Overdonderende liefde

Mijn moeder is de liefste. Dat wil ik toch gezegd hebben. Maar zoals iedere moeder en dochter vliegen we elkaar ook wel in de haren. Vroeger ging het over onopgeruimde kamers, het gapende gat in mijn hand en te korte naveltruitjes. Tot voor kort ging het over onopgeruimde huizen, te luxe vakanties en avondjes uit en de tijgerprint-onesie waar ik twee maanden in gewoond heb.

Heel anders zijn de ruzies van de laatste tijd. Die gaan over de kisten vol speelgoed in de woonkamer. De stapel kinderkleding die bijna ‘Boe!’ roept zodra ik de kast opentrek. En het gat in haar hand als het aankomt op haar kleindochter. Mijn moeder heeft last van de lieve variant van grootouderterreur, namelijk overdonderende grootouderliefde. Die uit zich naast de hoeveelheid kusjes en knuffels (ja, oma wil nog een laatste knuffel voordat ze weggaat. Nou nog eentje dan.) vooral in spullen en kleertjes. In een overdonderende hoeveelheid. Sinterklaas was met zijn boot nog halverwege België toen oma kwam aanzeilen met een splinternieuwe pop. ‘Zo leuk, want ze kan nu pop zeggen’. Drie weken later puilden de ogen van mijn dreumes uit bij het zien van de enorme berg cadeautjes die reikte tot halverwege de kunstkerstboom. En dan moesten die van ons en de andere oma er nog bij.

Ik heb het eerst lief gevraagd. Daarna wat stelliger gezegd. Stop met kopen!! Maar de daaropvolgende dag bliepte mijn telefoon: “Ik was in Haarlem en kijk eens wat ik gekocht heb”, begeleid door een foto van drie badpakjes, twee truitjes en vijf rompertjes. Het heeft geen zin om er kwaad over te worden. Mijn gesputter is aan dovemansoren gericht. En kwaad kan ik er al helemaal niet meer om worden. Ze bedoelt het goed. Ze is gewoon dol op haar kleindochter. En dus maken mijn dreumes en ik er een spelletje van. Iedere keer als die enorme stapel kleertjes uit de kast dondert, roepen we heel hard ‘boe!’ terug.

In de nieuwe VivaMama lees je meer over grootouderterreur. Nu in de winkel.