Blog Sophie: Vaarwel maat 50

maat 50

Ik had mezelf nooit ingeschat als sentimentele doos. De eerste keer dat ik mijn oudste dochter naar het kinderdagverblijf bracht om een ochtendje te oefenen, was ik high van vrijheid. Voor de vorm kweelde ik wel wat ‘ja, ik vind het erg spannend hoor’ uit tegen willekeurige voorbijgangers, maar de grote glimlach op mijn gezicht sprak boekdelen. Maar goed, ik had ook twee weken na de bevalling jankend in pyjama op de keukenvloer gezeten omdat mijn leven voor ALTIJD voorbij was omdat ik niet durfde te douchen als mijn dochter geluidjes maakte. Dus.

Satansvrouw

Toen de oudste, bijna één jaar oud, geopereerd moest worden (ze kreeg buisjes), bleven mijn ogen droog. Geen gejank in de wachtkamer, het moest gewoon gebeuren. Punt. A1 zelf viel woedend in slaap en werd woedend wakker. Ik probeerde haar te troosten, maar ze moest niets hebben van die satansvrouw die haar zo maar had overgedragen aan De Man Met Het Kapje.
Inentingen of hechtingen… ik hield mijn dochters in de houdgreep en hield hun en vooral mezelf voor dat dit er nu eenmaal bij hoorde. Nee, deze mama huilde niet mee. Dat zou het alleen maar moeilijker maken. Dus de verrassing was groot toen ik mezelf laatst brullend terugvond op de vloer van de babykamer. Echt huilend. Met snot enzo.

Zaaddodend middel

Wat was het geval? C3 was ineens 58 centimeter groot. Ik had het niet eens zien gebeuren. De rompertjes maat 50 / 56 gingen ook met veel getrek niet meer dicht. En wat de denken van die lieve roze legging met strikjes? Het was een kniebroekje geworden. Het prachtige witte jurkje met die spaghettibandjes paste ook al niet meer. En dus moest ik de kast op gaan ruimen. Voor de allerlaatste keer.

Een vierde komt er namelijk echt nooit meer. Echt. Ik zit er zelfs aan te denken om er een elektronisch slot op te zetten daar beneden. Of een permanent zaaddodend middel te laten injecteren, mochten alle andere voorbehoedsmiddelen falen. Men zei dat je er een derde zo bij zou doen. Nou ja, die derde hangt er ook vooral bij, want als ik eindelijk kan zitten om te knuffelen, pleurt er wel weer een kind van de stoel af of dreigt er een poepbroek onder zijn gewicht te bezwijken.

Rechterhanden

Maar daar zat ik dus. Het snot af te vegen met dat schattige rompertje met een kanten kraagje. Nooit meer zal ik deze kleertjes wassen en strijken voor de baby in mijn buik. Nooit meer zal ik dat ene pakje gedragen zien worden. Het is echt voorbij. Ondanks twee zwangere vriendinnen, kan ik de kleertjes niet weggeven. Zorgvuldig berg ik ze op in een krat. Ik ga er iets mee doen, een plaid van maken bijvoorbeeld (eerst twee rechterhanden bestellen). En ja, ik blijk dus echt wel een sentimentele draak te zijn geworden. Eentje die geen afscheid kan nemen en die straks als ze tachtig is nog altijd onder een deken ligt met de babykleertjes van haar kroost.