Niet zo vinnig, hè?

geen

Ik lijk echt heel erg op mijn moeder. Dat bedenk ik terwijl zij het laatste restje water uit een glas in de vissenkom giet. Bij nader inzien blijkt het Bacardi te zijn.

Cris-vis
Wat volgt is een spannende race tegen de klok om onze twee goudvissen te redden. Het is verbazingwekkend en hartverwarmend om te zien hoe het hele huishouden spontaan in actie komt om Koos en Flip te redden, terwijl in het dagelijks leven amper naar de twee goudgele vrienden wordt omgekeken. Mijn zusje wilde graag vissen, maar na drie weken was de rolverdeling duidelijk. Mijn moeder verschoonde de kom, mijn Frank gaf ze eten en na een halfjaar besloot ik de nog altijd naamloze kombewoners toch maar eens een naam te geven.

Vissen naar complimentjes vissen
Ondanks de totale desinteresse die de vissen normaal oogsten, zijn we blijkbaar toch best aan ze gehecht. Mijn broertje, zusje en ik botsen tegen elkaar op terwijl we rondrennen en de benodigde Eerste Hulp Bij Komgelukken-set bij elkaar scharrelen. Een schepnetje, check. Een emmer, check. Ik probeer Koos te vangen, maar die voelt daar niet veel voor. Met het schepnetje jaag ik achter hem aan. ‘Kom op, het is voor je eigen bestwil,’ roep ik tegen de eigenwijze vis. Nu weet ik waarom mensen een kleine vissenkom kopen. In de gigantische watertank die Koos en Flip bewonen zou ik op een warme zomerdag ook best een baantje kunnen trekken, dus een minivis in een minischepnetje vangen: *start muziekje van Mission Impossible*

Koos schubloos
Eindelijk heb ik onze geschubde vriendjes in veiligheid gebracht. Mijn zusje houdt ze nauwgezet in de gaten en meldt het iedere keer als er iets afwijkends gebeurt in de emmer. ‘Er laat een schub los! O nee, dat is een stukje waterplant. Ah, Koos heeft een zwarte vlek op zijn staart! Of had hij die altijd al? Flip zwalkt een beetje.’
‘Hij heeft ook een veel te hoog promillage,’ zegt Frank.

Zo moeder, zo dochter
Ondertussen schrobben mijn moeder en ik de kom schoon en zeven we de steentjes. ‘Ik denk dat we maar even nieuwe waterplantjes moeten halen,’ zegt mam.
‘Waarom goot je nou een glas rum in de vissenkom?’ vraag ik.
‘Ik dacht dat het water was.’
‘Maar waarom zou je water in de vissenkom gieten? Er zit al water in.’
Mam haalt haar schouders op. ‘Of ik het nou door de gootsteen spoel of in de vissenkom gooi… Die vissen hebben er tenminste nog wat aan.’
Natuurlijk is er best een vin tussen deze waterdichte redenering te krijgen, maar ik besluit om het te laten varen. Mam wil vast geen reprimande over domme acties van het meisje dat ooit een spin aanzag voor een stukje chocolade.

Foto: Myukewie