Anna & Eus: ‘Alles moet maar gevierd worden, zo uitbundig mogelijk’

Journalist Anna van den Breemer (34) en schrijver Özcan Akyol (34) wonen in het centrum van Deventer en hebben twee kinderen: Mia (2) en Baran (bijna 1). In elke VIVA Mama schrijven ze over wat ze als ouders meemaken. Deze keer over het fenomeen feestvieren.

Onze zoon Baran, een olijk mannetje 
met zeven tandjes, wordt deze maand één jaar. Een bijzondere mijlpaal, maar het betekent ook dat er een kinderfeest moet komen. En laten we eerlijk zijn: dat zijn niet de meest ontspannen momenten in het leven van een moeder. Het vorige partijtje in huize Akyol, ter ere van onze tweejarige Mia, was een regelrecht drama. Op een druilerige zondagmiddag kwam iedereen die we hadden uitgenodigd zowaar opdagen. Tegelijk! Wanneer gebeurt dat nou? Zelfs de Sjaak-afhaak-vriendin uit Amsterdam die chronisch PMS heeft was erbij. Het werd een mini Project-X en dat was mijn schuld. Ik wilde niet dat de aanwezigen dachten dat we geen vrienden hadden. Terwijl de huiskamer volstroomde en de ramen besloegen, merkte ik dat mijn zwarte broekpak bij nader inzien veel te strak zat om op elegante wijze kopjes uit de kast te pakken.
‘Jassen kunnen daar.’ ‘Het gaat goed. Met jou?’ ‘Iets te drinken?’
Een vriendin van Eus, een oude rot in het moedervak, pakte op een zeker moment mijn arm vast. ‘Sterkte,’ fluisterde ze. Ik begreep meteen wat ze bedoelde.

We zongen Er is er één jarig en de Bumba-taart werd aangesneden. Feestvarken Mia paradeerde rond. Tot haar grote genoegen kreeg ze steeds een nieuw cadeau.
‘Cola? Hebben we.’ Ik was alweer terug bij het aanrecht. De melkopschuimer stopte met brommen en ik schonk een perfecte cappuccino, maar had géén idee meer wie erom had gevraagd. ‘Wie wilde…’ Over het bezoek heen keek ik naar Eus. Met een kromme rug stond hij bij onze salontafel geroutineerd stukken taart op borden te schuiven, de druppeltjes zweet parelden bij zijn haargrens. Zijn beste vriend, die onze wanhoop aanvoelde, sprong bij door de dichtstbijzijnde handen van zoete lekkernij 
te voorzien. ‘Effe snel doorgeven.’ De schat. 
In de vensterbank bij het raam deden mijn vriendinnen een dappere poging tot conversatie, omringd door krijsende baby’s en platgetrapte luiertassen. Vroeger vierden we verjaardagen op zaterdagavond in de kroeg. Zondag was voor uitbrakken. Niet veel later trof ik Eus aan in de deuropening naar de patio, met Baran in zijn armen. ‘Hij kreeg een paniekaanval. Het was heel eng.’ Hij wees naar ons lijkbleke zoontje. Baran, pas vier maanden, vond alle prikkels te heftig. 
‘Ik vind er ook niets aan. Kunnen die mensen weg?’ voegde zijn vader hieraan toe.

‘We moeten voor de zekerheid naar de huisartsenpost. Stuur jij iedereen naar huis?’ ‘Mama? Papa?’ Mia had ons gevonden. Haar mond was oranje van de paprikachips. Daar stonden we dan, met z’n viertjes, mijn gezin, op de gang tijdens ons eigen feest. We pakten de auto naar het ziekenhuis. Een deel van de gasten bleef achter bij de hapjes en drankjes. Er was er immers één jarig. Bij ons thuis vierden we nooit een verjaardag. Dat was goedkoper, vond mijn vader. Als ik dat aan mensen uitleg, bijvoorbeeld tijdens lezingen, kijken ze me meewarig aan. Alsof ik een vreselijk trauma met me meetors. Toegegeven: ik heb dat als kind wel zo ervaren. Tijdens het kringgesprek vertelden klasgenoten weleens over de dozen LEGO, voetbalshirts of Game Boy die ze hadden gekregen. Op die momenten besefte ik dat wij anders waren. Ik ben 
nu ook anders. Maar daar kan ik niets aan doen, dat is aangeboren persoonlijkheid.

Toen we nog geen kinderen hadden, mocht ik heerlijk onaangepast zijn, zonder me druk te maken over de gevolgen daarvan. Als de familie van Anna bijvoorbeeld tijdens de kerstdagen uit volle borst Amerikaanse kerstliedjes begon te blèren, liepen de koude rillingen over mijn rug. Op die momenten rende ik weg. Maar nu de kinderen er zijn, is dat geen optie meer. Dus als opa tegenwoordig de ene valse noot aan de andere rijgt, geef 
ik me over aan de plaatsvervangende schaamte, omdat Mia ondertussen uitbundig staat te dansen.

Door dit soort ervaringen ben ik anders gaan kijken naar sociale activiteiten. Ik ben zelfs de rariteiten van mijn vader gaan waarderen. Hij overdreef weliswaar in het niets doen, maar als ik om me heen kijk, zie ik veel vrienden die de andere kant op doorslaan. Alles moet maar gevierd worden, zo uitbundig mogelijk. Laatst vertelde een kennis dat hij een feestje gaf omdat hij, zijn vrouw en hun hun kind dit jaar samen honderd werden. Toen ik zei dat ik die grap niks aan vond, keek hij me boos aan.
Baran lijkt heel erg op zijn vader. Hij houdt ook niet van veel mensen in één ruimte. Dat gaan we natuurlijk niet in stand houden, maar in deze fase moeten we hem niks opleggen alleen maar omdat het binnen bepaalde sociale kringen zo ‘hoort’. Daarom wil ik dit jaar een klein feestje voor hem, met vijf of zes mensen. Opa en oma zijn natuurlijk welkom. Maar ze mogen maar één liedje zingen.

Deze column is afkomstig uit VIVA Mama 07-2018. Deze kun je bestellen door hieronder op de knop te klikken.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «

Beeld: Simone Frank