Sophie: ‘Ik voel me zo’n slechte moeder’

postnatale depressie

Sophie (29) voelt zich sinds haar postnatale depressie verwijdered van haar vriend en kind.

‘Jochem doet zijn best om begrip te tonen. Hij heeft veel op internet gelezen en met de dokter gesproken. Ik weet dat hij soms een gezamenlijke vriendin belt, die in dezelfde situatie heeft gezeten als ik. Toch zie ik vaak ongeduld in zijn ogen. Ergernis zelfs. Dan krimp ik ineen en voel me nog meer mislukt.

Ook ik had het me allemaal heel anders voorgesteld. Ik wist altijd al dat ik graag kinderen wilde. Toen Jochem en ik een huis met tuin hadden gekocht, stond niets ons nog in de weg. Weg met de pil! Het voelde alsof mijn leven, óns leven, nu pas begon. We hadden vrijwel dagelijks seks en al snel was het raak. De hele zwangerschap heb ik me fantastisch gevoeld. Ik bruiste van de energie en was trots op mijn buik. Vol vertrouwen ging ik de bevalling in. Als andere vrouwen het konden, kon ik het toch ook?

‘Het voelde alsof ik in een grijze, dikke mist zat’

Maar wat viel het me tegen. Het duurde 34 uur en eindigde in het ziekenhuis. Dat ik niet meteen overstroomde van geluk toen ik Luuk vasthield, verontrustte me niet. Ik was zó ontzettend moe dat ik alleen nog maar wilde slapen. Toen ik thuiskwam, was ik nog steeds uitgeput. Ik liet alles maar over me heen komen. Enigszins verbaasd keek ik hoe opgetogen Jochem, onze ouders en de kraamhulp met ons zoontje in de weer waren. Het voelde alsof ik in een grijze, dikke mist zat.

We zijn nu een half jaar verder en die mist hangt er nog steeds. De eerste tijd liet ik daar uit schaamte niets van merken. Als ik Luuk verschoonde of in bad deed, keek ik naar zijn perfecte lijfje en snapte niet waarom ik er bijna niets bij voelde. Als ik naar mijn werk kon, was ik opgelucht, al kon ik me slecht concentreren en maakte ik fout op fout. Morgen, dacht ik elke dag, morgen is vast alles anders. Maar ik bleef op de automatische piloot draaien, tot een goede vriendin, die ook een postnatale depressie heeft gehad, dat doorkreeg en mijn tranen loskwamen. Ik belandde in de ziektewet en er werden hulptroepen ingeroepen. Dat was een opluchting, eindelijk hoefde ik niet meer te doen alsof.

Lees ook:
Er is hoop: eerste medicijn ontdekt tegen postnatale depressies

Maar beter gaat het niet. Zonder mijn moeder, en vooral zonder Jochem, zou ik het niet redden. Zij zijn het die voor Luuk zorgen. Ik kom amper tot iets. De pillen die ik krijg, maken me nog suffer dan ik al was en bij therapie zit ik voornamelijk te huilen. Ik voel me zo’n slechte moeder. Hoe bestaat het dat ik vooral onverschilligheid voel als ik aan mijn zoontje denk? Waarom kan ik niet gewoon de vrolijke mama zijn die hij verdient?

Voor Jochem is dit ook vreselijk. Van partner ben ik in patiënt veranderd en ik merk dat hij bijna onder die last bezwijkt. Toen mijn postnatale depressie net was vastgesteld, was hij bezorgd. Hij wilde precies weten hoe ik me voelde, en wat hij moest doen om me te helpen. Nu vraagt hij nog maar zelden hoe ik me voel; hij weet het antwoord tóch al. Dat ik me niet tot seks kan zetten, helpt ook niet voor zijn humeur. Ik hoop maar dat dit over gaat voordat hij al zijn vertrouwen in mij als moeder en partner is verloren. En ik er zelf ook niet meer in geloof dat dit nog goed kan komen.’ •

Tekst Lydia van der Weide

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 2 – 2019. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «