Ik ben een hysterische moeder & nog 6 dingen die ik had willen weten voordat ik kinderen kreeg

hysterische moeder

Toen Femke (37) zwanger was, wist ze één ding heel zeker: ze zou fluitend door het leven blijven gaan als de baby er eenmaal was. Sterker nog: ze zou de meest 
relaxte moeder ooit 
worden. Totdat zoon Seth (nu 2,5) zich aandiende en bleek dat Femke toch een tikkeltje anders was dan ze had gedacht.

Tekst Femke Zijlema | Beeld iStock

Ik sta in de hal, klaar om naar buiten 
te gaan voor een wandeling met mijn pasgeboren zoon Seth. Het is februari 
en het vriest. Dan zie ik mezelf in de spiegel. De pyjamabroek van mijn man Niek flubbert om mijn middel, mijn wallen kleuren goed bij mijn zwarte winterjas, in mijn ene hand heb ik een Chocotoff, in mijn andere een boterham met pindakaas. Mijn haar is bij elkaar geknoopt in iets wat door zou moeten gaan voor een knot. Ik sta een beetje voorovergebogen, vanwege de druk op mijn ‘onderkantje’. Ik kijk nog eens goed naar mezelf en begin te schateren. Hardop. Shit, Seth wakker. Ik snel naar de kinderwagen naast ons overvolle kookeiland. Met de afgeladen vaatwasser, de spenen die nog uitgekookt moeten worden, de aangeplakte rijst in de pan, onaangeroerde kranten van de afgelopen dagen. ‘Ach liefje, ja, we gaan naar buiten’, sus ik. En hop, daar race 
ik de kar de straat op. Welcome to my new life.

Natuurlijk heb ik voordat ik moeder werd heus wel nagedacht over hoe het straks zou zijn. Niek en ik hadden het over opvoeden, de zorg en vooral hoeveel lol we wilden maken. Welke plekken van de wereld we onze zoon zouden laten zien. Ja, ik wilde borstvoeding geven. Ik dacht na over kinderwagens, voedingskussens en een veilig matras voor in het ledikant. Ik deed tegen mijn zin een pufcursus, maar ik wist dat het een goeie voorbereiding op het baarwerk zou zijn. Ik deed dus echt wel wat. Toch kwam de lifechanger, mijn eerste kind, keihard binnen. Naast het geweld van allesomvattende liefde, was ALLES ook ineens anders. In meerdere situaties heb ik gedacht: waarom wist ik dit niet? Of wist ik het wel, maar drong het niet tot me door? Hoe dan ook, het leverde me zeven nieuwe inzichten op.

Soms dacht ik: fuck dat ritme, ik doe het gewoon op gevoel. Werkte niet

1. Bah, ik hou van Rust, Reinheid & Regelmaat

Voordat ik moeder werd, checkte ik op zondagavond wat er de komende week 
in mijn agenda stond. Ik werkte als freelancer en zolang de dagen maar niet te veel op elkaar leken, was ik in mijn nopjes. Structuur vond ik iets voor op de muur. Wat we gingen eten, beslisten we zo rond de klok van zes. En als ik me had verslapen, dan werkte ik toch gewoon wat langer door? Natuurlijk spiekte ik ook weleens door de vensters van gezinnen en wist ik heus dat dat ‘ik zie wel’-leven voorbij zou zijn als de baby er eenmaal was. Maar ik dacht ook: aard van het beestje, daar doe je niks aan. Dus wij vinden er vast wel onze flexibele weg in.
Niet dus. Ik ging aan de ketting. Direct na de bevalling. Om de drie uur voeden. Of vaker, als de man honger had. Omdat we toch wel zin hadden in een doorslaper, leerden we Seth al vrij snel een dag- en nachtritme aan, zeer schematisch zelfs, inclusief pyjama en boekje lezen. En hopla: voordat ik het wist, had ik mezelf in een extreem knellend keurslijf gedrukt. Wat het nog erger maakte, was dat mijn borsten en Seths gulzige zuigbehoefte geen match bleken te zijn. Dus kolfde ik alle borstvoeding af. Waar blijft de tijd? Nou, daar dus. Ik heb weleens een dag gedacht: fuck dat ritme. Ik besta ook nog. IK WIL NIET ZO LEVEN. Ik doe het gewoon op gevoel. Werkte niet. Baby huilen. Ik bijna huilen. Allebei compleet van de rel omdat ik het overzicht helemaal kwijt was. Waarom waren we tijdens mijn zwangerschap niet al wat gestructureerder gaan leven? Want inmiddels weet ik: dat ritme is een blijvertje. Omdat kinderen dat nou eenmaal lekker vinden.

2. Er schuilt een schijterd in me

Verantwoordelijkheidsgevoel: heb ik. Maar holy moly, toen ik een kind kreeg, kreeg dit begrip een compleet andere lading. De eerste weken hing ik letterlijk boven het wiegje om te horen of Seth nog ademde. 
De driesecondenregel als de speen op de grond was gevallen? No way. Op de grond geweest? Uitkoken. Ik dacht: dit allerschoonste wezen, daar ben ik nu verantwoordelijk voor. Dus als hij niet slaapt, niet eet of ziek is, als hij te warm is, te koud, te druk, te rustig, whatever: dan is het mijn schuld. Ik had geen idee hoe ik daarmee moest omgaan, en dus veranderde ik in 
de meest schijterige versie van mezelf en speelde simpelweg altijd op safe. Shit, ben 
ik zó’n moeder?! dacht ik. Yep, ik ben dus 
zo’n moeder, al werd de chillfactor weer 
iets groter toen ik eenmaal gewend was 
aan het moederschap.

Gezond eten was geen optie, ik leefde op broodjes pindakaas en Chocotoffs

3. Gezond eten is passé

Sommige moeders doen qua eten wat ze ook in het vliegtuig moeten doen als de maskers naar beneden komen: eerst jezelf zuurstof geven en dan je kind. Mijn man hanteert de regel: je eigen eten koud laten worden, is zonde. Check, vind ik ook. Ik hou van koken en doe vaak een poging tot gezond eten, maar die eerste weken na de bevalling – en vooral nádat de kraamhulp de deur achter zich dichttrok – ging er alleen snel en gemakkelijk voedsel mijn mond in. In het bijzonder: droge boterhammen met pindakaas en Chocotoffs. 
Of zoals een vriendin weleens zei: ‘Ik doe aan snelle suikers. Op een stroopwafel kan ik weer even vooruit.’ Waarom kan ik niet gewoon een boterham met tomaat en avocado maken? Zó veel langer duurt dat toch niet? Ik heb het heus geprobeerd, maar ALTIJD kwam er iets tussendoor. En nee, kant-en-klaarsalades kwamen niet 
in me op. Net als Seth even laten huilen, onmogelijk voor iemand in mijn moedermodus. Gelukkig kwam dit wel weer (redelijk) goed. Na een maand of tien, toen 
Seth zelf zijn boterham van zijn bordje kon pakken.

4. Een goede oppas is van levensbelang

De zoon van mijn vriendin Margreet maakte zo veel geluid dat ze hem vanaf dag drie in zijn eigen kamer liet slapen. Soms ook overdag, en anders in zijn kinderwagen. ‘Hij slaapt zo veel! Zo saai.’ Vaak verveelde ze zich. Ik daarentegen las pas na zes weken voor het eerst weer een paar bladzijden. Dat ik minder tijd voor mezelf zou hebben, daar had ik me wel mee verzoend. Maar dat ik de eerste maanden bijna géén tijd voor mezelf zou hebben, tja. Pas toen ik activiteiten als kort douchen, vijf minuten koffie in de zon, rustig mascara opdoen, direct terug appen en mijn benen scheren ineens enorm kon waarderen, begon het te wennen. Maar het werd nooit meer hetzelfde. Licht in de duisternis: sinds ik twee oppassen vond, is time on my side again.

5. Kinderziektes ontregelen ALLES

Krampjes, dat was de eerste spelbreker die op ons pad kwam. Ik had er van tevoren over gehoord. Ook over gelezen zelfs. Dus toen Seth twee weken na de geboorte zijn vuistjes balde na een voeding en onbedaarlijk hard begon te krijsen, wist ik precies waar ik aan toe was. Nou, daar gingen we: vijf volle weken lang, waarin de krampjes langzaam steeds erger werden. Ik googelde me suf en leerde nieuwe woorden – Infacol, Cinababy, johannesbroodpitmeel – maar vooral dat krampjes gekmakend zijn. Voor je baby in het bijzonder, maar ook voor jezelf. Want waar het op neerkomt (en dat wist ik dus niet van tevoren): zowel jij als je baby moet dit nummer uitzitten. Huilen, lopen, wiegen, repeat. Verder kun je er dus niets aan doen. Achteraf bleek het slechts een goeie vingeroefening, want zodra ik Seth met drie maanden achterliet op de crèche, begon het echte werk. Snotneuzen en (in willekeurige volgorde) oorontsteking, keelontsteking, kotsen (ja, ook tussen de spijlen van het ledikant, ja ook regelmatig over mij heen), weer oorontsteking, gewoon koorts, keelpijn, tandjes, vijfde ziekte, zesde ziekte, diarree, en weer terug. En daar zijn we dan, inderdaad net als bij de krampjes, vaak de hele dag zoet mee.

6. Ik ben een sadist

Ik schaam me er een beetje voor, maar 
wat huilen betreft heb ik een beperkte verdraagzaamheid. Had ik trouwens niet van mezelf verwacht, want normaal gesproken ben ik geduldig en ik vind het ook echt zielig voor kinderen als ze huilen. Maar toch, dat eindeloze gejengel. Een vriend zei laatst: ‘Dan hang ik boven zo’n krijsend kind en dan zeg ik dingen als: ‘Ik zorg de hele dag zo goed voor je, we hebben het zo leuk. Waarom stop je niet met huilen? Waarom doe je me dit aan?’ Dat gevoel herken ik. Dat je volwassenendingen tegen een baby gaat zeggen omdat je dat huilen gewoon niet meer trekt. Gelukkig gaan kinderen hoe ouder, hoe minder janken en heb ik een heel geduldige man. Seth zegt nu soms uit zichzelf: ‘Mam, ik niet huilen, ik niet van suiker.’

7. Meekijken met een 
spiegel is géén aanrader

Dat je foufou – zoals we hem thuis inmiddels noemen, vernoemd naar een Ghanees gerecht – totaal onherkenbaar uit de bevalling komt, dat weet je van tevoren. Daar hebben de Daphne Deckersen van deze wereld je, met termen als ‘ontplofte egel’, al fijntjes op gewezen. Nu trekt dat gelukkig wel weer weg binnen een paar dagen, maar ook dat wist ik dus niet. Toen ik Seth met zijn 4,6 kilo eruit had gewerkt, moest ik al vrij snel douchen. En mijn ‘onderkantje’ spoelen. ‘Wil je anders even met een spiegeltje meekijken?’ vroeg de verpleegkundige. EN. IK. ZEI. JA. Daar in het tl-licht. Dat beeld in die spiegel. ‘Komt dit ooit nog goed?’ schreeuwde ik. En toen: ‘Ik moet aan het zuurstof.’ De eerste weken dacht ik dagelijks aan alles wat mijn onderkantje en ik nooit meer samen zouden doen. Gelukkig weet ik nu: het komt wel weer goed.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 6 – 2017. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «