Patricia’s column: Slechte moeder

De ‘Oei, ik groei!’-moeders zullen me vast afkammen als ze weten waar ik mee bezig ben. Ik wieg mijn snotverkouden koortsige dochter niet in mijn armen totdat ze met haar hoofdje op mijn schouder in slaap kukelt, maar breng haar naar mijn schoonmoeder. Campingbedje en genoeg Nutrilon, luiers en zelfgemaakte groentehapjes (ja, zo ben ik dan weer wel) voor drie dagen in de kofferbak. Terwijl ik de Saab naar z’n vijf schakel, hoor ik Lóa jengelen vanuit haar Maxi Cosi City op de achterbank. Enthousiast zing ik mijn evergreen ‘Op een grote paddenstoel’ – helpt altijd! – totdat het stil is en ik het speentje uit haar mondje hoor vallen. Ze klinkt als een mini Darth Vader, zo met dat neusje vol snot. Best wel zielig. Maar hallo, deze logeerafspraak stond al weken en mijn schoonmoeder heeft drie dagen niet gegeten van de opwinding, dus die wil ik niet teleurstellen. Daarbij verlang ik zo naar één nachtje doorslapen dat ik er mijn wijsvinger voor zou verpatsen. Lóa was twaalf weken oud toen ik tegen iedereen die het maar wilde horen, vertelde dat ze al lang doorsliep. En dat dat kwam omdat ik haar zo goed geconditioneerd had. Moet je dus nooit doen. Oorontsteking, tandjes, sprongetjes, verkoudheid: nu ze zeven maanden is, pakt het universum mij keihard terug. Het is al weken elke nacht feest. Ik kan er monter en opgewekt over doen, want ik heb een hekel aan vrouwen die gebukt gaan onder hun eigen klaagzang over het moederschap, maar man, ik ben kapot. Op mijn werk fantaseer ik over hoe het zou voelen als ik mijn hoofd op het toetsenbord leg en maak in gedachten een zacht bedje van de jassen aan de kapstok. Als ik op het toilet zit, sluit ik mijn ogen en vlei mijn hoofd tegen de koude muur, wat nog best lekker is ook. Laatst, toen ik een kennis tegen het lijf liep en vroeg hoe het met haar ging, begon ze te kermen dat ze zo moe was. Ik keek naar haar huid zo strak en fris als een Granny Smith en moest me inhouden om niet te sissen: waar kan jij in godsnaam zo moe van zijn? Jij jaloersmakend mens zonder kinderen dat zich ’s avonds tevreden in een dekbed rolt en daar de hele nacht als een spinnende kat ongestoord kan blijven liggen knorren. IK wil die spinnende kat zijn. En zo komt het dat ik Lóa toch maar in de auto heb gehesen en afsteven op Heerhugowaard. Maar bij de overdracht gaat het mis. Als ik mijn kleine Darth Vader, het snot tot op de kin en de oogjes rood doorlopen, in de armen van mijn schoonmoeder leg, barst ik in huilen uit. Ik neem haar mee terug, snik ik. Wat ben ik voor een moeder? Maar oma signaleert niets meer dan gewoon een verkoudheidje en vindt dat ik Lóa makkelijk bij haar kan achterlaten. En zij kan het weten, met drie kinderen, sust ze. Als ik een uur later in de auto naar huis zit, Gregory Porter op de radio, moet ik weer janken. Bij het eerste het beste tankstation mag ik van mezelf als troost iets lekkers uitzoeken en koop ik een zakje Chees Union (de frikadellen waren op), een Curly Wurly en een flesje Punica. Eigenlijk zou ik vanavond wreed moeten gaan stappen en bier slempen, maar ik verlang vooral naar mijn bed. Daar waar ik opgekruld ga liggen en heel hard ga proberen mezelf geen slechte moeder te voelen.

Patricia van den Broek, adjunct-hoofdredacteur VIVA
patricia@viva.nl
twitter.com/patriciavdbroek