Ilse (34) werd ongepland zwanger: ‘Vijf weken na de bevalling was ik weer in verwachting’

ongepland zwanger

Na één keer onveilige seks was het opnieuw raak bij Ilse (34). Ze was nog maar net hersteld van de vorige bevalling en werd ongepland zwanger.

“Het voelde raar om intiem te zijn terwijl onze zoon naast me lag te slapen. ‘Misschien merkt hij het wel,’ protesteerde ik toen mijn man me streelde. ‘Nou en?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Wat is er fijner voor een baby dan weten dat papa en mama gek op elkaar zijn?’ Goed argument, moest ik toegeven. Het was lang geleden dat we seks hadden. Sinds ik zo’n zesenhalve maand zwanger was, had ik geen zin meer gehad. Mijn man had zich daarbij neergelegd. Hij kon begrijpen dat zo’n buik in de weg zat. Nu er van die buik niets meer over was, zag hij geen obstakels meer. Hij kuste me en ging doortastend te werk. Ik was onzeker over het gebied down under. ‘Het ziet er nog precies zo uit als voorheen,’ beweerde hij. Dat was een aanmoediging. We gingen verder, voor het eerst in drieënhalve maand.

Verrassing

De dokter stond erop dat ik een zwangerschapstest deed voordat ik een nieuw spiraaltje kreeg. ‘Je zal niet de eerste zijn, die zo snel weer twee streepjes krijgt.’ Het was nog geen moment in me opgekomen. We hadden een keer seks gehad zonder condoom. Ik ben geen naïeve of domme vrouw. Ik werk bij een grote bank, weet wat er in de wereld te koop is. Toch dacht ik niet dat ik zo snel zwanger kon worden. Ik was nog niet eens ongesteld geweest, gaf nog borstvoeding toen we het deden. Bovendien: over het maken van de eerste hadden we zes maanden gedaan. Het zou nu heus niet in een keer raak zijn. Toch was ik nerveus toen ik bij de drogist een test op de toonbank legde. Ik zag de verkoopster kijken naar de baby in mijn wagen en hoorde haar bijna denken: dat is wel heel snel. Thuis plaste ik routineus over het staafje, terwijl de wagen met mijn zoontje erin nog in de gang stond.

Na precies een minuut, getimed op mijn telefoon, pakte ik de test. Twee streepjes. Mijn zoontje begon te huilen. Ik trok mijn broek omhoog en liep naar hem toe. Jij eerst, besloot ik. Rustig trok ik hem zijn slaapzak aan en legde hem in bed. Ik liep terug naar de badkamer en bekeek de test opnieuw. Nu nog duidelijker: twee streepjes. Via mijn telefoon googelde ik of de test betrouwbaar was. Of dit kon, zo snel na mijn bevalling. Ja, was het antwoord. In de woonkamer hing een foto van Joris. Net geboren, op mijn borst. Ik herinnerde me de pijn van de bevalling nog goed. Het was vijf weken geleden, maar het leek wel gisteren. Het wás ook bijna gisteren. Ik huilde. Dit kind zou er komen. Hoe kon ik het weg laten halen, alleen omdat het op het verkeerde moment kwam? Dit kindje was iemand, het was uniek.

Steun en blijdschap

‘Wow,’ was het enige wat mijn man kon uitbrengen. Hij was in de war, verrast, verward, en toch zag ik in zijn ogen ook blijdschap. Het maakte me boos. Hij hoefde niets te doen, maar ik zou weer misselijk worden, werd weer dik, kreeg last van mijn knieën, om nog maar te zwijgen over twee bevallingen binnen een jaar. ‘We kunnen dit,’ zei hij. ‘Sommige mensen krijgen een drieling, die kunnen het toch ook?’ Hij spreidde zijn armen en keek me aan. ‘We houden toch van elkaar? Wat hebben we nog meer nodig?’ Geld, wilde ik zeggen. Tijd, slaap, energie, oppas, spullen. Maar ik wist: hij heeft gelijk.

Die avond goten we samen de flessen wijn die we pas hadden gekocht leeg in de gootsteen. Ik was net gestopt met borstvoeding en mocht weer drinken. Niet dus, de komende negen maanden. Mijn man deed met me mee. Zijn stralende ogen gaven me een beetje hoop. Al deed ik die nacht geen oog dicht.

Lees ook

Hoe zit het echt: in hoeverre ben je minder vruchtbaar na je 30e?

Laat maar lullen

Drie maanden lang vertelde ik het niemand. Pas toen kon ik het hardop zeggen zonder te huilen: ik ben weer zwanger. We spraken af niet te zeggen dat het een ongelukje was. Zo wilden we ons kind niet aankondigen. We zouden op deze zwangerschap net zo trots zijn als op de eerste. Voor Joris kochten we via internet een T-shirt met de tekst: ik word grote broer.

Iedereen was blij voor ons, behalve mijn moeder. Ze nam me apart in de keuken: ‘Ils, dit kan toch niet? Je lijf is er nog niet klaar voor. En Joris dan? Die zal nooit de aandacht krijgen die hij verdient.’ Die laatste zin sneed door mijn hart. ‘Mam,’ zei ik pisnijdig, ‘ik heb meer aan steun dan aan kritiek.’ Daarna stormde ik naar het toilet om stoom af te blazen. Haar woorden raakten precies waar ik zo bang voor was. Geklop op de deur. Mijn man zei zacht mijn naam: ‘Ilse?’ Voorzichtig draaide ik de deur van het slot. Hij ging door zijn knieën, legde zijn handen op mijn bovenbenen. ‘Lieverd, wat zeggen we ook alweer altijd over je moeder?’ ‘Laat maar lullen,’ antwoordde ik.

Toen ik zes maanden zwanger was, was mijn energie op

Slopende tijd

De nachten waren zwaar. Mijn man draaide veel late diensten om extra geld te verdienen, dus ik ging eruit om een fles te geven. Vaak rende ik door naar het toilet om over te geven, zo misselijk was ik. In de spiegel zag ik dat mijn gezicht elke ochtend witter was, de wallen onder mijn ogen blauwer. Toen ik zes maanden zwanger was, was mijn energie op. Huilend belde ik mijn man op zijn werk. Hij kwam naar huis en nam onbetaald verlof totdat ik bevallen was. Dan maar wat minder dure kleertjes voor de baby.

Ik was een boze vrouw. Boos op mezelf, boos op mijn lijf en ook boos op mijn man. Tijdens de bevalling kwamen die gevoelens er allemaal uit. Het puffen, het timen tussen de weeën, de brekende vliezen, het was allemaal nog te kort geleden. ‘Als jij niet zo nodig moest, lag ik hier niet!’ schreeuwde ik vanuit het ziekenhuisbed naar hem. Maar toen Robin geboren werd, was ik meteen verliefd. Hij was minstens zo mooi, lief en bijzonder als zijn broertje. Op mijn man bleef ik nog twee dagen boos. Toen pas liet ik hem toe en waren we echt een gezin.

Die eerste paar weken waren slopend. Nooit was er rust. Joris begon te huilen wanneer zijn broertje ’s nachts wakker werd, en andersom. Sommige weken gingen voorbij zonder noemenswaardige slaap. Soms huilden mijn man en ik samen in bed. Dan spraken we af dat we vijf minuten mochten klagen hoe kut en klote het allemaal was. Daarna gaven we elkaar een kus en deden we onze ogen dicht. Dat hielp. We leerden om hulp vragen. We konden niet anders. Vrienden sprongen bij en pasten bijvoorbeeld op zodat we samen uit eten konden of in een hotel konden slapen.

Meer rust

Gisteren heb ik de babyfoto’s van Joris en Robin in hun boeken geplakt. Ze zijn alweer 1,5 en 2,5 jaar oud, en wat ben ik daar godgloeiend blij mee. De zwaarste periode hebben we doorstaan. Tropenjaren, die term dekt de lading niet. Straks gaat Joris naar school. Robin niet lang daarna. Dan ga ik mijn vriendinnen bellen en met allemaal uitgebreid lunchen. Ze hebben me amper gezien de laatste tijd. Nu de rust een beetje terug is, kan ik lachen om wat ons is overkomen. Om de vele avonden dat we meteen na ‘Sesamstraat’ naar bed gingen. Het gehannes met twee kinderen in één kinderwagen. En om de opmerkingen die we steeds kregen. ‘Hield je het niet meer?’ werd mijn man vaak gevraagd, zelfs op het consultatiebureau. We genieten nu volop van ons vlotte gezin.

Mijn moeder is tot over haar oren verliefd op haar tweede kleinzoon. Onlangs bood ze me haar excuses aan. Beter laat dan nooit. Ze vindt dat we het goed doen en ziet dat Joris niets tekort komt. Dat voel ik ook zo. ‘Misschien heb je hem juist wel het grootste cadeau gegeven,’ zei ze laatst. ‘Een broertje met wie hij de rest van zijn leven alles kan delen.’

Credits: Tekst: Renée Lamboo-Kooij | Beeld: Istock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 8 uit 2019. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.