Spijt van je kind: ‘Ik voelde geen liefde, alleen maar afkeer’

spijt van je kind

Roze wolk. Oermoedergevoel. Onvoorwaardelijke liefde. Clichés die stuk voor stuk onlosmakelijk verbonden lijken met het moederschap. Maar niet voor iedereen. Want Petra en Sonja voelen het niet. Helemaal niet zelfs.

Interviews Frauke Joossen | Beeld Shutterstock

Petra (27) is single en moeder van Mara (2). Ze zorgt fulltime voor haar dochter, maar stiekem zou ze willen dat die niet was geboren.
 


‘Ik voel me er zo ongelofelijk slecht over. Ik haat mezelf er zelfs om. Maar als ik héél eerlijk ben, wilde ik dat ik Mara nooit had gekregen. Het liep al een tijd niet goed tussen mijn vriend en mij. Ik besefte dat ik er een punt achter moest zetten, maar zag op tegen een leven als single. Alles regelen, verhuizen… En dus bleef ik, heel gemakzuchtig. Toen hij me bedroog, was dat de schop die ik nodig had om er eindelijk mee te kappen. 
Anderhalve maand later bleek ik zwanger te zijn. Het moet zijn gebeurd in die laatste week. Nog één keer, dacht ik nog. 
Ik was al wat slordiger met de pil, met de gedachte dat ik die binnenkort toch niet meer nodig zou hebben. En bam, zwanger. Ik had voor een abortus moeten gaan. Dat klinkt misschien koud, maar toen was het nog geen kindje, gewoon een 
bevrucht eitje. Maar ik was – weer – laks. De relatie had er zes jaar zo ingehakt, mijn vriend had mijn zelfvertrouwen 
zo naar beneden gehaald, dat het voelde alsof ik niet meer zelf iets kon beslissen. Het lukte me pas om bij hem weg te gaan toen ik écht niet anders kon. Die abortus was iets wat ik wel overwoog, maar waar ik uiteindelijk niets voor deed. Ik leefde een beetje als een zombie. Niet blij met het kind in mijn buik, maar niet in staat actie te ondernemen.’

Waardeloze moeder

‘Nachtenlang heb ik wakker gelegen. Hopend, biddend zelfs dat het gewoon zou verdwijnen. Ik wilde geen kind. En 
al helemaal geen kind van mijn ex. Zo veel vrouwen krijgen een miskraam, bij zo veel vrouwen loopt het mis. Waarom kon het bij mij niet fout gaan? Dat deed het niet, natuurlijk, en ik beviel van een gezonde dochter. Terwijl ik mezelf eerder als een jongensmoeder zag. Dat was al niet echt een goede start. Ik had gehoopt dat de moedergevoelens vanzelf zouden komen bij de geboorte. Want dat lees je altijd, dat je verliefd wordt op je kind 
zodra het op je buik wordt gelegd. Maar ik voelde alleen afkeer. Ik had zo veel pijn gehad, was zo verdrietig geweest omdat 
ik zonder man moest bevallen. Het kind dat op mijn buik werd gelegd, vertegenwoordigde niets anders dan leed. Hoe 
kon ik daar dan verliefd op worden? Mijn moeder was bij de bevalling om me bij te staan. Ze schrok toen ik haar vertelde dat ik zwanger was, maar was daarna helemaal in de wolken omdat ze oma zou worden. Die eerste dagen zocht ze me elke dag op in het ziekenhuis, haar kleindochter trots in haar armen. Er kwam 
bezoek, de hele dag door. Ik glimlachte, knikte, kuste en knuffelde. De stralende mama was ik. Alleen, maar dat maakte niets uit. Ik zou het wel even in mijn 
eentje doen, toch? Iedereen zei dat ze het zo knap vonden van me en ik glimlachte dapper, maar vanbinnen voelde ik niets. Geen dapperheid, geen blijheid. Er was alleen maar die ene gedachte: wat heb 
ik gedaan? Een paniek die zo overwel-
digend was, dat het alles overnam. Als het bezoek vertrok en mijn dochter begon te huilen, kreeg ik haar niet getroost. Wanneer de verpleegster kwam en haar van me overnam, stopte ze meteen met huilen. Ik was een waardeloze moeder. En mijn dochter wist het.’

Leuk duo

‘Na drie dagen mocht ik naar huis. ‘Jullie kunnen gaan genieten van elkaar,’ zei 
de verpleegster goedbedoeld. Ik kon wel janken. Ik had geen idee hoe het verder moest. Ik had wel een crèche geregeld en er was – met hulp van mijn moeder – een kinderkamer in mijn appartement. Maar de gedachte alleen te moeten zorgen voor mijn kind, non-stop, vond ik verschrikkelijk. Ik doe het, inmiddels al twee jaar. 
Zo plichtsbewust mogelijk zorg ik voor mijn dochter. Ik zorg voor regelmaat, we lezen boekjes voor het slapengaan en in het weekend ga ik met haar naar de speeltuin. Iedereen vindt ons zo’n leuk duo. ‘Jullie zijn zo hecht, dat zie je,’ 
zeggen mensen. Ze zouden eens moeten weten hoe ik me echt voel… Het is niet zo dat ik haar haat, maar houden van? Nee. Als ik de tijd kon terugdraaien, zou ze er niet zijn geweest. En daar voel ik me 
natuurlijk ontzettend schuldig over. Dat compenseer ik door zo goed mogelijk voor haar te zorgen, maar ik wéét dat ze voelt dat ik niet van haar hou zoals een moeder dat hoort te doen. We zullen nooit spontaan knuffelen, bijvoorbeeld, terwijl ze met mijn moeder wél heel lichamelijk is. Als ik bij mijn moeder ben en ze valt, zal ze altijd naar ‘omi’ lopen, niet naar mij. Niemand is zo eerlijk als een kind. Mijn ex is totaal niet in beeld. Ik heb 
hem verteld dat ik zwanger was, maar hij had al een ander leven intussen, met een nieuwe vriendin. Wij pasten daar niet in. Ik had kunnen procederen om hem de verantwoordelijkheid voor zijn kind te 
laten nemen, maar ik had er de energie niet voor. Misschien zou het beter gaan tussen Mara en mij als ze af en toe een weekend weg was naar haar vader en ik zo tijd zou hebben om iets voor mezelf te doen. Ik kan jaloers kijken naar vriendinnen die hun kinderen in co-ouderschap opvoeden. Ze vertellen dan hoe erg ze het vinden dat ze hun kind een week moeten missen. Ik zou er zó veel voor over hebben om haar om de week niet te hoeven opvoeden.’

Slecht mens

‘Niemand weet dat ik me zo voel. 
Niemand zou me begrijpen. De enige 
die er een vermoeden van heeft, is mijn moeder. Eén keer heb ik gezegd dat ik 
het moeilijk had. Maar nog voor ik kon vertellen over mijn gevoelens, begon ze 
te sussen en tips te geven. Dat ik het tijd moest geven, en dat ik op tijd moest gaan slapen. Ik denk dat ze voelt dat het niet goed zit met mijn moederliefde, maar 
erover praten lukt ons niet. Het lucht me dan ook enorm op om op deze manier mijn verhaal te doen. 
Al twee jaar heb ik het gevoel dat ik een slecht mens ben. Ik troost mezelf met de gedachte dat ze niets tekort komt. Ik verwaarloos haar niet, ze draagt mooie kleren, we doen leuke dingen. Maar het knagende gevoel blijft. Ik hoop dat ik ooit echt van haar zal houden.’

Sonja (32) houdt zielsveel van haar zoontje, maar van haar dochter… niet. Al sinds de zwangerschap lukt het haar niet om dat gevoel los te laten.


‘Ik heb het al zo vaak gedacht, om die 
gedachte vervolgens beschaamd weer weg te duwen. Maar het komt altijd 
terug: had ik het maar bij één kind 
gehouden. Ons zoontje was nog geen jaar toen mijn vriend begon over een tweede. Mijn gevoel zei nee, maar dat zei ik niet. Ik stelde het gewoon even uit, dacht dat ik nog wat tijd nodig had. Mijn vriend 
begon er steeds vaker over, tot ik op den duur, tijdens een romantisch etentje en met iets te veel wijn op dacht: waarom ook niet? Een maand later was ik zwanger en vanaf het moment dat ik de positieve test in mijn handen had, was er de spijt. Ik wilde dit eigenlijk helemaal niet. Het leven met één kind was een omschakeling geweest, maar inmiddels lukte 
het ons goed. We werkten allebei, in het weekend deden we leuke dingen met onze zoon, we waren een gelukkig gezin. Een tweede kind, dat was dubbel zo veel werk. Twee kinderen breng je niet zomaar even naar een vriendin als je een uurtje voor jezelf wilt. Een tweede kind, dat betekende gewoon problemen.’

‘Toen ze geboren was, dacht ik alleen maar: daar gaat mijn leven’

Het ligt aan mij

‘De hele zwangerschap bleven die donkere gedachten door mijn hoofd spoken, en ook al probeerde ik ertegenin te gaan, ik kreeg ze niet weg. Toen Rosa geboren werd, was er niets van de euforie die ik na de eerste bevalling had gevoeld. Niets van de liefde, de ontroering of de warmte. Ik dacht alleen maar: daar gaat mijn leven. En zo was het ook echt. Opeens leek het allemaal zo veel drukker. Niet alleen met een baby erbij – terwijl ik net gewend was aan een flinke peuter die al net een beetje zelfstandiger werd – maar ook omwille van het feit dat het er opeens twee waren. Als ik samen met mijn vriend op stap was, ging het nog. Maar als hij moest werken, vond ik het allemaal zo moeilijk. Even naar het park om met Mathijs naar de schommel te gaan? Begin er maar aan met een baby die nét dan honger krijgt 
of een schone luier nodig heeft. Leuk een boekje lezen met z’n tweetjes, gezellig 
tegen elkaar aan? Lukt nogal moeilijk 
als je dochter begint te krijsen. Het is 
gek, want mijn dochter heeft niets anders 
gedaan dan mijn zoon. Ze vroeg niet overdreven veel aandacht, was geen moeilijke slaper, geen huilbaby. En toch was alles wat er met haar gebeurde me 
altijd net te veel. Als ze ziek werd op 
zondagavond, maakte ik er een drama van – ‘Hoe moet dat morgen met mijn werk?’ – terwijl Mathijs natuurlijk ook ziek werd af en toe. Ik kan van Rosa 
gewoon minder verdragen. Het ligt niet aan haar, het ligt aan mij.’

Net een stiefkind

‘Intussen is Mathijs vijf, Rosa drie. Maar mijn gevoel is niet veranderd. Ik hou wel van haar, natuurlijk wel. Maar het is niet zoals bij Mathijs. Het lijkt soms of mijn dochter een stiefkind van me is, gevoelsmatig. Ik zorg voor haar, ze hoort bij het gezin, maar diep vanbinnen heeft ze niet dezelfde plek in mijn hart. Mijn vriend merkt wel dat ik meer naar Mathijs trek, maar hij denkt dat het komt doordat de band tussen een moeder en haar zoon toch anders is. Over wat ik voel voor onze dochter praat ik niet. Met niemand. Ik vind het al zo erg dat ik het denk, laat staan dat ik het zou uitspreken… We hebben twee makkelijke kinderen, als ik het objectief bekijk. Ze zijn lief, spelen leuk samen, er zijn geen grote problemen. En toch. Voor mij was ons gezin compleet toen we nog met z’n drietjes waren. Ik hoop dat het beter wordt als ze groter is – maar dat hoop ik al drie jaar. Ik probeer te roeien met de riemen die ik heb. En 
dat doe ik goed, als ik mijn omgeving zo hoor. Niemand die vermoed dat ik spijt heb van haar. ‘Het is wel veel, zo’n tweede,’ dat begrijpt iedereen. Maar als ik zou zeggen wat ik echt voel, zou níemand 
het begrijpen. Een tijd geleden had ik het met vriendinnen over kinderen. Iemand begon over net zo veel houden van je tweede kind. ‘Gek he,’ zei die vriendin, ‘vóór mijn dochter werd geboren, dacht 
ik dat ik nooit zo veel van haar zou kunnen houden als van haar zus. Maar toch is het zo.’ Het liefst was ik in huilen 
uitgebarsten. Ik zou er zo veel voor over hebben om gewoon, ongecompliceerd van mijn dochter te houden.’

Donkergrijze wolk

Psycholoog Laura Vergoot: ‘Het is niet altijd de oorzaak, maar een postnatale depressie ligt wel vaak aan de basis van het ontbreken van dat oermoedergevoel. Tien tot veertien procent van de vrouwen krijgt te maken met zo’n depressie, maar erover praten – laat staan hulp zoeken en krijgen – gebeurt nog veel te weinig. Jammer, want een op tien, dat is geen uitzondering meer. En het is al helemaal jammer als je weet dat zo’n veertig procent van de vrouwen met een postnatale depressie er chronische psychologische problemen aan overhouden als ze niet de juiste begeleiding krijgen. Een van de symptomen van een postnatale depressie: geen liefde voor je kind voelen. Heel vaak is dat dus iets waar je, met hulp, aan kunt werken.’

Heb jij het moeilijk? Praat met je huisarts of kraamhulp, die luistert onbevooroordeeld en kan je verder helpen.

Loodzware last

We vinden het allemaal vanzelfsprekend dat het moedergevoel er gewoon is, maar dat 
is het niet, zegt psycholoog Laura Vergoot: ‘Spijt hebben van je kind is een huizenhoog 
taboe. En dat is triest, want gevoel kun je niet sturen. Het is er of het is er niet. Vrouwen 
die moeder worden en daar eigenlijk spijt van hebben, hebben een loodzware last te 
dragen. Niet alleen is er de spijt om het kind dat ze eigenlijk niet wilden, er is ook het schuldgevoel omdat ze niet of niet genoeg voelen. Ook dat er mensen zijn die er bewust voor kiezen om kinderloos te blijven, is nog altijd niet geaccepteerd in onze samenleving. Het wordt gezien als koud en egoïstisch. Dat is ontzettend jammer, want ja: er zijn vrouwen die geen moedergevoel hebben. En daar is helemaal niks mis mee. Het gaat pas mis als 
die vrouwen – onder druk van hun omgeving – toch aan kinderen beginnen.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 4 – 2017. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «