Simpele dingen die je niet kan

simpele dingen

Elke donderdag behandelt VIVA een populair topic van het VIVA-forum. Deze week: gewone dingen die je niet kan.

Veters strikken, cadeaus inpakken en het verschil weten tussen klinkers en medeklinkers: het zijn normale dingen waarvan in het dagelijks leven wordt verwacht dat je ze wel kan. Toch hebben sommige mensen er de grootste moeite mee. De VIVA-forummers vertellen over de simpele dingen die zij niet kunnen.

  1. “Ik kan jersey hoeslakens niet netjes opvouwen. Hoe goed ik ook mijn best doe, het ziet er rommelig uit.”
  2. “Ik kan nooit onthouden wat klinkers en wat medeklinkers zijn.”
  3. “Fluiten. Echt, met een pistool tegen mijn hoofd zou dat nog niet lukken.”
  4. “Veters strikken op de conventionele manier.”
  5. “Met mijn vingers knippen, een draad door het oog van de naald steken (ik heb altijd trillende handen) en schaatsen/skeeleren/skiën. ”
  6. “Kaartlezen of überhaupt de weg vinden. ”
  7. “Ik kan het woord ‘alsjeblieft’ niet goed uitspreken en zeg altijd ‘alsjebliest’. Ook cadeaus inpakken moet je mij niet laten doen. ”
  8. “Ik kan niet knipogen. Ook kan ik ondanks 24 uur les (waarvan 8 uur privé) niet skiën.”
  9. “Ik kan verpakkingen nooit normaal openmaken. Ik doe het altijd verkeerd zodat het pak niet meer dicht kan. ”
  10. “Ik weet alleen wat links of rechts is als ik het welbekende trucje met mijn handen doe.
  11. “Inparkeren en zonder schade in een parkeergarage rondrijden. ”
  12. “Ik kan mijn vingers niet in mijn handpalm krijgen. ”
  13. “Ik kan niet in één keer naar bed gaan. Kom altijd nog tien keer beneden omdat ik wat vergeten ben. ”
  14. “Mijn waslijst aan dingen die ik nooit heb gekund: fluiten, met mijn vingers knippen, touwtje springen, hoelahoepen, het verschil tussen links en rechts weten, handstand en radslag, ballonnen opblazen, kaarsen uitblazen en vanaf de autoweg de weg naar huis weten. ”
  15. “Ik kan niet meer nadenken als iemand mij recht in de ogen blijft kijken tijdens een gesprek. ”
  16. “Ik ken wel de regels omtrent d’s en t’s, maar ik weet nooit wanneer het ‘ij’ of ‘ei’ is. ”
  17. “Ik weet pas wat het westen is wanneer ik eerst het rondje in mijn hoofd maak. Dus noord, oost, zuid, ooojaa west. ”
  18. “Paracetamol doorslikken (ook niet als ik ‘m eerst doormidden breek). ”
  19. “Ik kan niet tanken zonder te morsen of bellen met de telefoon aan mijn linkeroor. Iets tussen mijn tanden klemmen is ook geen succes, daar ga ik van kokhalzen. ”
  20. “Ik kan echt niks met links, zelfs een glas drinken naar mijn mond brengen is moeilijk. Ik ben het wel aan het trainen, maar vooralsnog hangt die arm er enkel voor de sier bij. ”
  21. “Fietsen met iemand achterop. Ik zwabber dan de hele weg over en heb het gevoel dat mijn voorwiel van de grond komt. ”
  22. “Ik kan het verschil tussen pull en push nooit onthouden. Moet het eerst hardop tegen mezelf zeggen voor ik een deur kan pullen of pushen. ”
  23. “Ik kan helemaal NIKS met getallen. Snap ook geen bal van het idee van geld bijgeven aan de kassa, zodat er een mooi heel bedrag kan worden teruggegeven. ”
  24. “Een blik openen met een blikopener. Ik eindig altijd met een halfopen blik, kapotte blik opener, frustratie en honger. ”

Beeld: iStock

Jessica heeft een zwak voor (salsa)dansen, gekke taalfeitjes en de Spaanse cultuur. Voor VIVA schrijft ze over human interest, entertainment, reizen, liefde, seks, eten en al het andere wat haar bezighoudt.