Verslaafd aan je timeline: ‘Mama kijk nou even. Kijk nou écht!’ roept mijn oudste vaak naar me’

verslaafd telefoon moeder

De smartphone van journalist Nienke Blokhuis is goed voor uren tijdverdrijf. En voor kilo’s schuldgevoel. Want kan ze haar tijd niet beter besteden aan zichzelf of, uhm, haar kinderen?

Tekst Nienke Blokhuis | Beeld iStock

Er is geen plek waar ik me zo bewust ben van mijn telefoongebruik als de speeltuin. Terwijl mijn kinderen kiepwagens door het zand trekken, voel ik het ding alsmaar branden in mijn zak. Nee, spreek ik mezelf dan toe, je gaat je mail niet bekijken. En Buienradar ook niet, je ziet vanzelf wel of het zo gaat regenen. En waarom zou je in godsnaam nu googelen of puntpaprika’s te combineren zijn met tilapiafilet?
Natuurlijk hou ik het nooit lang vol; het ding hoeft maar te piepen en het heeft mijn volle aandacht. En wanneer ik om me heen kijk, denk ik die worsteling ook bij andere ouders te bespeuren. Ik zie hoe ze hun telefoon pakken en weer wegleggen zonder het scherm te openen. Of ze zitten toch aan dat scherm geplakt, en schrikken op als hun kind voor de tweede keer vanaf het klimrek roept dat hij dit ook zonder handen kan. ‘Mama moet nu echt even een mailtje aftikken,’ riep een moeder laatst naar de zandbak. ‘Daarna ben ik weer helemaal bij jou.’ Ze keek even naar mij, met mijn telefoon in de handen. ‘Mama’s moeten soms even mailen,’ riep ze er nog overbodig achteraan, met een dikke knipoog naar mijn bankje. Maar ik was helemaal niet aan het mailen. Ik was hersenloos door Instagram aan het scrollen. Direct verdween mijn telefoon weer in de tas. En zo zat ik, tegen wil en dank, een beetje in het nu te wezen. En wist ik niet of ik die moeder nou dankbaar moest zijn of een stomme trut vond.

‘Mama kijk nou even. Kijk nou écht!’ roept mijn oudste vaak naar me

Voorbeeldgedrag

Eerlijk gezegd baal ik al best lang van dit gedrag. Ik voel hoe het mijn aandacht en energie opslokt, hoe gaar ik ben nadat ik een uur door de feed van een Amerikaanse Instagrammoeder heb geswiped. Leeg voel ik me dan, en niet zen-leeg, maar uitgeknepen, gemangeld en gevriesdroogd. Een film kijken duurt twee keer zo lang, omdat ik tussendoor steeds op mijn telefoon kijk. Een boek krijgt om dezelfde reden niet altijd alle aandacht, net als – slik – mijn kinderen. Als ik vanachter mijn scherm reageer met een afwezig ‘ja jongen, da’s inderdaad een mooie helikopter,’ roept mijn oudste steeds vaker ‘MAAR KIJK NOU MAMA, KIJK NOU ECHT’.
Ook het feit dat ik met mijn telefoon-gedrag een voorbeeld ben voor mijn kinderen, zit me dwars. Regelmatig tref ik mijn jongste van bijna twee aan met een Playmobil kampeerbedje aan zijn oor. Beide jongens weten bovendien haarfijn hoe mijn telefoon werkt, en zelfs de grootste huilbui verdwijnt zodra ik mijn scherm ontgrendel. Niet voor niets hield Steve Jobs zijn bloedeigen kinderen ver van tablets en smartphones. Zijn biograaf Walter Isaacson vertelde in een interview hoe de familie Jobs ’s avonds aan de grote keukentafel zat, discussiërend over boeken, geschiedenis en andere zaken. ‘Niemand haalde ooit een iPad of computer tevoorschijn, en niemand leek verslaafd aan gadgets.’
Dit soort citaten zijn natuurlijk koren op de molen van mijn schuldgevoel. Gelukkig sta ik hier niet alleen in. ‘Het is heel dubbel: het hoort bij onze levens nu, maar toch voel ik me schuldig als ik er weer op zit,’ zegt Eline Cordie, moeder van Puck (19 maanden). ‘Aan de andere kant kan ik niet continu al mijn aandacht op mijn kind richten. Dat lijkt me ook niet goed voor haar. Ik vraag me weleens af hoe mensen dat vroeger deden. Voelden zij zich ook schuldig als ze weer een boek zaten te lezen terwijl hun kind aan het spelen was?’ Vriendin Lisa verbaast zich vooral over de aantrekkingskracht van het schermpje: ‘Fascinerend hoe verslavend die prikkels zijn. Soms ben ik op mijn telefoon naar foto’s van mijn dochter aan het kijken, puur voor de telefoonprikkel, terwijl ze voor mijn neus allemaal leuke dingen doet.’

Over de grens

Om mijn eigen telefoongebruik (en schuldgevoel) iets te beteugelen, heb ik de laatste tijd al diverse pogingen gedaan om te minderen. Zo mag de telefoon niet meer de slaapkamer in, en lukt het steeds beter om niet naar het ding te grijpen als we samen aan tafel zitten. Mijn vriend doet mee, zij het met wat minder overtuiging dan ik. Onder het mom ‘die wekkerradio van jou hoor ik niet’ legt hij op werkdagen toch zijn telefoon naast het bed. En als onze kinderen weer eindeloos lang over de avonddis doen, zie ik hun vader onder tafel swipen. ‘Reageer nou, hij heeft je al drie keer geroepen!’ snerp ik als hij weer aan zijn scherm geplakt zit terwijl onze oudste zoon met een treinset klaarstaat. ‘Dat hoorde ik heus wel, maar dit is wérk,’ schiet hij terug. Alsof dat alles maar rechtvaardigt.

Een paar uur later, als de kinderen op bed liggen, zitten we allebei met onze schermen voor het hoofd op de bank. Doodstil is het. Terwijl ik me afvraag wat een relatietherapeut over dit plaatje zou zeggen.
Bij gedragsverandering hoort ook de confrontatie: hoe erg ben ik nou echt? Om de duvel echt in de ogen te kijken, installeerde ik daarom een app die mijn telefoongebruik bijhoudt. En ja, dat was even schrikken. Het lukt me blijkbaar nauwelijks om me aan mijn limiet van twee uur per dag te houden; na een 
katerige zondagochtend zit ik zelfs dik op het dubbele. Vooral ’s avonds en rond vier uur ’s middags kleurden de statistieken van mijn gedrag gevaarlijk rood. En dat terwijl ik die app installeerde toen ik al een stuk bewuster dacht te zijn. Om moedeloos van te worden, en heel chagrijnig. Waarom is dit toch zo verdomde moeilijk?

Het lukt me steeds beter om aan tafel niet naar dat ding te grijpen

Een shotje nieuw

Misschien was dit niet het beste moment om Sunita Changoe, moeder van Sebastián (4), te spreken. Zij herkent mijn ‘probleem’ namelijk totaal niet. ‘Ik gebruik mijn telefoon in het bijzijn van mijn kind uitsluitend voor foto’s,’ vertelt ze me als ik ernaar vraag. ‘Als ik andere ouders in de speeltuin zie, snap ik niet dat ze het risico durven te nemen. Wat als er iets met je kind gebeurt terwijl jij zit te appen? Bovendien: een kindertijd is eenmalig, daar wil ik zo veel mogelijk van genieten.’ En dus gaat haar mobiel steevast in de vliegtuigmodus als ze in de speeltuin is, checkt ze op gezette tijden haar mail voor haar drie (!) bedrijven en gaat ’s avonds haar telefoon en die van haar partner uit, tot na de bedtijd van hun zoontje. ‘Dat is juist het voordeel van deze telefoons ten opzichte van de oude vaste lijnen,’ zegt ze opgeruimd. ‘Deze kun je tenminste uitzetten.’
Ik kan het haast niet geloven. ‘Brandt die telefoon dan echt nooit in je zak als je in de speeltuin bent?’ vraag ik nog maar eens. Sunita reageert oprecht verbaasd. Ik vertel haar dat apps zo vormgegeven worden dat we er in no time verslaafd aan zijn. Is zij dan totaal niet vatbaar voor de aantrekkingskracht van steeds dat shotje ‘nieuw’? Heeft ze geen last van the Fear Of Missing Out? ‘Misschien is het een generatieding hoor,’ denkt ze hardop, ‘maar ik herken dat gevoel van FOMO gewoon niet. Waarom ben je bang dat je iets mist? Je kunt toch alles later nalezen? En bovendien: buiten je telefoon gebeurt ook zo veel.’
Helemaal waar, maar toch. Kijk ik naast mijn scherm, dan zie ik mijn jongste zoon op de schommel, mijn oudste doet zijn bekende politieachtervolgingsact. Heel leuk en grappig, maar na een halfuurtje is het, eerlijk is eerlijk, ook best saai. Op die momenten grijp ik vaak naar mijn telefoon, op zoek naar een fix die toch wat spannender is. Journalist Meredith Hale beschrijft het treffend in de Washington Post, in een stuk over haar telefoonverslaving: ‘Sommige momenten zijn als ouder minder spannend, zoals Thomas de Trein rond het eiland Sodor zien tuffen, of voor de achtste keer een Elsa-vlecht maken. Dan is mijn iPhone mijn excuus om de saaie delen van het ouderschap te ontwijken, en om tijdelijk in mijn eigen wereld te verdwijnen.’
Als ik dit check bij de andere moeders, wordt er instemmend gereageerd. Eline heeft ooit een blauwe maandag een cursus mindfulness voor moeders geprobeerd. ‘Het was niet echt iets voor mij, maar wat ik wel leerde, is dat ik kennelijk elk moment vermaakt moet worden. Het mag nooit saai zijn.’ Wat niet echt helpt, zijn alle mooie plaatjes waar je tegenwoordig op social media mee wordt doodgegooid. Eline: ‘Vroeger had je alleen de buurvrouw waarmee je je-
zelf kon vergelijken, maar nu zie je op mamablogs hoe mooie moeders dagelijks taarten bakken temidden van prachtig houten speelgoed. En dat 
allemaal ‘in het moment’ natuurlijk, zonder telefoon.’

Ik ben er niet

Maar ho. Wat is dan eigenlijk precies 
het probleem? Ons telefoongedrag, of dat schuldgevoel omdat we even geen zin hebben in zandtaarten? Volgens Meredith Hale moeten we niet zeuren: hoewel ze de saaiheid erkent, vindt ze dat dit geen excuus mag zijn om je kinderen te negeren. Weet wel: Hale kwam van ver. Tijdens de piek van 
haar verslaving liet ze haar kinderen 
in de auto wachten, ingesnoerd in hun stoeltjes, omdat zij vóór het wegrijden per se nog even door haar Linkedin-uitnodigingen moest scrollen.
Goddank is het met mij niet zo erg gesteld, en via mijn app zie ik dat mijn dagen minder felrood zijn. Het gevriesdroogde gevoel op de bank blijft gelukkig ook steeds vaker uit. Toch blijft het een worsteling; het wordt er immers niet spannender op naast het klimrek. Volgens Bouwien Jansen is het iets wat nou eenmaal hoort bij die jaren met kleine kinderen. ‘Het is zelfs best logisch dat je dan zo vaak op je telefoon zit. Je hebt al zo weinig tijd voor jezelf. Met je smartphone kun je je heel even terugtrekken, totdat iemand weer iets van je vraagt. Met een boek is dat niet te doen.’ Volgens Bouwien wordt het beter naarmate de kinderen ouder worden. ‘Mijn zoon en dochter zijn nu kleuter-af, dat saaie wachten in de speeltuin is grotendeels voorbij. De gesprekken zijn beter, hun boeken leuker, de spelletjes spannender.’ Neemt niet weg dat ze 
nog steeds graag op haar telefoon kijkt. ‘Maar het scheelt dat ik me er in elk geval bewust van ben. Bovendien zijn 
ze nu zo oud dat ze me op mijn gedrag wijzen. ‘Zit toch niet steeds op die 
telefoon!’ schreeuwde mijn dochter laatst toen we buiten waren. Ja, dat was wel even gênant.’
Voorlopig mag de app nog even blijven op mijn telefoon, puur om me bij de les te houden. En als ik dan toch over mijn dagelijkse limiet ga, probeer ik daar ook weer niet te moeilijk over te doen. Blijkbaar was het gewoon een suffe 
dag, of had ik net een fijne longread te pakken. Zolang ik mijn kinderen niet eindeloos in autostoeltjes laat wachten, zit ik veilig. En met dat saaie komt het later ook wel goed. Dan kunnen we eindelijk aan de keukentafel volop discussiëren over geschiedenis, boeken en andere zaken.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 6 – 2017. De editie kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «