Twéé huisjes, boompjes, beestjes: deze ouders kiezen bewust voor een latrelatie

latrelatie

Samenwonen met iemand die andere gewoontes heeft dan jij, zorgt regelmatig voor irritaties en rollende ogen. Daarom kiezen sommige stellen voor een latrelatie (living apart together): maar als je samen kinderen hebt, kan dat niet meer, toch? 

Want als je kinderen hebt en van elkaar houdt, woon je als ouders met je kind(eren) onder één dak. Of is dat inmiddels ouderwets?

Gezin op afstand

‘Nou, dat hoeft helemaal niet,’ zegt Evelien (46). Ze heeft inmiddels zo’n acht jaar een relatie met haar vriend en samen hebben ze een dochter van zes. Allebei wonen ze in Amsterdam, maar niet samen in één huis. Evelien woont in een woongroep en haar vriend in een andere woongroep. ‘Op papier ben ik een alleenstaande moeder en woont onze dochter bij mij, maar in werkelijkheid hebben wij een latrelatie met kind. Onze dochter verblijft de ene keer bij mij en de andere keer bij mijn partner.

Elke week ziet er eigenlijk weer anders uit. Over het algemeen is ze net iets vaker bij hem, omdat hij dichter bij haar basisschool woont en hij meer ruimte voor zichzelf heeft dan ik. Ik ben en slaap daar vaak en we doen veel met z’n drieën, maar ik ben ook regelmatig thuis zonder mijn dochter en partner.’ Evelien vindt het heerlijk dat ze dan kan doen waar ze zin in heeft. ‘Volwassen gesprekken voeren zonder dat er een kind aandacht vraagt, mezelf verliezen in sudoku’s en boeken, opruimen of juist alles laten slingeren zonder dat iemand er wat van zegt. Daarnaast hebben we op deze manier weinig last van sleur en ben ik altijd blij
om hem weer te zien. Ook hebben we amper ruzie: als ik boos ben en naar hem toe ga, ben ik tijdens die twintig minuten fietsen alweer gekalmeerd.’

Waarom kiezen Evelien en haar vriend voor deze niet-standaard gezinsvorm? ‘Financieel vind ik het prettig dat we alles apart hebben. Alleen de kosten voor onze dochter hebben we onderling verdeeld. Ik ontvang de toeslagen en betaal in de basis daarom het meest. Maar hij heeft ook zijn vaste kostenposten zoals vakanties en haar cadeaus. Ik hoef me dus niet te bemoeien met hoe hij met geld omgaat.’ Toen Eveline en haar partner elkaar ontmoetten, woonden ze beiden al in hun woongroepen en dat bevalt ze allebei simpelweg goed. ‘Ik vind wonen in groepsverband prettig. Daarnaast is het ook een beetje bindingsangst; ik hou liever mijn eigen woonruimte aan.

Samenwonen in één van onze woongroepen is geen optie qua ruimte en samen een woning vinden in Amsterdam is financieel vrijwel onmogelijk. Eigenlijk is bij elkaar wonen nooit een optie geweest, ook niet toen ik in verwachting was. Alleen tijdens de lockdown heb ik bij hem gewoond in verband met eventueel besmettingsgevaar.’

Lees ook

Waarom gaan veel stellen uit elkaar terwijl ze nog maar nét samen een kind hebben gekregen?

Ouders met een latrelatie

Uit de meest recente cijfers van het CBS uit 2013 blijkt dat 22 procent van de alleenstaande ouders een latrelatie heeft. Cijfers over latters die samen een kind hebben en opvoeden, zijn er niet. Vaak gaat het om gescheiden ouders met kinderen die een nieuwe liefde tegen het lijf lopen. Voor hen is zo’n relatie ‘op afstand’ vaak een fijn alternatief. Zo betrek je de kinderen niet direct in een nieuwe gezinssituatie met stiefouders en stiefbroers of -zussen. Want weer gaan samenwonen met een nieuwe partner, die misschien ook kinderen heeft, is dan een grote en misschien gecompliceerde stap. Bovendien denk je wel twee keer na om weer samen te hokken als je weet dat het ook veel ellende kan opleveren als het niet zo gaat als je van tevoren had gedacht en gehoopt.

Een soort co-ouderschap

Maar wat als jouw nieuwe partner de liefde van je leven is én jullie nog een kinderwens hebben? Velen zullen het riedeltje van voren af aan beginnen: daten, latten, samenwonen (met een samengesteld gezin) en uiteindelijk sámen weer voor een liefdesbaby gaan. Ivka (43) en haar partner, die bijna zes jaar samen zijn, pakten het anders aan.

Zij besloten het samenwoonstukje over te slaan, ondanks dat ze samen een dochter hebben van vier. Ze wonen allebei in de gemeente Oss op fietsafstand van elkaar. ‘Mijn partner en ik hebben allebei al kinderen uit een vorige relatie. Ik heb nog een dochter van elf en hij heeft twee zoons van elf en acht jaar. We hadden in eerste instantie de intentie om te gaan samenwonen, maar hij zat nog met de nasleep van zijn breuk en een huis met een dikke restschuld. Daarom besloten we voorlopig nog even te latten. Desondanks wilden we allebei graag op korte termijn nog een kind.

Vanwege mijn leeftijd wilden we er niet te lang mee wachten.’ Een halfjaar nadat Ivka haar huidige partner leerde kennen, was ze zwanger. ‘We vonden het geen probleem dat we nog niet in één huis woonden, aangezien we zo dicht bij elkaar wonen. Maar in de loop van de tijd kwamen we erachter dat het met vier kinderen en twee omgangsregelingen heel druk zou worden. Gedurende de week zou dan bijna elke dag een ander aantal kinderen in huis zijn.

Daarbij kan onze jongste dochter slecht prikkels verwerken. Daarom hebben we besloten om twee huizen aan te houden. Zo hebben we allebei een plek voor onszelf en geeft het meer rust voor ons en de kinderen. Op de dagen dat ik werk, woont onze dochter bij hem, en op de dagen dat ik vrij ben, is ze bij mij. Zelfs onze hond wisselt met haar mee van huis! Het is eigenlijk een soort co-ouderschap behalve dat we ook veel tijd met elkaar doorbrengen. Ik zou uiteindelijk wel willen samenwonen als de kinderen uit huis zijn, maar voorlopig houden we het lekker zo.’ Zo’n onconventionele gezinssituatie zorgt natuurlijk wel voor reacties. Ivka: ‘In het kleine boerendorpje waar ik woon, voert het standaardgezin de boventoon. Ik krijg regelmatig vragen of we uit elkaar zijn,
of we veel ruzie hebben en waarom we niet samenwonen. Maar soms krijg ik ook reacties van ouders die zeggen ‘goh, misschien moeten wij dat ook eens doen.’ Ook Evelien heeft vriendinnen die stiekem jaloers zijn. ‘Die zeggen dat het ze heerlijk lijkt om een huisje voor zichzelf te hebben. Als ik het onbekenden uitleg, is wel altijd de eerste vraag: ‘Maar jullie zijn wel samen?’ Alleen mijn moeder vindt dat we eigenlijk moeten samenwonen. Het lijkt haar rustiger en fijner voor onze dochter.’

De andere kant van het verhaal

Want inderdaad, voor volwassenen die zelf kiezen voor een latrelatie zitten er heus voordelen aan. Maar hoe is het voor kinderen met lattende ouders die in twee huizen wonen? Susan Branje is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de afdeling Jeugd & Gezin van de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar kinderen met meer dan één thuissituatie. ‘Wat we tot nu toe weten, is dat voornamelijk de kwaliteit van de relatie tussen beide ouders en de ouders met het kind heel belangrijk is.

Als vader en moeder een goede relatie met elkaar en met het kind hebben, helpt dit heel erg in de ontwikkeling van het kind.’ Volgens Branje is bij een latrelatie de band tussen de ouders over het algemeen gewoon goed. ‘Uit kwalitatieve interviews met kinderen weten we dat het soms lastig is om te moeten wisselen van huis.

Vooral als kinderen in de tienerleeftijd belanden en zelf meer met vrienden willen doen, kan dit dilemma’s geven. Bijvoorbeeld wanneer ze op een bepaalde dag naar de andere ouder moeten en dus niet op een sport kunnen waar ze elke week aanwezig moeten zijn. Maar in bovenstaande voorbeelden, waarbij ouders dicht bij elkaar wonen, ondervang je dat eigenlijk.’ Ook Evelien en Ivka geven aan dat hun dochters er tot nu toe geen enkel probleem mee hebben. Ze zijn van geboorte af aan gewend dat hun ouders niet bij elkaar wonen en stellen er geen vragen over.

Lees ook

Ella (28): ‘Bij het idee dat ik nog eens zou moeten bevallen, word ik al misselijk’

Kans van slagen

Heeft je romance lattend net zo’n grote kans van slagen als wanneer je hokt? Uit kwalitatief onderzoek van het CBS  blijkt dat zowel tijdelijke als blijvende latters vaker denken over het verbreken van de relatie dan getrouwde en samenwonende koppels. Een latrelatie lijkt dus een instabielere relatievorm dan – getrouwd of ongetrouwd – samenwonen, ongeacht of de latrelatie blijvend of tijdelijk is. Susan Branje: ‘Vaak is zo’n relatie een bewuste keus die voortkomt uit individuele behoeften van de partners of omdat het samen in één huis niet werkt. Als samenwonen niet goed gaat, geeft dat misschien al aan dat er mogelijk iets speelt.’ Het heeft vooral te maken met de reden waarom je kiest voor een latrelatie. ‘Zijn het de omstandigheden of de eigenschappen van de partner? Als het de omstandigheden zijn, is het vaak juist een goed alternatief dat ook voordelen heeft.’

Het kan ook anders

Het klinkt niet slecht: als gezin in twee huizen wonen. Maar ik kom er met name achter dat
een latrelatie een prima alternatief is als samenwonen door omstandigheden geen haalbare of prettige optie is – om wat voor reden dan ook. Ik ga er standaard vanuit dat als je samen voor een kind kiest, je bij elkaar woont of gaat wonen: het romantische ideaalplaatje. Evelien en Ivka laten me inzien dat dit helemaal niet hoeft om een hecht en liefdevol gezin te zijn.

Gelukkig ben ik in de positie dat mijn partner en ik bij elkaar willen én kunnen wonen. Ik vind het fijn om zo veel mogelijk tijd met z’n drieën door te brengen en de avonturen en mooie momenten met De Peuter samen te beleven. Ik kruip vanavond dus weer lekker tegen hem aan op de hoekbank en neem Studio sport voor lief. Maar is het fijn om te weten dat er prima alternatieven zijn voor het standaard gezin-onder-één-dak. En het mooie is: daar zitten nog flink wat voordelen aan ook.

Credits: Tekst: Karin Broeren|Beeld: Istock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 5 uit 2020. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.