zijn specialiteit. Gelukkig wisselen we het koken af. Anders zaten we elke dag aan de gebakken peren.

© Beeld: privébezit