‘Laat mama jou huilen?! Nou, oma niet hoor!’

oma opassen

Klinkt als een briljant plan: skip de crèche 
en laat je ouders oppassen. Kost je niks, levert hun een ijzersterke band op met hun kleinkind, en je ziet ze zelf ook nog eens zonder op zondag verplicht op visite te moeten. Beter kan niet… eh, toch?

Tekst Jorinde Benner | Beeld Shutterstock

In de zevende hemel was de moeder van Marscha (32) toen haar dochter zwanger bleek van Roan (nu bijna 2). “Alsof ze zelf in verwachting was – het was op het hysterische af. Hij zou haar toch wel ‘nanna’ noemen hè, was haar eerste reactie – een koosnaampje dat gedurende mijn zwangerschap trouwens nog drie keer veranderde en nu gewoon ‘ama’ is, omdat dat het enige is wat hij kan uitspreken. Ook wilde ze hoe dan ook een dag opvang op zich nemen. Een tikkeltje benauwend was het wel – elke echo, elk schopje, alle kansen om te genieten van de voorpret wilde ze meebeleven – maar mijn man en ik zagen er ook het voordeel van in. Want over de kosten van de kinderopvang hadden we nog niet zo goed nagedacht. En die vielen nogal tegen, vooral omdat we toen allebei nog fulltime werkten en daardoor amper kinderopvangtoeslag kregen. Nu ik sinds de geboorte van Roan nog maar drie dagen werk, hoeft hij dankzij mijn moeder maar één dag per week naar het kinderdagverblijf.”

Luxeprobleem

Volgens recent onderzoek van Plus Magazine past zo’n 72 procent van de grootouders tussen de pakweg 58 en 68 jaar 
in Nederland met enige regelmaat op de kleinkinderen. Een grove schifting, want zowel opa’s en oma’s die eens in de 
twee weken een dag oppassen als grootouders die met gemak twee volle dagen per week voor hun rekening nemen worden meegeteld. De hoge kinderopvangkosten, steeds meer tweeverdienende ouders, opa’s en oma’s die steeds langer vitaal blijven – het is slechts een greep uit de redenen waarom dit aantal sinds 1992 bijna is verdrievoudigd.
Hartstikke lief natuurlijk als je (schoon)ouders hun vrije tijd opofferen aan jouw kind, maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd alleen maar pais en vree is. Marscha: “Ik erger me er bijvoorbeeld kapot aan hoe mijn moeder zich mijn zoon toe-eigent. Ze vraagt niet: ‘Hoe is het met Roan vandaag?’, maar ‘Hoe is het met míjn kleinzoon?’. Vaak loopt ze me bij binnenkomst nog zonder kus voorbij ook, en stuift ze direct op Roan af – zich schijnbaar onbewust van het feit dat ik nog altijd háár dochter ben. Ze weet het ook vaak beter. Mijn zorgen over een voedselallergie wijst ze steevast van de hand met een ‘Ach, welnee, dat is gewoon de ontwikkeling van de darmpjes; had jij ook.’ Ze is meer bezig met haar rol als oma dan dat ze echt rekening houdt met mijn rol als moeder. Maar aan de andere kant: hij is blij als hij bij haar is, heeft geen honger als ik thuiskom en is tegen die tijd minstens twee keer verkleed omdat er een minuscuul vlekje op zijn shirt zat. Ze neemt me ongelooflijk veel werk uit handen. Want wat een luxe is het dat het eten voor me klaarstaat na een lange werkdag, en de was ook nog eens is opgevouwen.”

Duizend updates

Femke (30), moeder van Mare (7 maanden), ziet vooral voordelen van haar oppassende moeder, eens per week. 
“Ik vertrouw haar blindelings. Ook al was het dertig jaar geleden dat ze een baby in haar armen hield, ze pakte 
Mare meteen op alsof het de dag van gisteren was. Met de geboorte van mijn dochter was het respect voor mijn moeder al gegroeid, maar nu pas zie ik echt hoe groot haar liefde is – voor mij én voor Mare.

Natuurlijk zijn er dingen anders dan toen. Zo schrok ze zich rot toen ze op de dag van mijn – ingeleide – bevalling concludeerde dat zich in de commode geen navelbandjes bevonden. Rompers, in plaats van onhandige wikkeltruitjes, zijn voor haar zo ongeveer de beste uitvinding sinds wegwerpluiers – ook al bestonden die allebei toch echt al toen ik zelf geboren werd. Ik kreeg gewoon de fles op vaste tijdstippen, dus ze klungelt zich een ongeluk met gekolfde melk op verzoek en zegt openlijk wat een onzin ze dat ‘vrije gedoe’ vindt. Maar ik geloof niet dat ze mijn dochter ermee in levensgevaar brengt; ik weet nog steeds minder goed waar ik als moeder mee bezig ben dan zij. De dagen waarop mijn moeder voor Mare zorgt, zit ik tien keer meer ontspannen op mijn werk dan op de twee dagen dat mijn dochter op het kinderdagverblijf is. Ze is in haar eigen omgeving en ik krijg de hele dag door appjes met updates. Hoef ik van de crècheleidster niet te verwachten. Nou blijft die leidster na het avondeten, wanneer ik eigenlijk snak naar stilte en een joggingbroek, ook niet plakken op de bank, maar dat neem ik voor lief bij mijn gratis oppas.’

‘Ik denk zelfs weleens dat mijn kinderen het leuker hebben met opa en oma dan met mij,’ lacht Elvie (35), moeder van Sophie (3) en Wolf (1). Eén dag per week halen haar schoonouders de kinderen voor werktijd op, en brengen ze na het avondeten – gebadderd – weer thuis. ‘Een bizarre luxe, ik weet het. Dolblij ben ik ermee. Want twee uur wandelen in het park, twintig boekjes lezen, geduldig wachten op het zoveelste kopje fictieve thee uit het poppenservies – ík kan het niet. In al die tijd heb ik al tien appjes verstuurd en minstens zo vaak mijn Facebook-timeline gecheckt, en na een halfuur in de speeltuin lieg ik dat we er toch al zeker een uur zitten.

Ik baal ook weleens, hoor. Wanneer de kinderen op zo’n dag bij mijn schoonouders weer alleen maar zoetigheid hebben gegeten, bijvoorbeeld. Als ze tenminste die eeuwige speen in hun monden wilden afstaan voor die paar happen. Of als mijn dochter uren op haar iPad heeft gezeten en mijn schoonmoeder vervolgens wel verwijtend tegen mij zegt: ‘Nou, het is maar goed dat die vroeger niet bestonden, want dat had van mij dus nooit gemogen’. Maar mijn eigen moeder overleed toen ik zestien was en mijn vader woont in het buitenland; ik ben dus ontzettend dankbaar dat mijn kinderen überhaupt een opa en oma hebben. Daarnaast: hoelang krijgen grootouders nou echt de kans om tijd door te brengen met hun kleinkinderen? Over tweeënhalf jaar zitten Sophie en Wolf allebei op de basisschool, hebben ze sport- en speelafspraakjes of wíllen ze niet meer mee omdat het niet meer cool is bij opa en oma. En die hebben op hun beurt ook niet het eeuwige leven.’

Omadingen

Kan wel wezen, maar Sigrid (28) was snel genezen van de oppasafspraak met haar moeder, vertelt ze. ‘Jette was twee en Neele drie maanden toen we ermee begonnen. Het leek de ideale oplossing toen ik na mijn verlof weer aan het werk ging: het was maar voor één middag in de week. Maar de tweede week zegde ze al af. Iets met een vriendin uit een andere stad die alleen op die dag kon afspreken. Een maand later bleek ze opeens een vakantie geboekt te hebben waarover ze me niet had ingelicht. Ze was lief voor de kinderen hoor, maar ik was blij dat ik na een halfjaar zomervakantie had en daarna op andere dagen ging werken zodat mijn man en ik de boel weer zelf konden opvangen. Daardoor heeft het ook nooit tot een confrontatie hoeven komen. Nu schakel ik haar alleen af en toe eens in voor een avondje.’

Ga er ook maar aan staan, je ergernissen bespreekbaar maken met je (schoon)ouders. Esther (33) had er een behoorlijke kluif aan. ‘Mijn ouders passen al jaren twee dagen per week op mijn drie kinderen van twee, drie en vijf. Fantastisch natuurlijk, maar we hebben er in het begin wel een paar duidelijke spelregels aan moeten verbinden. Elke keer wanneer ik thuiskwam en zij op Tom, mijn oudste van toen een halfjaar, hadden gepast, was hij oververmoeid. Ze vonden het niet leuk als hij sliep wanneer ze er waren, zeiden ze; ze zagen hem al zo weinig. En: ‘De kinderen van je zus zijn ook niet zo lichtgeraakt.’ Dat de melk echt in de flessenwarmer moest en niet in de magnetron, dat ik het niet goed vond dat ze speentjes aflikten wanneer die op de grond waren gevallen, dat mijn huis een compleet slagveld was wanneer ik thuiskwam en ze altijd maar een mening hadden over iedereen die bij ons aan de deur kwam; ik heb er echt wel wat verhitte discussies over gevoerd.’

De geboorte van het eerste kleinkind (nu 2) zorgde bij Bianca (30) niet zozeer voor een clash van haar kant, maar voor een heuse battle of the grandmas. ‘Het leek wel een komische realityshow. Zodra mijn moeder kenbaar maakte een dag in de week op te willen passen, claimde mijn schoonmoeder ook een dag. Die had ik helemaal niet nodig, dus besloten we de weken om en om te verdelen, maar daarop brak een nog fanatiekere strijd uit. Wie de meeste cadeautjes kocht, wie de meeste ‘omadingen’ deed als cakes bakken en kastanjes zoeken, wie het liefste koosnaampje bedacht… Op verjaardagen presteren ze het zelfs nu nog te kibbelen over wie zijn luier mag verschonen.’

Machtsstrijd

Bouchra (29) veegde alle oppasafspraken met haar schoonmoeder van tafel voordat ze ook maar een dag in praktijk waren gebracht. ‘Het was mijn eerste werkdag na mijn verlof, en ik nam nog snel een laatste hap van mijn ontbijt toen mijn zoon – op dat moment tweeënhalve maand – wakker werd. Geruisloos sloop mijn schoonmoeder naar boven, waarop ik haar via de babyfoon hoorde zeggen: ‘Laat mama jou nou gewoon huilen?! Nou, oma niet hoor, dat zou ik nooit doen!’ Blind van woede ben ik naar boven gestormd, en heb gezegd dat als dit een machtsstrijd werd, ze nú kon vertrekken. Daarop vertrok ze. Ik heb mijn werk afgebeld en bracht mijn zoon een dag later een stuk geruster naar het kinderdagverblijf, waar ik godzijdank een extra dag per week kon afnemen. We zijn inmiddels een jaar verder en de band met mijn schoonmoeder is nog steeds uiterst stroef. Mijn vriend staat achter me, maar het geeft soms natuurlijk best spanning in onze relatie. Mijn eigen moeder schakel ik weleens in als we een avond uit willen, maar mijn schoonmoeder laat ik niet zonder toezicht bij mijn kind. Waarmee ik haar hart voorgoed gebroken heb.’

Toch moet je vooral blij zijn als een van je (schoon)ouders überhaupt kan oppassen, vindt Anke (34). ‘Ik kan met jaloezie kijken naar al die betrokken oma’s en opa’s in de speeltuin. Naar mijn collega’s, die fris en fruitig op het werk verschijnen omdat ze dankzij babysittende moeders en schoonmoeders de hele ochtendrace uit handen konden geven. Maar ik peins er niet over mijn moeder ooit te vragen om op mijn dochters van anderhalf en drie te passen; ze zou het niet aankunnen. Speelgoedgeluiden, rennen in de woonkamer, gedrein, de continue vraag om aandacht… Ze kon er al niet tegen toen mijn zus en ik klein waren, en nu zíe ik haar gewoon verkrampen als ze hier is. Ze is dol op mijn kinderen, dat weet ik zeker, maar na een uur vertrekt ze meestal al compleet overprikkeld naar huis.’

‘Mijn moeder heeft zelfs weleens uitgesproken dat ze de druk best groot vindt,’ zegt Esther, die de discussie met haar ouders niet uit de weg ging. ‘Is ze net met pensioen, heeft ze alsnog een parttimebaan. Want mijn vader zit er de hele dag maar een beetje bij. Daarop hebben we nadrukkelijk afgesproken dat als het echt te zwaar wordt, ze dat eerlijk aangeven. Hoe dan ook stopt hun zorg zodra mijn jongste naar de basisschool gaat. Dan hebben we allemaal onze toewijding getoond, en kunnen we weer veilig gescheiden levens leiden. Aan de andere kant: mijn kinderen hebben wel een ijzersterke band met hun oma en opa, en mijn respect voor hen is enorm. Dat is me die paar clashes en ergernissen wel waard geweest.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 5 – 2017. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «