Survivalen door de ‘neeeee!’-fase

Twee is nee

De peuterpuberteit, ‘twee is nee’, een eigen willetje – op de tweede verjaardag van zoon Julian (inmiddels 3) hoorde Anouk (33) alle termen voorbijkomen. ‘Ik dacht vooral: het zal wel meevallen. Julian was juist een makkelijk kind en ik kon me gewoon niet voorstellen dat hij echt zo dwars zou worden. Nou, dat heb ik geweten. Ik kon de klok er bijna op gelijk zetten: na zijn tweede verjaardag barstte de peuterpuberteit los. Ineens was ‘nee’ zijn favoriete woord. En andersom: als ik nee zeg, wil hij ja.’

Twee is nee

Bijna alle ouders zullen dit in meer of mindere mate herkennen, weet opvoedkundige Marcha Verdurmen. ‘Rond het tweede jaar krijgt een kind door dat hij of zij een individu is en dat er zoiets bestaat als een eigen mening. Dan gaat ie uitproberen, grenzen opzoeken. Het begint met nee zeggen, maar heeft dat geen effect, dan volgt vaak boosheid of een driftbui. Dat komt voort uit machteloosheid: je kind heeft nog niet genoeg woorden in zijn of haar vocabulaire om goed te kunnen zeggen wat ie wel of niet wil.’ Hoe verklaarbaar ook, Anouk wordt soms stapelgek van Julians dwarse gedrag. ‘Vooral als ik wil opschieten, gaat hij met z’n hakken in het zand.

Op dagen dat hij naar de peuterspeelzaal moet, moet ik eerder opstaan om te zorgen dat hij wordt aangekleed, eet en – het strijdpunt bij uitstek – zijn schoenen aantrekt. Dan wil hij zijn slippers aan terwijl het buiten regent en koud is. Soms voelt het alsof we voortdurend verwikkeld zijn in een soort machtsstrijd.’ Die machtsstrijd ontstaat pas als jij daadwerkelijk de strijd aangaat, meent Marcha Verdurmen. ‘Bepaal om te beginnen wat jij belangrijk genoeg vindt om strijd over te voeren. Wat maakt het uit dat Julian z’n slippers draagt? Leg rustig uit dat hij dan wel natte voeten en koude tenen krijgt. Laat Julian zich daardoor niet overtuigen? Prima, hij merkt vanzelf dat zijn voeten koud worden, daar leert ie van. Wat ook helpt: geef je kind de keuze tussen twee opties. Rode of blauwe broek? Kaas of ham? Zo heeft ie het gevoel inspraak te hebben.’

Ingeving hebben

Inspraak is sowieso een belangrijk woord bij dwarse peuters. Marcha: ‘Als je kind het idee heeft dat hij of zij iets te zeggen heeft, hoeft ie niet zo dwars te doen. Laat merken dat jij erover nadenkt als hij iets rustig vraagt. Op deze manier leer je je kind dat de beste manier is om je zin te krijgen niet drammen of een driftbui is, maar een vraag die op een normale manier wordt gesteld.’ Mooie theorie, vindt Anouk, maar in de praktijk heeft Julian al een driftbui voor ze ook maar íets kan zeggen over rustig een vraag stellen. ‘Zodra hij duidelijk maakt dat hij iets wel of niet wil en hij krijgt zijn zin niet, is het mis.

Soms wordt hij alleen erg boos, maar er zijn genoeg momenten dat hij alles uit de kast haalt: schreeuwen, trappen, dramatisch op de grond vallen… Ik probeer Julians gedrag te negeren, maar dat is niet altijd makkelijk. Af en toe word ik er stapelgek van.’ Het lijkt soms eindeloos te duren, maar echt, ook deze fase gaat voorbij, zegt Marcha Verdurmen. ‘Meestal neemt dit dwarse gedrag af als je kind een jaar of vier is. Dan kan je kind beter uitleggen wat ie wil en beter begrijpen waarom iets wel of niet mag. Tot die tijd is negeren de beste strategie.

Wel is het goed om begrip te tonen voor je peuter. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je boos bent en ik snap dat je niet naar bed wilt, maar het is laat en we gaan nu toch naar boven.’ Op die manier geef je niet toe en blijf je bij je standpunt, maar toon je wél begrip voor de emoties van je zoon of dochter. Voor je kind is dat fijn, ook al verandert het niks aan de situatie.’

Lees ook:
Een peuter die groente eet, zó krijg je het voor mekaar

Lastige opgave

Dat negeren, dat zou Juliëtte (30, moeder van Saar, 3, en Rick, 1) best willen, maar het lukt vaker niet dan wel. ‘Saar is niet makkelijk te negeren. Als ze iets niet wil, komt ze meteen met geschreeuw of een driftbui op de proppen en ook al probeer ik daar geen aandacht aan te besteden, op een gegeven moment moet ik er wel iets mee.

Saar heeft de gewoonte vooral buitenshuis dwars te zijn. In de supermarkt, bijvoorbeeld. Als ik haast heb en zij geen eigen karretje mag, wordt ze boos. Of als ze geen snoepjes mag uitzoeken. Dan krijgt ze een dwarse blik in haar ogen, zet haar handen in haar zij en roept keihard: ‘Nee!’ Houd ik voet bij stuk, dan eindigt het niet zelden in een drama. Ik vind dat behoorlijk gênant en daarom geef ik vaak toe, juist op het moment dat ik dat natuurlijk niet zou moeten doen.’

Wees kort en duidelijk

Buitenshuis kan het gedrag van je kind inderdaad vervelende situaties opleveren, beaamt Marcha Verdurmen. ‘Vooral als anderen zich ermee gaan bemoeien, is dat niet altijd even fijn. Als je kind iets niet wil, leg dan kort en duidelijk uit waarom jij vindt dat het wel moet gebeuren en laat het daarbij. Ga geen strijd aan, geen ellenlange uitleg, zeg gewoon: ‘We nemen geen snoepjes mee, want die hebben we thuis nog.’ Punt. Maakt je kind een drama? Gewoon doorlopen. In de supermarkt kun je je kind best even laten huilen, vind ik. Iets anders is bijvoorbeeld een restaurant. Daar is het niet erg fatsoenlijk om je kind gewoon te negeren. Maar je kunt hem of haar wel meenemen naar de garderobe, de toiletten of desnoods de auto als plek om af te koelen.

‘Saar mikte drie potjes rode kool door het gangpad, ze láát zich niet negeren’

Zorg dat je je kind wel in de gaten houdt, maar geen aandacht geeft.’ En, ook belangrijk: wees voorbereid op wat je peuter allemaal nog meer verzint om aandacht te krijgen. Zo mikte Juliëttes dochter onlangs maar liefst drie potjes groenten door het gangpad in de supermarkt om haar moeders aandacht te krijgen. Met succes, uiteraard. Juliëtte: ‘Saar láát zich gewoon niet negeren.  Laatst had ik me in de winkel voorgenomen dat ik haar geen aandacht zou geven tot ze normaal ging doen. Het gevolg: drie gebroken potten rode kool. Het winkelpersoneel was niet bepaald blij met me.

Grenzen opzoeken

Thuis probeert Saar ook van alles uit. Geef ik haar geen aandacht, dan geeft ze haar broertje nog weleens een mep. Of ze gooit zijn tuitbeker door de kamer. Dan kán ik haar simpelweg niet meer negeren.’ Er is een grens, zegt ook Marcha Verdurmen. ‘Boos zijn mag, slopen en pijn doen niet. Meestal gebeurt dit als de driftbui een beetje op z’n eind loopt. Dan wordt je kind vindingrijker en gaat hij of zij uitproberen wanneer jij wél reageert. Thuis kun je je kind in zo’n geval op de gang zetten, maar ook buitenshuis zijn er mogelijkheden. Zet je kind in de supermarkt desnoods bij de flesseninname, of een andere plek waar ie weinig kwaad kan doen en geen schappen leeg kan trekken.’

Geen zelfbeheersing

Ook Daniëlle (34, moeder van Roos, 2,5) heeft soms grote moeite met het temperament van haar dochter, vooral omdat ze het karakter van Roos maar al te goed kent van zichzelf. Daniëlle: ‘Roos is een felle tante en nu de peuterpuberteit haar volledig in z’n greep heeft, komt die felheid helemaal tot uiting. Haar korte lontje is mij niet vreemd, ik kan zelf ook behoorlijk fel zijn. Er is momenteel niet veel voor nodig om Roos een driftbui te bezorgen. Of het nu gaat om haar pyjama die ze niet wil aantrekken of een dvd die ze van mij niet mag kijken, binnen de kortste keren trekt ze de hele trukendoos aan drama open. Het begint met ‘nee!’ en het eindigt met stampen, krijsen, gillen en schreeuwen. Soms wel twee, drie keer per dag!

Ik had me echt voorgenomen dat ik geen moeder zou worden die tegen haar kind zou schreeuwen, maar in de praktijk moet ik – tot mijn schaamte – toegeven dat van mijn voornemen niet al te veel terechtkomt. Als Roos zo’n dag heeft dat werkelijk alles ‘nee!’ is, reageer ik veel feller dan ik zou willen. Als zij begint te schreeuwen, schreeuw ik net zo hard terug. Ook al weet ik dat het enige resultaat is dat Roos nog verder overstuur raakt.’

Tel tot tien

Dat laatste is ook logisch, volgens Marcha Verdurmen. ‘Als je kind driftig wordt, is zijn of haar ‘emmertje’ vol. En dan stop jij er nog iets bij, namelijk jouw eigen boosheid. Dat komt niet aan en je kind raakt inderdaad alleen maar meer over z’n toeren. Als je het moeilijk vindt je kind te negeren, loop dan naar een andere kamer. Ga iets doen: de planten water geven, koffiezetten, afstoffen – als je maar uit de buurt bent. Ga ook niet kijken bij je kind, daar word je alleen maar bozer van. Wacht tot jullie allebei zijn afgekoeld.’

Bedenk ook dat de fase waar je kind doorheen gaat, ergens goed voor is. Leren dat er grenzen zijn, dat je niet altijd je zin kunt krijgen én hoe je op een goede manier duidelijk kunt maken wat jij wil – dat zijn lessen waar je kind z’n hele leven iets aan heeft.

Marcha Verdurmen: ‘In deze fase leert je kind hoe het werkt in de maatschappij. Het is goed dat hij of zij nu ervaring opdoet met z’n zin niet krijgen. Straks op school zal je kind ook niet altijd kunnen doen of laten wat ie wil en dan is het goed als hij of zij al heeft geleerd hoe je omgaat met grenzen en teleurstellingen. En ook hoe je aan de juf of meester duidelijk maakt wat je graag zou willen. Een leerkracht zal ook niet reageren op een driftbui, wél op de vraag: ‘Mag ik misschien…’ Het is een cliché, maar wel waar: een goed begin is in dit geval echt het halve werk.’

Marcha Verdurmen-Van Wijk is opvoedkundige en heeft een eigen praktijk: Opvoedkundige Praktijk De Vlinder. Kijk voor meer info op: www.opvoedkundige.com.

Credits: tekst Viva Mama | Beeld: iStock

Dit artikel is afkomstig uit VIVA MAMA Editie 8 uit 2019. Bestel hier de nieuwste VIVA-Mama.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.