Manon reanimeerde haar eigen kind: ‘Ineens stopte mijn baby met ademen’

eigen kind reanimeren

Dolblij was Manon (31) dat haar te vroeg geboren zoontje eindelijk naar huis mocht. Nu kon het gewone gezinsleven beginnen. Maar twee weken later kreeg Simon midden in de nacht een ademstilstand. Samen met haar man moest zij haar eigen kind reanimeren.

“Simon wilde er gewoon uit, na 31 weken zwangerschap werd hij geboren. Hij lag in de couveuse en kreeg sondevoeding, maar ademde zelf. Na drie intensieve weken mocht hij mee naar huis. Eindelijk konden we samen dingen doen, zoals wandelen met de nieuwe kinderwagen.”

Zacht kreunen

“Twee weken later werd Simon ineens suf. Hij reageerde niet op ons en had verhoging. Mijn man Sander en ik gingen met hem langs de huisartsenpost. De arts voelde aan zijn fontanel en voerde wat standaardtesten uit. Daarna werden we naar huis gestuurd met de boodschap: ‘Kijk maar hoe het gaat.’ In de loop van avond begon Simon zacht te kreunen. Om een uur ’s nachts vertrouwden we het niet en reden terug naar de huisartsenpost, maar weer werden we weggestuurd. Ik voelde me machteloos en dacht: er is iets mis met hem, waarom luistert niemand?

We kropen in bed, Simon naast ons in het wiegje, en probeerden wat te slapen. Rond half vier werd ik wakker want Simons gekreun werd steeds luider. Ik pakte hem uit zijn bedje en liep naar beneden. Ik zie mezelf nog staan in de woonkamer met mijn zoon rechtop in mijn handen. ‘ In paniek riep ik Sander, die in een reflex de huisartsenpost belde. Hij kreeg een assistente aan de lijn, zij ging overleggen of we langs mochten komen.

‘Mijn kind ademt niet!’ schreeuwde ik. Toen heb ik mijn eigen telefoon gepakt en 112 gebeld. De man die opnam, reageerde heel kalm. ‘Rustig maar,’ zei hij, ‘ik ga je helpen. Is er iemand bij je? Leg je baby op een harde ondergrond.’ We legden Simon op de eettafel. Sander ging bij hem staan en ik gaf de instructies door die ik via de telefoon kreeg: doe het hoofdje iets naar achteren, leg je mond over zijn neus en mond… Op mijn teken moest hij blazen. Heel zachtjes, alsof hij een veertje wegblies. Steeds als Sander blies, zag ik het buikje van Simon omhoog gaan. Na een paar beademingen begon Simon te huilen. Op dat moment hoorden we de ambulance onze straat in rijden.

In het ziekenhuis kreeg Simon een soort brilletje op zijn neus dat hem steeds een pufje zuurstof gaf. Hij bleek een urineweginfectie en een nierbekkenontsteking te hebben. De volgende dag spraken we met een dokter, die me aankeek en vroeg: ‘Was je bang dat je zoontje dood zou gaan?’ Ja, dacht ik, ja! Toen besefte ik pas hoe dicht bij het randje we waren geweest. Ik sliep in het ziekenhuis op een stretcher naast Simon, ik durfde hem niet alleen te laten. Een ziekenhuispsycholoog stelde ons gerust: ‘We houden je zoontje hier totdat iedereen er vertrouwen in heeft dat het goed zal gaan.’

De nacht daarop overleed het kindje van vrienden in zijn slaap. We zaten wat te facebooken in het ziekenhuis toen we het lazen. Heel bizar om dankbaar te zijn en tegelijk intens verdrietig. Terwijl Simon opknapte, ging hun kind wel over het randje. Na een week mocht Simon naar huis, en zijn eerste uitje was de crematie. Onze vrienden hadden iedereen gevraagd hun kinderen mee te nemen.”

Lees ook

Elisabeth Deumer heeft corona: ‘Mijn zoontje vroeg: ‘Gaat mama dood?’’

Koffertje in de gang

“We probeerden ons leven als gezin weer op te pakken. Ik wilde verder, vond dat ik me niet moest aanstellen. Ons kind leefde toch nog? Ik nam een groot deel van de zorg op me en hield Simon vlak bij me. Overdag sliep hij in de kinderwagen, ’s nachts in zijn wiegje naast ons bed. Steeds controleerde ik of hij nog ademde en zodra er iets was, belde ik het ziekenhuis. De artsen waren ook het vertrouwen in zijn gezondheid kwijt, dus bij elke verhoging lieten ze hem komen. Hij had van alles dat eerste jaar: oorontstekingen, nog een urinewegontsteking, het norovirus… Het ene onderzoek na het andere moest hij ondergaan. We sliepen zó vaak in het ziekenhuis, dat er altijd een koffertje klaar stond in de gang.

Toen Simon zeven maanden oud was, kreeg hij ineens hoge koorts. Sander was die avond uit eten, dus ik reed alleen met onze zoon naar het ziekenhuis. Op de Spoedeisende Hulp werd Simon blauw en stopte met ademen. Een koortsstuip. Zes verplegers kwamen aangesneld met een beademingsapparaat en een arts probeerde me gerust te stellen: ‘Het ziet er erger uit dan het is.’ Ik wilde hem wel voor zijn kop slaan! Sander nam zijn telefoon niet op, heel frustrerend, maar ik was ergens ook blij dat hij dit niet hoefde te zien. Simon bleek weer een nierbekkenontsteking te hebben. De uroloog ontdekte dat de kleppen in zijn urinebuis niet goed werkten, daardoor ontstonden die ontstekingen.

Na anderhalf jaar werd het rustiger. Simon was over alles heen gegroeid en de controles namen af. Toen stortte ik in. Ik was moe en chagrijnig en had geen zin meer om iets met Simon te doen. Ik was gewoon klaar met hem, voor mijn gevoel. Simon op zijn beurt kreeg driftbuien. Steeds vaker schreeuwde ik naar mijn kind. Daarom zocht ik hulp bij een opvoedbureau. Zij trokken al snel de conclusie: jij hebt geen hulp met opvoeden nodig, jij moet je rust vinden zonder al die medische poespas. Blijkbaar ging ik wél liefdevol met mijn kind om, maar zag ik dat zelf niet meer.

De opvoedcoach liet me lijstjes maken. Wat ging er goed? Wat konden we met Simon ondernemen? Anderhalf jaar lang had onze agenda vol gestaan met doktersafspraken, dus iets simpels zoals naar de kinderboerderij gaan, kon ik niet bedenken. Ook ging ik naar de psycholoog voor EMDR, een techniek waarbij je een trauma verwerkt door het te herbeleven. Ik raak nu minder in paniek als ik terugdenk aan de reanimatie. En ik leerde dat ik mag rouwen. En dat dat tijd kost.”

Lees ook

Ellen: ‘Mijn kind wil bij de politie maar heeft een stomme fout gemaakt’

Lichte slaper

“Simon is nu een gezonde kleuter en hij heeft een broertje: Thomas. Ik heb de dagen geteld totdat ik 32 weken zwanger was en hij dus niet ernstig prematuur zou zijn als hij geboren werd. Ik ben bevallen met 38 weken. Thomas is nu acht maanden oud en kerngezond.
Misschien ben ik wat bezorgder dan andere moeders. Ik slaap nog steeds licht, mijn kinderen krijgen geen zuurtjes of muntdropjes en ik snijd alles klein. Aan de andere kant: wij liggen niet wakker van een griepje, we hebben erger meegemaakt. Soms denken we nog terug aan die nacht. Dan denk ik: waarom zijn we bij de huisartsenpost niet op onze strepen gaan staan? Verder vind ik dat we het goed gedaan hebben met zijn tweeën. Je weet van tevoren niet hoe je reageert in een panieksituatie. Wat als we in shock waren geraakt? Dat is gelukkig niet gebeurd.”

Credits: Tekst: Karin Broeren|Beeld: iStock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 8 uit 2019. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.