Blowen tijdens zwangerschap: Christine (42) deed het stiekem

Blowen tijdens zwangerschap: Christine (42) deed het. Ze had elf jaar een relatie met een man die fel tegen blowen was, maar zij ging er stiekem mee door.

“Rond mijn negentiende ben ik begonnen met blowen omdat er in mijn vriendengroep soms gerookt werd. Ik vond het wel een lekkere gemoedstoestand, dus blowde ik zo nu en dan mee. Rond mijn tweeëntwintigste is dat zo nu en dan, heel regelmatig geworden. Eén jointje, ‘s avonds voor de buis, zoals een ander een biertje of wijntje drinkt. Ik voelde me er goed bij, deed mijn werk goed, dus waarom niet?

Ik ontmoette mijn man (nu ex-man: we zijn gescheiden, maar niet hier om). Ik wist dat hij zwaar tegen blowen was, ondanks dat blowde ik toch. Ook toen we gingen samenwonen ben ik met blowen doorgegaan als hij een avond weg was. Toen we net samenwoonden kreeg ik een spieraandoening, die juist door een blowtje dragelijker werd. Op de dagen dat de pijn te erg was om te werken, rookte ik ook overdag, als mijn man naar zijn werk was. Ik heb dit, zonder dat hij het heeft geweten, gedurende vier jaar samenwonen volgehouden.

In januari werd ik zwanger. Een zeer logische reden om acuut te stoppen met roken in het algemeen, dus ook joints. Ik minderde van een heel pakje naar vijf sigaretten per dag en blowen deed ik alleen ‘s avonds als ik zeker wist dat hij laat thuis kwam. Pas toen we op vakantie gingen (bij vierenhalve maand zwangerschap) kon ik  me er toe zetten om te stoppen met blowen.

Tien weken voor de bevalling bleek de baby wat klein te zijn. De verloskundige zou het later bespreken met haar collega’s en mij, indien nodig, doorverwijzen. Na zes weken bleek dat dit niet was gebeurd en ik moest meteen naar het ziekenhuis voor een echo. Ik werd direct opgenomen, omdat het kindje te klein was. Ik had natuurlijk de verloskundige haar nalatigheid kunnen verwijten, maar ook mezelf, zeker achteraf, toen ik hoorde dat mijn placenta klein was en gedeeltelijk verkalkt.

Mijn zoon is nu 8 jaar. Hij nog steeds aan de kleine kant, maar kerngezond. Gelukkig maar. Maar ik voel me tot op de dag van vandaag heel schuldig.”