Amber kreeg een kraambedpsychose: ‘Mijn dochters heb ik drie maanden nauwelijks gezien’

Amber had nooit psychische klachten. Sterker nog: ze was de stabielheid zelve. Totdat ze voor de tweede keer moeder was geworden. Drie weken na de geboorte van Eleena belandde ze in een kraambedpsychose.

Tekst Racheda Kooijman

“Toen Eleena anderhalve week oud was, wist ik al dat er iets niet klopte. De eerste dagen waren heerlijk. De thuisbevalling was gemakkelijk geweest. Luna, toen twee jaar, had overal doorheen geslapen en was dolblij met haar zusje. Maar na vijf dagen kreeg ik verhoging, op de laatste werkdag van mijn kraamverpleegster. Zij vond het niet ernstig en vertrok. ’s Avonds liep de koorts zó hoog op dat mijn man mij en mijn dochtertje naar het ziekenhuis heeft gebracht. Ik wilde niet; ik genoot van mijn kraamweek. Maar ik moest een week blijven en kreeg antibiotica via een infuus. Bij thuiskomst wilde ik zo snel mogelijk mijn kraamperiode weer oppakken.”

Extra zintuig

“Lichamelijk ging het goed met me, maar in hoofd niet. Ik was heel alert en dacht dat ik anderen kon zien denken, alsof ik een extra zintuig had. Ik huilde veel, maar kon niet aangeven waarom. Ik voelde me een vreemde in mijn eigen leven. De huisarts kwam langs om te kijken hoe het met mijn moedergevoel zat. Ook al voelde ik me raar, ik zorgde wel voor mijn kinderen. Toch wilde ik thuis weg, want ik voelde me er niet op mijn gemak. Ik vermoedde dat ik in een psychose aan het raken was. Tijdens mijn zwangerschap had ik de film ‘De gelukkige huisvrouw’ gezien en ik herkende veel. Ik kon mijn dochter niet normaal aankijken, daar werd ik ongemakkelijk van. Ik trok haar kleertjes verkeerd om aan, borstvoeding ging moeizaam, ik was onrustig en had geen geduld, waardoor Eleena ook onrustig werd. Mijn man was aan het werk en mijn moeder kwam veel over de vloer. Die vond dat ik al sinds de bevalling raar uit mijn ogen keek en me anders gedroeg dan bij Luna’s bevalling. Ik bleef maar doen alsof alles goed ging, terwijl ik het liefst keihard wilde schreeuwen om dat rare gevoel kwijt te raken. Na een week heb ik erop aangestuurd dat ik werd opgehaald. Ik kwam in het ziekenhuis terecht waar ik de week ervoor nog aan het infuus had gelegen.”

‘Ik dacht dat ik anderen kon zien denken, alsof ik een extra zintuig had’

In de isoleercel

“In het ziekenhuis hadden ze geen idee wat ze met me aan moesten, dus werd ik op de kraamafdeling geplaatst, in de kamer waar ik de week ervoor mét mijn dochter had gelegen. Ik raakte in paniek en wilde weg. Na een kort gesprek met een psychiater ben ik vrijwillig meegegaan naar de gesloten psychiatrische afdeling. Ook daar wisten ze niet goed wat ze moesten doen. De aangeboden medicatie weigerde ik. Ik was ervan overtuigd dat het pepermuntjes waren en dat ze me voor de gek hielden. Er werden rookmelders opgehangen en ik wist zeker dat daarin verborgen camera’s zaten. Ik at niet, want ik was bang dat ze de medicatie stiekem door het eten hadden geprakt en dat het nuttigen van de maaltijd mijn verblijf definitief zou maken. Ook sliep ik nauwelijks, omdat ik slaapmedicatie weigerde in te nemen. Ik stond regelmatig, meerdere keren ook ’s nachts, met mijn tas vol spullen bij de uitgang, maar ik kreeg de deur niet open. Ik zat natuurlijk gewoon opgesloten, maar dat wilde ik niet inzien. Ik ben zelfs in de isoleercel terechtgekomen. Het ging steeds slechter met me. Mijn moeder kreeg te horen dat ze vreesden dat mijn hart ermee zou ophouden omdat ik niet at en 58 kilo woog bij een lengte van 1,78 meter. Om ervoor te zorgen dat ik toch medicatie zou krijgen, plaatste het ziekenhuis me via een rechterlijke machtiging onder dwangstelling. Daarmee mochten ze de medicijnen tegen mijn zin bij me inspuiten. Met die medicatie leg je een olifant plat, maar ik bleef gewoon doorlopen. Klaarblijkelijk was mijn psychose toen nog enorm sterk. Mijn psychiater vroeg dagelijks hoe het ging, maar ik ging niet met hem in gesprek. Ik zei dat het goed ging in de hoop naar huis te kunnen. Mijn man en moeder sloot hij buiten, hij wilde ze vaak niet te woord staan. Mijn moeder is toen begonnen met het meenemen van eten. Ik at dat samen met mijn moeder of man op. Dat gaf me het gevoel dat ik niet echt ‘intern’ zat.”

Eindelijk een diagnose

“Mijn man pendelde heen en weer tussen het ziekenhuis, zijn werk en zijn ouders in Drenthe, die onze kinderen opvingen. Een collega adviseerde hem om me te laten onderzoeken door dokter Pop-Purceleanu van het Radboudumc in Nijmegen, die onder andere gespecialiseerd is in kraambedpsychoses. Mijn psychiater in Zutphen was het daar niet mee eens, maar ik ging toch. Vanwege de rechterlijke machtiging moest ik met een ambulance naar Nijmegen worden vervoerd. Er vond meteen een uitgebreid intakegesprek plaats met mijn man erbij en eindelijk werd er een diagnose gesteld: postpartum psychose. De begeleiding was beter en alles werd met ons besproken. Toen ze aangaven dat het ze verstandig leek om medicijnen te gaan slikken, ging ik akkoord. Ik zag nu in dat het voor mijn gezin de beste keuze was. Ik kreeg een middel waar ik borstvoeding bij mocht geven, want ik was een beetje blijven kolven. Eindelijk begon het beter te gaan. Ik at weer, sliep weer en voelde me normaler en rustiger. Ik bleef nog wel denken dat ik gedachten kon lezen. Dat zou uiteindelijk ook nog drie weken zo blijven. Nijmegen was ver rijden voor mijn man en moeder, dus toen het écht beter ging, mocht ik terug naar Zutphen, naar de open afdeling om de rechterlijke machtiging uit te zitten. Hier mocht ik wel met het dagprogramma meedraaien en onder begeleiding naar buiten. Ik deed aan fitness en tekenen én voerde gesprekken met een andere psychiater, waar ik wél een klik mee had. Na twee weken begonnen we toe te werken naar mijn terugkeer naar huis, nadat mijn moeder en man met behulp van een advocaat de rechterlijke machtiging van mijn naam hadden gekregen. In het begin mocht ik overdag naar huis en sliep ik nog in het ziekenhuis, maar al snel mocht ik helemaal naar huis. De pillen moest ik een jaar blijven slikken en ik bleef nog twee maanden onder toezicht van de psychiater. Met haar besprak ik alle dagelijkse moeilijkheden waar ik tegenaan liep.”

‘Ik at niet, want ik was bang dat ze de medicatie door het eten hadden geprakt’

Wennen aan thuis

“Mijn kinderen heb ik in die drie maanden weinig gezien. Dat klinkt verschrikkelijk voor een net bevallen moeder, maar toen ik nog in de psychose zat, realiseerde ik me dat helemaal niet. Ik miste ze niet. Mijn man is een keer met mijn dochters en schoonmoeder langsgekomen, maar dat was een drama. Ik dacht dat ze zich aan het verstoppen waren. Toen ze weer weggingen, wilde ik door het raam achter ze aan. Het gemis kwam pas toen het wat beter ging, maar ik probeerde vooral te focussen op mijn herstel en wilde aan de buitenwereld en familie laten zien dat ik er weer klaar voor was. Thuiskomen was heel fijn, maar ook verwarrend en zwaar. Mijn man was de eerste week thuis en mijn moeder was veel bij me. Daarna moest ik het weer alleen doen en dat vond ik best eng. De overgang van een gezin met één kind naar een gezin met twee kinderen was behoorlijk wennen. De dagen duurden lang en ik zat soms écht te wachten tot er iemand kwam. Ook was ik nog onrustig. Ik slikte mijn medicijnen, maar daar werd ik niet blij van. Ze maakten me vlak en duf. Ik viel bijna elke avond op de bank in slaap. Nadat ik na een jaar mocht stoppen, heeft het nog een jaar geduurd voordat ik helemaal de oude was.”

‘Door die psychose miste ik mijn kinderen niet eens’

Geen derde kind

“Een kraambedpsychose is zeer zeldzaam; 1 à 2 op de 1000 vrouwen krijgt het. Bij mij kan de oorzaak hebben gezeten in de koorts, maar dat is niet met zekerheid te zeggen. Er komen geen psychoses of andere psychische aandoeningen voor in mijn familie. Iedereen zal me omschrijven als een zeer stabiel mens. Ik heb gewoon pech gehad. Bang voor een nieuwe psychose ben ik nooit geweest, maar toch zal er geen derde baby komen, hoe hard mijn dochters soms ook zeuren om een broertje of zusje. De kans op een kraambedpsychose is bij mij nu veel groter en het zou kunnen dat ik er dan niet meer uitkom. Gelukkig wilden mijn man en ik sowieso geen derde kind; ons gezin is af én weer rustig.”

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.