Het peutermonster

Wanneer ik mijn medecursist de gymzaal binnen zie lopen, verbaas ik me dat ze niet over haar wallen struikelt. Als we even later in een onmogelijke bocht gevouwen liggen om weer in shape te komen na de bevalling, vraag ik haar met een trillend ooglid of ze ook slapeloze nachten heeft door haar oudste van twee. Nee. Is het antwoord. Haar baby vertikt het ook maar een aantal uren aaneen door te slapen. Peutertje van twee doet het prima. Mijn baby van vier maanden slaapt lekker door, maar ik heb daarentegen wél last van een peuterpuber. Niet alleen ‘nee’ is haar favoriete woord, ook ‘neeeheeeej’ en de schreeuwvariant hiervan. Nét nu vriendlief in het buitenland zit.

Het wilde beest
Mijn lieve, ondeugende meisje met grote blauwe ogen en blonde pijpenkrulletjes, transformeert zich zo rond een uur of acht ’s avonds in een wild beest. Geduldig en positief-opvoedverantwoord red ik het een heel eind haar in bed te krijgen, maar als mijn grote teen de bovenste tree van de trap raakt, begint het feest. ‘Licht aan’, wordt opgevolgd door ‘te veel licht’ en ‘dekentje op’ wordt in één zin genoemd met ‘nee, te warm’. Waarna ze haar woorden kracht bijzet met agressief getrap tegen de deken. Na welgeteld vijf keer uit bed klimmen en drie kwartier roepen − dat langzaam overgaat in schreeuwen en nog later in af en toe een laatste wanhopige kreet, lijkt het monstertje te zijn gaan slapen. In ons bed welteverstaan.

Samen zingen
Als ik zelf mijn bed op zoek, haar terug heb gelegd en twee uurtjes heb gesudderd, maak ik mijn eerste gang naar de kinderkamer (‘deur open’), gevolgd door nog twee keer die nacht (‘bjoodje eten’, ‘papamamabed slapen’). Wanneer ze in de vroege, vroege ochtend bij mij in bed kruipt (‘Ssssst! Je zusje slaapt wel!’) en het een minuut of vijf stil is, vraagt een wakker, helder stemmetje: ‘Olifantje doen, mama?’ Waarna ze uit volle borst ‘Olifantje in het bos’ begint te zingen. Na het eerste couplet hoor ik dochter twee woelen en smakken in het wiegje naast me. Er moet weer geproduceerd worden. De dag is begonnen.

Maar als ik de kleine bij ons in bed til en ze door haar grote zus bedolven wordt onder de kusjes, kan ik niet anders dan supertrots toekijken met een big smile. En een trillend ooglid, dat wel.