Diggy Dex: ‘Ik vind een gezin fantastisch, maar ik heb lang moeten wennen’

Het vaderschap kwam zeven jaar geleden 
onverwachts op zijn pad, maar inmiddels kan Koen Jansen, alias rapper Diggy Dex, zich niet voorstellen dat het ooit anders was. ‘Nu denk ik: what the fuck deed ik eerst met mijn tijd?’

Tekst Elle Smolders | Beeld Anke van der Meer

Maandagmiddag, 15 uur. Als we aanbellen bij Koens huis in Amersfoort, doet een vriendelijke oudere man de deur open. ‘Cees, de oppas-opa’ lacht ie, terwijl hij ons met kleinzoon 
Skip (bijna 2) op de arm voorgaat naar de woonkamer. Daar 
zit Koen met Skips oudere broer Bow (7) op de bank een tekening te maken.

Gezellige boel! Gaat het hier altijd zo op maandagmiddag?

‘Vaak wel. Op maandag passen de opa’s en oma’s op. We hebben een soort rouleersysteem waardoor ze allemaal een keer in de drie weken aan de beurt zijn. Ideaal. En ik ben vandaag vroeg thuis vanuit mijn studio in Utrecht.’

Heb je een papa-dag?

‘Niet echt. Mijn vriendin Dagmar en ik zijn allebei eigen baas, dus we hebben sowieso geen nine-to-five-ritme. Maar op vrijdagmiddag ben ik altijd alleen met de jongens. Dan gaan we op 
pad, naar buiten. Naar het bos, basketballen of skateboarden op het veldje hierachter. Ik vind het altijd leuk om dingen te dóen samen. Kan niet zo goed stilzitten.’

Wat ben je verder voor vader?

‘Ik ben van het ‘leven en laten leven’. Ik hanteer de filosofie 
dat als het A. niet levensbedreigend is en B. niet schadelijk voor andere mensen, je alles zelf moet kunnen doen en ontdekken. 
Ik ben zelf ook zo opgegroeid: de hele dag buiten zijn, in bomen klimmen en met takken slepen. De wereld spelenderwijs ont-
dekken, supertof vond ik dat.” Intussen is Skip bij zijn vader op schoot gekropen. Een chocoladekoekje dat op tafel lag, belandt 
in – en vooral naast – zijn mond. “En verder ben ik ook vrij 
makkelijk, haha. Koekje? Prima. Ik denk dat je als ouder vooral moet accepteren dat niemand áltijd consequent is. En zolang je 
je kinderen met liefde en aandacht opvoedt, kan er eigenlijk niet zo veel fout gaan.’

Heb je ook mindere kanten als vader?

‘Goeie vraag. Bow, wat is er niet leuk aan papa? Niks? Nou, je hoort het! Misschien dat ik een beetje ongeduldig ben. Dat is 
met kinderen soms wel een uitdaging. En ik denk dat elke ouder, vader of moeder, kampt met een permanent schuldgevoel. Altijd denk je: doen ze het goed? Doe ík het goed? Ben ik er genoeg voor ze? Dat hoort bij het ouderschap. Gek eigenlijk; heel veel mensen willen tussen hun dertigste en veertigste pieken qua werk, maar óók een gezin stichten. Het is een constante juggle om alles te combineren.’

Je zoons schelen bijna zes jaar. Bewust?

‘Ja. Het heeft wel even geduurd voordat we klaar waren voor een tweede. De eerste zwangerschap was niet gepland. Mijn vriendin en ik woonden net samen toen ze zwanger bleek te zijn. Dagmar studeerde nog, mijn muziekcarrière was ook nog niet echt stabiel en we leefden een vrij leven. Lang leve de lol. Toen Dagmar zwanger raakte, was dat dus schrikken. En zelfs toen Bow er eenmaal was – wat oprecht het mooiste is wat me ooit is overkomen – heeft het nog lang geduurd voordat ik aan de nieuwe situatie, aan mijn nieuwe leven, gewend was.’

 Wat vond je zo moeilijk?

Lachend: ‘Alles. Het was voor ons zó’n grote ommekeer. Alles veranderde. Mijn leven, onze relatie, de relatie met onze ouders, met onze vrienden, m’n vrijheid. Ik was heel erg van: jas aan en gaan. Dat kon niet meer. Stond ik daar in de speeltuin, tussen de andere vaders. Er zijn momenten geweest dat ik het écht niet leuk vond. Weg wilde, de kroeg in. Ik begon ook aan mezelf te twijfelen. It’s supposed to be fun, right? Over deze kant van het ouderschap hoorde of las ik nooit wat. Wat was er mis met me? Pas toen Bow naar school ging, dacht ik: nu zou het wel weer heel leuk zijn, een kindje erbij. En dat is het ook. Het ís fantastisch. Maar ik heb lang moeten wennen.’

Was het de tweede keer anders?

‘Ik kan er nu meer van genieten. Die eerste keer overkwam het ons zó. Bij Bow kon het me ook niet snel genoeg gaan. Nu weet ik: geniet ervan, voor je het weet, gaat ie naar school. En verder 
is het zoals met zo veel dingen: als het eenmaal zover is, kun je je niet meer voorstellen hoe het zónder was. Als je één kind hebt, denk je: what the fuck deed ik eerst met mijn tijd? Nu, met 
twee kids, denk je: jezus, wat een rúst was één kind!’ Inmiddels komt Skip, luid lawaai makend, vanuit de tuin de woonkamer in gelopen. Bow tekent rustig verder.

Zijn ze verschillend?

‘Heel erg. Skip is een rouwdouwer. ‘Jas aan!’ is zijn favoriete zin. Hij wil naar buiten, voetballen. Bow taalde vroeger nooit naar een bal. Hij is rustiger en meer van het tekenen en knutselen. Maar boekjes lezen vinden ze allebei leuk. Met Bow verzin ik hele verhalen.’

Hoe gaat dat dan?

‘Elke avond voor Bow gaat slapen, gaan we samen op bed zitten en beginnen we. Nu zitten we midden in een verhaal over Onkie en Donkie die naar verschillende planeten reizen. Dat verzinnen we dan ter plekke en maken we elke avond verder af. Dat is ons momentje, met z’n tweeën. En je merkt ook: Bow is geen grote prater, maar tijdens dat moment samen vertelt ie stiekem toch hoe zijn dag was.’

Hebben Dagmar en jij ook nog tijd voor momenten samen?

‘We proberen daar zo vaak mogelijk tijd voor vrij te maken. 
Een keer in de maand gaan we er samen op uit. Naar een feestje, uit eten, naar de film. En twee keer per jaar gaan we een weekend weg zonder de jongens. Ik denk ook dat dat een goed voorbeeld is naar hen toe: papa en mama zijn ook sámen iets, met 
z’n tweeën. Een bijkomend voordeel van dat we allebei zzp’er zijn, is bovendien dat we onze eigen tijd kunnen indelen en dus ook regelmatig overdag met z’n tweetjes thuis zijn. Dat is wel een luxe. Ik zie op het schoolplein genoeg ouders die echt op de klok naar de auto sprinten en volgens een strak tijdschema leven. Dat lijkt me niks. We willen ervoor waken dat we een klein bedrijf worden samen.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 4 – 2017. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «