Diana (35) raakte na de bevalling van haar dochter besmet met het coronavirus

Na de geboorte van haar dochter kleurt de roze wolk van Diana van de Wiel (33) al snel pikzwart: ze raakt na haar bevalling besmet met het coronavirus. ‘Mijn baby mocht niet meer bij me in de buurt komen.’

‘Bevallen in coronatijd wens ik niemand toe. En toch wil ik mijn verhaal vertellen, voor alle vrouwen die ook zoiets meemaken. Mijn dochtertje Noé kwam op twaalf maart ter wereld in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, na een helse bevalling van anderhalf uur. Mijn vriend was bij me, maar mijn zoontjes van acht en elf die ik samen met mijn ex-vriend kreeg, mochten niet op bezoek komen vanwege de nieuwe regels rondom het coronavirus. ‘Morgen ga je lekker naar huis en dan kun je in je eigen omgeving gaan genieten,’ zeiden de verpleegsters. Maar die roze wolk heb ik nooit mogen ervaren. Door de coronacrisis mochten we geen visite ontvangen als de kraamverzorgster aan het werk was. Niemand van onze familie heeft Noé vastgehouden of kunnen knuffelen.’

Lees ook

De baby van Marianne kreeg kinkhoest

Ziekenhuis in en uit

‘Op zondag, drie dagen na de bevalling, begon onze kraamhulp te snotteren. De dag erna had ze verhoging en moest ze stoppen met werken. Achteraf denken we dat zij mij heeft aangestoken, want ik begon me ook beroerd te voelen. Ik was futloos, voelde druk op mijn borst en kreeg een klein kriebelhoestje. Omdat ik ook enorm veel stuwing had, dachten we eerst nog dat de klachten kwamen doordat de borstvoeding op gang kwam. Maar het werd erger: ik lag zwetend in bed met koude rillingen.

‘Diana, ik vind je er niet goed uitzien,’ zei de nieuwe kraamhulp. ‘Ik ga de verloskundige bellen.’ Die vond dat ik naar het ziekenhuis moest. Mijn vader bracht me, mijn vriend bleef thuis met de baby. Omdat ik ook aan het hoesten was, werd ik direct naar een isolatiekamer gebracht. Totdat ik negatief getest zou zijn, behandelden ze me als een coronapatiënt. Het personeel kwam bij me in zo’n wit pak met bril en mondkapje; een angstaanjagend beeld. Na inwendig onderzoek bleek dat er nog stukken placenta in mijn baarmoeder waren achtergebleven, mogelijk was dat de oorzaak van mijn verhoging.

Maar voordat ze dat konden verhelpen, moest ik eerst thuis de uitslag van de coronatest afwachten. Ik werd met antibiotica naar huis gestuurd. Dat was heel zwaar. Ik was bang dat het, net als bij mijn vorige bevalling, weer fout zou gaan; toen was ik na een baarmoederontsteking in een sceptische shock beland. De tranen stroomden over mijn wangen, maar de artsen vertelden me dat het voor iedereen veiliger was als ik wegging. Ik lag namelijk op de afdeling verloskunde, tussen allerlei gezonde vrouwen, en het personeel moest zich steeds omkleden. Daarom zou het niet goed zijn als ik was gebleven.’

Positieve test

‘Later thuis in de badkamer kleedde ik me uit en dacht: wat voel ik toch? Toen ik mijn broek uittrok, stroomde het helderrode bloed langs mijn benen op de vloer. Een vriendin kon me gelukkig direct terug naar het ziekenhuis brengen. De verpleegkundigen kwamen weer binnen in witte pakken. ‘Nee!’ riep ik. ‘Jawel mevrouw,’ zeiden ze. ‘De test is positief.’ Mijn wereld stortte in. Ik heb hard gehuild en mijn vriendin ook. Ze moest binnen tien minuten van de kamer af en ik zou naar een speciale OK gaan voor de operatie aan mijn baarmoeder; het ziekenhuis was de eerste die zo’n speciale corona-afdeling had. ‘Ik kan
je hier toch niet alleen achterlaten?’ zei mijn vriendin. Er ging toen bij mij een knop om. ‘Ga maar,’ zei ik. ‘Dadelijk steek ik je nog aan.’

Ik merkte dat ook voor het personeel alles nieuw was. Soms moest er iemand terug de sluis in, die grensde aan de OK, omdat de procedure qua hygiëne niet goed was gegaan. Ik kreeg een ruggenprik en mijn baarmoeder werd schoongemaakt. Omdat mijn bloeddruk niet goed was en de verdoving langer doorwerkte, moest ik een nacht blijven. Wat heb ik me die nacht eenzaam gevoeld.

Ik had al die hormonen in mijn lijf en hoorde overal baby’s huilen in het ziekenhuis. Ik wilde mijn dochtertje ook voeden, maar zij was thuis en ik lag daar in het ziekenhuis. Ik weet zeker dat ik hier een flink trauma aan ga overhouden.’

‘Als mijn dochtertje huilde, mocht ik niets voor haar doen’

Alleen maar huilen

‘In de ochtend kwam mijn vader me halen. En toen begon de nachtmerrie eigenlijk pas echt. Mijn zoons waren intussen naar hun vader gebracht, zodat ik hen niet zou besmetten. Mijn vriend en de baby zaten ook in quarantaine. Boodschappen werden voor ons gedaan en voor de deur neergezet. Daar lag ik dan, in het grote bed in onze slaapkamer. Moederziel alleen, zonder man, zonder kinderen en zonder baby. Mijn dochtertje mocht niet op mijn kamer komen, in verband met besmettingsgevaar. Ik was te slap om iemand te woord te staan, ik heb veel gehuild. Ik hoorde alles in huis, maar zag niemand. Als mijn dochtertje moest huilen, kon ik niets voor haar doen.

Mijn vriend voelde zich ook machteloos. Als ik huilde, mocht hij mij geen knuffel geven. We moesten zelf alles uitzoeken. We belden met de huisarts en de GGD, maar niemand wist hoe dit nu verder moest, omdat de situatie zo onbekend is. Niemand wist ook precies wat de risico’s voor een baby waren. Het ziekenhuis zei dat mijn vriend voor de baby moest zorgen, omdat ik haar anders kon besmetten. Na overleg tussen de huisarts en het ziekenhuis zeiden ze dat het niet goed zou zijn voor de hechting om mij en mijn kind zo’n lange tijd bij elkaar weg te houden, dus ik mocht haar gelukkig wel vasthouden, met een mondkapje op en met de voorwaarde dat we alle hygiëneregels zouden opvolgen.’

Lees ook

Kimberly (29) moest na 24 weken afscheid nemen van haar baby: ‘Jibbe heeft maar drie minuten geleefd’

Hard werken

‘Inmiddels komen mijn ouders elke dag over de vloer om te koken, anders redden we het niet. Ze zijn 55 jaar, maar nog gezond. Ze ontsmetten steeds alles in huis. Als ze hebben gekookt, eet ik in mijn eentje op de bank in het voorste gedeelte van de huiskamer, zij zitten met z’n allen aan de eettafel, achterin. Ze maken veel groente en persen sinaasappels, ik voel me net weer een klein kind.

Ik had zo gehoopt op een normale kraamtijd deze keer. Dat ik Noé vol trots aan mijn vrienden en familie kon laten zien, maar nu is iedereen bang voor me. Net stond mijn nicht voor het raam met een ballon om de baby te bekijken. Mijn schoonvader heeft Noé net ook pas voor het eerst gezien door het raam. Hij is ziek, dus we moeten oppassen. Nog steeds ben ik erg moe en hoest ik veel. Mijn lichaam is hard aan het werk; eerst de bevalling, toen de operatie en nu corona.

Het moeilijkste is dat je er niet voor elkaar kunt zijn. Normaal gesproken zou je elkaar een kus of knuffel geven in zo’n verdrietige situatie, maar je mag elkaar niet aanraken. Al het vanzelfsprekende is weggevallen. Ik ben heel blij dat ik mijn dochter weer bij me kan nemen. Als ze tegen me aanligt terwijl ik op de bank zit, wordt ze helemaal rustig. Ik denk omdat ze mijn geur ruikt en ik die van haar. In deze tijden moet je niets voor lief nemen, zeker niet de gezondheid van jezelf en de mensen om je heen.’

Credits: Tekst Anna van den Breemer | Beeld: Istock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 2 uit 2020. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.