‘Is de crèche wel zo’n goed plan? Je kind is altijd ziek én mist jou niet’

De crèche: volgens VIVA Mama’s Suus Ruis de beste uitvinding sinds gesneden brood en internet. Maar ze had wel graag gehad dat iemand haar er geestelijk een beetje op had voorbereid. Het blijkt namelijk een universum op zich. Er zijn namelijk nog veel ongeschreven regels en andere verassingen.

Je kind is vanaf nu altijd ziek

‘Altijd is Kortjakje ziek…’ Nou, Kortjakje moest van d’r moeder waarschijnlijk een paar dagen per week naar de crèche. Want als er één ding hand in hand gaat met kinderopvang, is het wel verkoudheid. Crèches kunnen nog zo hygiënisch zijn, al die kinderen blaffen in elkaars gezicht, en ze stoppen te pas en te onpas de Duplo waar de buurman drie minuten eerder nog overheen nieste, in hun mond. Inderdaad heel goor, je moet er verder maar niet al te lang over nadenken. Wees gewoon voorbereid op het feit dat jouw bloedje vanaf dit moment een snotneus heeft, die pas ergens halverwege de brugklas wegtrekt. En wees voorbereid op andere smerige aandoeningen, maar daarover later meer.

Verder: je moet je kind vlak na de conceptie inschrijven voor het kinderdagverblijf (KDV) van jouw keuze. Woon je echter in een grotere stad, dan hoop ik dat je je kind hebt ingeschreven op het moment dat je na de zwangerschapstest je broek dichtknoopte. Dat deed ik niet, waardoor ik alleen nog maar terecht kon op een crèche die (geen grap) twintig kilometer verderop zat. Overal zijn wachtlijsten.

Alles moet met een liedje

Opruimen, tandenpoetsen, eten, drinken, tussendoortjes eten of drinken, slapen, voeten vegen, neus snuiten, naar de wc: op de crèche gebeurt álles onder begeleiding van een lied. Lekker leerzaam. Het spreekt voor zich dat de teksten van die liedjes niet heel diepgaand zijn – dat krijg je als mensen onder de één meter de inhoud ook moeten snappen en kunnen meezingen. ‘We gaan tandenpoetsen met een tandenborstel, in onze mond.’ Tja.

…en die liedjes krijg je nooit meer uit je hoofd
Juist omdat ze niet zo hoogdravend zijn, blijven die vele, vele liedjes die je van je kind hoort jarenlang hangen. Ik meen het: jaren. In de praktijk betekent dit dat jij als je kind al lang en breed op de basisschool zit nog steeds ‘Opruimen maar, opruimen maar, we zijn met z’n allen, zijn we zo weer klaar’ zingt als je je lege kopje naar de keuken brengt. Daar kunnen ze op je werk trouwens wel een beetje vreemd van opkijken.

Lees ook

Je kunt de pot op: In vijf stappen zindelijk

Je moet ‘meedraaien’

Die hardwerkende crèche-juffen doen het slim: onder het mom van ‘Wil je ook een keer zien hoe een ochtend op het kinderdagverblijf eruitziet? Kom gezellig kijken!’ zetten ze je keihard aan het werk. ‘Meedraaien’ noemen ze dat. En gelijk hebben ze natuurlijk, want ze hebben het al druk genoeg. Maar goed, dan weet je in elk geval dat je dertig bekers appelsap moet vullen (en appelsap moet opdweilen, want er gaat nogal eens wat om) en vier kub speelgoed moet opruimen (want ondanks het opruimlied blijft het concept ‘opruimen’ toch ingewikkeld voor dat grut).

Het betekent echter ook dat peuters naar jou toekomen met de mededeling: ‘Ik moet poepen.’ Ikzelf deinsde toen dat gebeurde terug en antwoordde: ‘En hoe is dat mijn probleem?’ Achteraf was ik vooral blij dat hij niet zei: ‘Ik héb gepoept.’ Want die heb je er ook bij. En als jij aan het meedraaien bent, mag je dus gewoon billen afvegen en zo. Brrr.

Je wordt verbeterd door de crècheleidsters

Het is logisch dat de leidsters van KDV De Eikeltjes een beetje met je meedenken, waar het de opvoeding betreft. Maar soms schieten ze daar net als het consultatiebureau naar mijn mening een tikje in door. Ik weet nog hoe een van de leidsters met een moeilijk gezicht naar me toe kwam en zei dat ik me toch wel zorgen moest gaan maken over het feit dat mijn kind met zijn 3,5 jaar nog niet zindelijk was. Straks wilden ze hem misschien niet hebben op school. Ik antwoordde quasi-onverschillig dat dat ongetwijfeld op tijd goed zou komen, maar in de privacy van mijn eigen huis voelde ik me een slechte moeder, en een minkukel dat haar kind niet zindelijk kreeg. Ze bedoelen het goed, maar laat niemand je dingen aanpraten. Jij kent jouw kind het beste.

Je komt in aanraking met bijzonder smerige aandoeningen

Het gegeven dat je kind permanent groene slijmdraden uit zijn neus heeft bungelen vanaf de eerste keer dat je hem naar de kinderopvang brengt, hadden we al aangestipt. Maar dat je waarschijnlijk ook met hoofdluis of schimmelinfecties wordt geconfronteerd, dát wist je waarschijnlijk nog niet. En dan heb ik het nog niet gehad over krentenbaard. En ja, dat is net zo goor als het klinkt. Ik zou het niet Googelen, neem het gewoon van me aan.

Je kind mist jou niet

Ik vind het lullig dat je er zo achter moet komen, maar voor de meeste kleine kinderen is het: ‘uit het oog, uit het hart’. Dat kan vooral voor kersverse moeders nog wel eens pijnlijk zijn, helemaal omdat zij vooral in het begin met een steen in hun maag hun baby naar het kinderdagverblijf brengen. Wees voorbereid: op het moment dat hij of zij kan praten en jij de file from hell hebt getrotseerd om op een enigszins acceptabel tijdstip je kroost te komen halen, zegt hij verontwaardigd: ‘Ben je er nu al?’ Troost je, het ligt niet aan jou, en wees blij dat hij niet krijsend aan je broekspijp hangt als je weggaat. Dát is veel erger.

Je komt er pas jaren na dato achter hoe de andere kinderen écht heten

Mijn zoon had op de crèche een vriendje dat Dajo heette. Toen ik jaren later zijn moeder tegenkwam en geïnteresseerd (en trots, want jeetje, wat had ik een goed geheugen!) vroeg hoe het met Dajo was, keek ze me een beetje viezig aan, én met een vleugje medelijden vanwege mijn spwaakgebwek. Haar kind heette namelijk Dario. Gratis tip: als je niet voor paal wilt staan bij andere ouders, geloof dan niet wat je kind zegt, maar check op de Nijntje-kapstok op de crèche hoe de kinderen écht heten. Waarschijnlijk Pepijn in plaats van Pipe, en Roos in plaats van Joos.

Lees ook

Survivalen door de ‘neeeee!’-fase

Mensen hebben een mening over jou en vinden het zielig voor je kind

Het lijkt anno 2019 achterhaald, maar er zullen altijd mensen (lees: andere moeders, of jouw eigen moeder) zijn die vinden dat je je kind tekort doet als je hem of haar naar de kinderopvang brengt. Dan zeggen ze dat het zorgt voor een minder goede hechting, en dat een kind gewoon thuishoort bij papa of mama, of dat opa en oma moeten oppassen. Onzin. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen socialer worden van de kinderopvang en daar onder andere leren hoe ze moeten samenwerken. Ook is het goed voor hun taalontwikkeling. Zo, nou zij weer.

Je moet trakteren

Jij dacht dat je verjaardagstechnisch gezien pas aan de bak hoefde als je kind naar de basisschool gaat? Mwoehahaha. Sorry. Nee hoor, op de crèche wordt gewoon getrakteerd, en je komt daar niet weg met een zakje chips. Ikzelf heb dat the hard way geleerd – toen ik van plan was om mijn zoon van die voorverpakte Bert en Ernie koekjes te laten uitdelen en vervolgens een moeder met 22 zelf geknutselde en gepersonaliseerde Dora-rugzakken binnen zag stappen. Er zijn altijd van die perfecte moeders die de lat enorm hoog leggen voor de rest van de wereld. Dat zijn dezelfde moeders die geflambeerde paastakken van inktvis-farfalle op een bedje van gemasseerde zeekraal meenemen naar het paasontbijt. Trap niet in die valkuil. Kinderen houden van Bert en Ernie koekjes.

Verwacht geen gezond eten

Tenzij jij jouw kind naar een tergend dure en chique 24 uurs-crèche in Amsterdam-Zuid gaat, moet je er niet van uitgaan dat ze op het kinderdagverblijf waar jouw kind op zit, supergezond eten. Mijn zoon zat op een crèche waar de kinderen ‘s avonds (nou ja, einde van de middag) bleven eten, en ik heb ze nooit kunnen betrappen op iets biologisch, of iets waar géén barcode op had gezeten.

Tot vreugde van mijn kind overigens, want naar de crèche betekende frikadellen, pannenkoeken of pizzabroodjes als diner. Op zich vond ik het wel begrijpelijk; de meeste kleine kinderen gooien immers alles wat groen is of ooit ergens groeide met een mooie, grote boog richting de muur. Maar voor mij was het reden om hem na verloop van tijd toch thuis te laten eten. Geen probleem als jij het wél prima vindt, maar dan weet je in elk geval dat veel kinderdagverblijven – vooral omdat ze natuurlijk vele monden moeten voeden – geen rekening houden met voorkeuren voor biologisch en/of tarwe-antipathieën.

Je mag niet pissig worden op andermans kind

Als moeder van een kind dat op de crèche of peuterspeelzaal zit, word je geacht het credo ‘Samen spelen, samen delen’ vol overgave te omarmen – beter tatoeëer je het op je rug, want nieuw levensmotto. Toch kan dat motto niet altijd even prettig of natuurlijk voelen, vooral als kleine Daan (toch zeker twintig centimeter groter dan jouw schatje) voor de zoveelste keer met zijn grijpgrage klauwtjes de blauwe tractor uit de poezelige handjes van jouw kind grist, en jij het liefst een ‘goed gesprek’ met kleine Daan zou aangaan. Maar met je kaken op elkaar pers jij er een semi-opgewekt ‘Samen spelen, samen delen’ uit, want dat moet. Uiteraard mag je als de crèchejuf niet kijkt wel de blauwe tractor terug grissen. En als Daan dan gaat janken, volstaat een zelfgenoegzaam ‘samen spelen, samen delen’.

Je staat vanaf nu met blauwe schoentjes in de jumbo

Op de meeste kinderdagverblijven moet je van die blauwe chirurgenschoentjes aan. Dat is maar goed ook: want wil jij dat je kind met zijn schattige roze handjes rondkruipt op een crèche waar de papa van kleine Sem drie minuten eerder met zijn modderige maatje 43 rond stampte? Nee, precies. In de praktijk betekent dit echter wel dat je minstens de helft van de tijd met blauwe schoentjes in de Jumbo staat. Want je moet ze natuurlijk wel weer uittrekken als je de crèche verlaat. Wees gerust: de meeste mensen snappen dat je niet net uit de operatiekamer komt, maar óf van de crèche, óf van zwemles.

Credits: Tekst: Suus Ruis|Beeld: iStock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 2 uit 2020. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.