Het dagboek van een moeder in tijden van corona: ‘Thuis hoor ik dat mijn schoonmoeder boos is dat de andere oma wél langs mag komen ‘

Anna&Eus

VIVA-Mama columnist en Volkskrant-journalist Anna van den Breemer schrijft over haar gezinsleven in tijden van het coronavirus. Want het blijkt niet eenvoudig: dochter Mia (4) en zoon Baran (2) thuis vermaken, effectief werken en haar relatie met columnist Özcan Akyol ook nog een beetje leuk houden.

Het is de treurigste speeltuin die ik in jaren heb gezien: een krakkemikkig houten glijbaantje met wat zand eromheen, ik heb de eerste hondendrol al opzij getrapt. Maar goed, er is niemand, en dat is tijdens coronacrisis eigenlijk mijn enige eis.

‘Een trappetje!’gilt Mia tevreden.

We hebben een kwartier gefietst door onbekende straten, nadat ik een linnen tasje met krentenbollen, twee cakejes en drinkbekers heb gevuld. ‘Picknicken’, noem ik het, de volgende dag is het ‘op avontuur gaan’. Zelfs in deze onwerkelijke tijd vorm je routines. Op het houten bankje bel ik mijn moeder met de videofunctie van WhatsApp. De gezichten van mijn ouders verschijnen in beeld.

‘Hoi! Wat doen jullie?’ vraag ik. ‘We drinken ons kopje koffie’, zegt mijn vader.

Ik herken de gele kopjes, en weet precies waar ze zitten, bij het raam op de rieten bank in mijn ouderlijk huis, het hoekje waar ik als dertienjarige naar Buffy the Vampire Slayer keek. ‘Je vader is om zeven uur naar de supermark gegaan, tijdens het bejaardenuurtje’, vertelt mijn moeder. ‘Dan is er bijna niemand’, vult hij aan. ‘Vanmiddag gaan we weer wandelen. Waar ben jij?’

Ik sta op en draai mijn telefoon naar de glijbaan, waar Baran net op zijn buik naar beneden zoeft. Hij eindigt met zijn gezicht pardoes in het zand. Ik probeer de korrels van zijn wangen en mond te wrijven met de punt van zijn roodgele Go Ahead Eagles-sjaal, gekregen van zijn chauvinistische vader die geboren en getogen is in Deventer. De kinderen willen niet meer zonder naar buiten. Ik neem me voor de sjaals straks stiekem te verstoppen (‘Nou, lieverd, géén idee waar ze zijn!’), ik wil soms ook gewoon stijlvol de straat op, ook al is er geen kip die ons ziet.

Lees ook: Het dagboek van een moeder in tijden van corona: ‘De vuilniszakken vulden zich, mijn innerlijke Marie Kondo begon te stralen

Bezoek

‘Wanneer komen jullie weer bij ons, opa?’ vraagt Mia. ‘Wat zegt ze?’ vraagt mijn moeder. ‘Kom dan wat dichterbij zitten’, antwoordt mijn vader.

Baran rent naar het bruggetje verderop. Ik trek een sprintje en roep ‘sorry’ tegen de wiebelige camera en beloof later terug te bellen. Thuis hoor ik dat mijn schoonmoeder boos is dat de andere oma wél langs mag komen.

‘Ze heeft een foto gezien op Instagram van jouw moeder samen met de kinderen’, zegt mijn vriend.

‘Die foto is oud, van december, de kerstboom staat er zelfs op’, zeg ik. ‘‘Ik mis oma’ had ik bij die post gezet.’ Als we later die dag uit het raam kijken, staat oma daar, klein en sterk, tussen de marktkraampjes. Ze zwaait. Mia, Baran en ik zwaaien keihard terug.

‘Jij moet komen!’ schreeuwt Baran tegen het glas. Hij snapt niet waarom ze even later weer verder loopt, met haar boodschappentas. Tot nu ben ik deze coronacrisis redelijk stoïcijns doorgekomen, maar nu voel ik de tranen prikken.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

Anna van den Breemer (1984) woont samen met haar man Özcan Akyol, dochter Mia en zoon Baran in hartje Deventer. Ze werkt voor de Volkskrant, waar ze veel over opvoeden schrijft, en is columnist voor VIVA Mama. Recent verscheen van haar hand het boek 'Alle ouders klungelen maar wat aan.'