Waarom ik nooit meer met mijn kinderen naar de Efteling ga

We zijn er bijijijijnaaa! Vier kinderen stuiteren door de auto, op weg van Amsterdam naar Kaatsheuvel. De Britse kindjes van mijn vriendin hebben geen idee waar ze zo enthousiast over zijn, maar worden aangestoken door het enthousiasme van mijn kids.

We parkeren in de rij van draak nummer vijf (oh, slechts een tientje per dag? Daar lachen wij om in Amsterdam!) en na een slechts half uurtje in de rij voor de kassa mogen we onze creditcard trekken. Gelukkig had mijn moeder punten gespaard bij Albert Heijn, want een kaartjes kopen voor zes personen is echt niet grappig zonder korting. Eenmaal binnen raak ik overspoeld door nostalgie. Ik zie mezelf weer als klein meisje door het sprookjesbos huppelen en griezelen in het spookslot. Mijn moeder stond altijd een beetje groen om de neus te zwaaien als ik voor de derde keer in de Python ging, of in die Piratenboot die je zo heerlijk omhoog zwiept. Dat gun ik mijn kinderen ook!

Pratende prullenbakken
Gewapend met een plattegrond beginnen we aan een wandeling door het park. Grappig trouwens, hoe mijn kinderen de honderd meter naar de supermarkt nauwelijks kunnen overbruggen zonder zeuren, struikelen en zemelen, maar dat zes uur wandelen door een pretpark ze prima afgaat. Aangezien mijn grut hier eerder is geweest, nemen ze dapper de leiding en wijzen hun Britse vriendjes op al het moois dat de Efteling te bieden heeft. Niet de Python en het Piratenschip, maar de winkels vol plastic prullaria, en prullenbakken die je rommel opzuigen en tegen je praten als je er wat in gooit. Een absolute topattractie, bij de eerste Holle Bolle Gijsbak zijn we zeker 20 minuten zoet. En bij de tweede ook. Mama gaat er maar even bij zitten met een krentenbol, wachtend op de echte attracties.

Enge draak
Als we dan eindelijk bij het Sprookjesbos aan komen krijgt mijn oudste een paniekaanval. Hij is panisch voor de grote draak, en is de hele route alleen maar bezig met bedenken hoe hij dat enge beest kan omzeilen. Dus rennen we met zijn zessen in flink tempo langs boze wolven en munten poepende ezels, vangen nog net iets op van een slapend Doornroosje en komen pas tot rust als we het sprookjesbos weer uit lopen. Ik moet thuis ook Roodkapje al gecensureerd voorlezen, want zo veel spanning trekken die mannetjes van mij niet. Een levensgrote draak is echt te veel voor een zesjarige held op sokken.

Mottige kamelen
Dan maar even iets minder engs: na een slaapverwekkend ritje in D’oude Tuffer (letterlijk: de jongste is al ingedommeld) komen we bij de Fata Morgana. Hier gaat kind nummer twee in de remmen. Te eng, zo’n vaartochtje langs mechanisch bewegende buikdanseressen en mottige kamelen. Bij het Piratenschip wordt het niet beter. Mijn held op sokken haakt af, net als één van de Britse logeetjes. Met de overgebleven twee stap ik in mijn jeugddroom, om de volgende twee minuten alleen nog maar troostend over het bolletje van mijn logeetje te aaien. Hij brult het uit en braakt nog net zijn krentenbol niet over me heen.

Holle bolle Gijsbak
Ik speur de plattegrond af naar een stressloze attractie en kom uit bij het Land van Laaf. Goddank, dat valt in goede aarde. De kiddo’s zijn niet meer van de glijbanen af te slaan en hebben aan het eind van de middag blauwe billen van de wip. Er wordt nog wat uitbundig geschommeld en tikkertje gespeeld. Op de terugweg maak ik de balans op, en kom tot de conclusie dat de speeltuin in het park achter mijn huis ook glijbanen, een wip en een schommel heeft. Helemaal gratis en zonder parkeerkosten. Voor het geld dat ik daar aan overhoud knutsel ik met een oude stofzuiger zelf wel een Holle Bolle Gijs vuilnisbak in elkaar.

foto:eigen bezit