Het dagboek van een moeder in tijden van corona: ‘Goede daden zijn nooit helemaal altruïstisch’

anna van den breemer

VIVA-Mama columnist en Volkskrant-journalist Anna van den Breemer schrijft over haar gezinsleven in tijden van het coronavirus. Want het blijkt niet eenvoudig: dochter Mia (4) en zoon Baran (2) thuis vermaken, effectief werken en haar relatie met columnist Özcan Akyol ook nog een beetje leuk houden.

De betaalpas van mijn Turkse schoonmoeder deed het niet meer.

‘Ik snap niet’, zei ze.

We spraken af bij de geldautomaat naast de Spar en toen er op het scherm inderdaad een melding verscheen, belden we met de Rabobank. Zij aan de ene kant van het groene bankje, ik aan de andere  – de telefoon op speaker.

Helemaal soepel ging het niet. Van de stress vergat oma, die de Nederlandse taal niet helemaal machtig is, haar adres en postcode.

Mijn tolkwerk was waarschijnlijk te enthousiast (‘Ze willen je geboorteplaats weten, niet de streek’), want de bank vertrouwde het niet. ‘U heeft teveel van de antwoorden voorgezegd’, zei de medewerker tegen mij, ‘dus moet u beiden langskomen op ons kantoor in Raalte.’

Dat was zo’n 20 kilometer verderop. Dat bracht ons bij de vraag: hoe waarborg je de 1,5 metersamenleving in een auto?

Ik demonteerde het autostoeltje van onze dochter en zo zoefden we even later richting Raalte, ik achter het stuur, oma op de achterbank waar doorgaans onze dochter zeurt over lolly’s en liedjes van Kinderen voor Kinderen (‘Nee, niet Pasapas, maar Energie!’).

Lees ook:
Het dagboek van een moeder in tijden van corona: ‘Koken volgens recept vraagt om geduld, niet mijn meest ontwikkelde eigenschap’

De route ging langs weilanden met schaapjes en de zon scheen op het dak van de boerderij.

‘Zien we voor de verandering eens een koe op de dinsdagochtend!’, wees ik uit het raam. Eigenlijk zou ik straks een Google Hangout met collega’s hebben, maar dit ging even voor.

‘Andere dag was ook goed. Jij bent druk, jij moet werken, jij bent moe, jij moet eten.’ Oma voelde zich duidelijk bezwaard.

Ze begreep niet dat ik van deze onverwachte situatie genoot. Deze hele onderneming voelde als stiekem spijbelen.

Normaal gesproken – vóór de coronacrisis – zat ik nu op kantoor in Amsterdam achter mijn laptop, met een bekertje koffie, en had ik haar nooit kunnen helpen. Goede daden zijn nooit helemaal altruïstisch, bedacht ik me, want ik kikkerde hier zelf ook van op.

In het gebouw van de Rabobank was het euvel snel opgelost.

‘U heeft drie keer de verkeerde pincode ingevoerd, mevrouw’, zei de mevrouw achter de balie, die blauwe handschoentjes droeg.

Opgelucht pinde mijn schoonmoeder een briefje van twintig.

We liepen terug naar de auto.

‘Als corona weg is, krijg jij heel veel zoenen’, zei oma, ‘en ik ga een heleboel eten maken. Sarma, köfte, kies maar!’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief

Anna van den Breemer (1984) woont samen met haar man Özcan Akyol, dochter Mia en zoon Baran in hartje Deventer. Ze werkt voor de Volkskrant, waar ze veel over opvoeden schrijft, en is columnist voor VIVA Mama. Recent verscheen van haar hand het boek 'Alle ouders klungelen maar wat aan.'