Ken je ze nog? Deze spellen deden wij vroeger in de buitenlucht

‘Hang toch niet zo binnen.’ Dat kreeg je vroeger vast weleens te horen van je moeder. Nu blijkt daarentegen dat in de afgelopen vijf jaar kinderen steeds minder vaak op hun vingers worden getikt. En dat terwijl dertig procent nooit tot slechts één keer per week buitenspeelt, zo blijkt uit onderzoek van Kantar Public in opdracht van Jantje Beton.

Naast het feit dat het ongezond is dat kinderen nooit meer buitenspelen, is het ook erg jammer. Wij hebben immers nog zulke goeie herinneringen aan al die spelletjes op straat. Ken je deze bijvoorbeeld nog?

Springtouwen

‘In spring, de bocht gaat in. Uit spuit, de bocht gaat uit’. Wij konden ons uren vermaken met touwtjespringen. Niet alleen met vrienden, maar zelfs alleen kon je laten zien wat je waard was. En dat ging de ene keer toch beter dan de andere keer. Wist je trouwens dat dit een ideale warming-up is voor een training? Twee vliegen in de één klap dus: jouw kind speelt lekker buiten én jij bent actief bezig.

Stoepkrijten

De mooiste creaties maakte jij natuurlijk niet op papier, maar op een lege stoep in de buurt. Hoewel, mooi? Daar dacht je oude buurman misschien anders over. Maar laat hem lekker zeuren; jij vermaakte je prima met een paar stoepkrijtjes en liet altijd vol trots aan je vriendjes, vriendinnetjes en je ouders zien wat je had gemaakt. Jammer alleen dat de regen precies op dat moment met bakken uit de hemel viel. Doei kunstwerk.

Elastieken

Een hit op het schoolplein was elastieken: een elastiek werd tussen de benen van twee mensen gespannen, zodat jij kon springen. ‘Tip, tap, top, erin, eruit en erop.’ Als je dat haalde, werd het touw steeds iets hoger geplaatst tot het met jouw kleine beentjes echt niet meer ging.

Levend stratego

Was je meer in een groep te vinden tijdens je jeugdjaren? Dan herken je vast levend stratego nog wel. Iedere speler ontving aan het begin van het spel een kaartje met daarop een rang. Je moest er alles aan doen om de vlag van je tegenstander in handen te krijgen en die van je eigen team te verdedigen. Ondertussen kon je jouw kaartje verliezen als iemand met een hogere rang je aantikte. Uren speelplezier was gegarandeerd, maar het kon er ook behoorlijk fanatiek aan toegaan.

Stand in de mand

‘Stand in de mand en de bal is voor…’ De persoon die werd genoemd, moest zo snel mogelijk de bal zien te pakken, want de andere mensen verdwenen waar hij bijstond. Als hij of zij hem vervolgens had, moest iedereen stilstaan en moest de persoon met de bal een van zijn tegenstanders zien te raken. Een ren-, gooi- en vangspel dat je in ieder geval lekker moe maakte. Daar was je moeder dan weer blij mee.

Beeld: iStock