Zou je dat nou wel doen? Zo deal je met ongevraagd advies over de opvoeding

uitbreiding vaderschapsverlof

Ongevraagd advies over de opvoeding van je kind komt meestal niet op het juiste moment. Of nee wacht: er ís geen juist moment voor ongevraagd advies. Journalist Milou vraagt zich af: hoe deal je met bemoeizuchtige buitenstaanders?

Tekst Milou van der Will | Beeld Shutterstock

‘Ik kan dit,’ fluister ik mezelf toe. Ik. Kan. Dit. Mijn kinderen zitten vastgebonden op de fiets en de bagage is in de grote maar te kleine fietsmand gepropt. Nu wurm ik mezelf (diep! inademen!) tussen die twee zeer beweeglijke kinders en zwiep de o zo handig inklapbare buggy quasi-nonchalant over mijn schouder (note to self: pas op voor kind achterop).
Joe, ik zit. Zie je nou wel: ik kan dit. Langzaam maar zeker breng ik de fiets in beweging. Het stoepje voor de deur hups ik behendig af. Klaar om naar de plaats van bestemming te trappen. En dan hoor ik haar stem naast me. ‘Nee toch?!’
Het is de buurvrouw, die ene die graag kletspraatjes maakt wanneer je er niet op zit te wachten. Dit is zo’n moment. ‘Ahh, nee toch?’ herhaalt ze als ik niet reageer. Ik kijk om, fake glimlach, kiezen op elkaar. Zij windt er ondertussen geen doekjes om, zo in alle vroegte. ‘Zeg, ik vind dit echt onverantwoord hoor, wat je doet. Dit kan niet, het is hartstikke gevaarlijk.’

Hoe durf je?

Adem in, adem uit. Even uit het moment stappen. Helikopterview op de situatie. 
Uiteraard wil ik in eerste instantie haar kop eraf hakken. Met een kartelig kapmes. Maar, heel eerlijk, is het niet verfrissend om na te denken over waaróm ik dat wil? Heb ik gewoon geen zin om met haar te praten? Zou kunnen. Is het omdat ik ervan overtuigd ben dat ze ongelijk heeft? Mwah… Of is het omdat ze iets benoemt wat ik zelf ook wel weet, maar niet wil horen? Niet nu, niet van haar, gewoon niet niet.

Het voorval doet me denken aan die arme Lieke van Lexmond die na het posten van een foto met haar pasgeboren baby in de draagdoek op de fiets een enorme bak stront over zich heen kreeg, omdat het onverantwoord zou zijn. Daar is zo’n bemoeigrage buuf dan niks bij. Maar hoe dúrfde ze ook. Met een baby. Op de fiets!

Adviezenkanon

Nog zoiets, toen mijn zoon net geboren was. Samen wandelden we voor het eerst naar het consultatiebureau. Ik had me uitvoerig laten waarschuwen over het soort mensch dat daar werkt, maar dacht dat het zou meevallen. Tot ik het kantoor van de consultatiebureaumevrouw binnenliep. Het eerste (echt!) wat ze over mijn mooie, lieve, schattige, te gekke 
(zei ik al mooie?) pasgeboren baby’tje zei, was: ‘Nou… ik vind hem er níet goed uitzien.’ Ze legde de bijzondere nadruk op het woordje ‘niet’, waarbij ze haar toch 
al schelle stem een tandje hoger aanzette.

Ze refereerde overigens aan de walletjes onder zijn ogen, iets wat gewoon bij hem hoorde (en inmiddels allang is bijgetrokken ja!). Ik stamelde iets in de trant van ‘ja-maar-zo-ziet-hij-er-gewoon-uit’, maar mijn woorden leken in de lucht op te lossen toen ze haar kanon met goedbedoelde adviezen over rust en regelmaat op 
me af vuurde. Jep, duidelijk gevalletje kop-eraf-hakken.

Taart met handgranaten

Mijn zoontje nam afscheid op het kin-derdagverblijf. Hij wilde per se op een snoepjestaart trakteren. Vierjarigen kunnen daarin zeer vasthoudend zijn. Dus 
ja, waarom ook niet, dacht ik, na al die jaren verantwoorde rozijntjes. We maakten een heerlijke snoepjestaart. Na het traktatiemoment liet ik de foto van de taart (een beetje trots) zien aan een niet nader te noemen bekende Nederlander die ik interviewde. Haar ogen puilden werkelijk uit toen ze de foto zag. Ze keek me aan alsof ik de taart had versierd met handgranaten. Daarna trok ze haar neus op, alsof ik drie dagen mijn tanden niet had gepoetst. Zohohoiets zou zij dus super-nevernooit doen… Ik voelde de neiging om me te verdedigen. Om uit te 
leggen dat ik normaal ook #teamhealthy ben, maar dat hij het zo graag had gewild en, en, en…

Bemoeizuchtige buitenschil

Goedbedoeld en ongevraagd advies kent vele vormen, maar over het algemeen zijn er drie hoofdcategorieën te onderscheiden, gebaseerd op het type adviseur. Allereerst is daar: de oma. Deze adviseur vertegenwoordigt ‘de oudere generatie’ en gooit willekeurig in te vullen zinnen naar je, zoals ‘vroeger had je niet eens een…’ en ‘wij zijn ook gewoon groot 
geworden met…’. Dit advies wordt doorgaans stellig gepresenteerd en het is niet de bedoeling dat je erop reageert, want eerlijk (hier klinkt een gemene grinnik): wat weet jíj er nu eigenlijk van? Je komt zelf net uit de luiers.
Type twee: de hyperintelligente vriendin. Zij is gezegend met uitzonderlijk veel 
verstand van opvoeden. En lucky you:
jij profiteert daar dus van. Ze verrast je 
te pas en te onpas met haar ‘gouden tips’ die ‘echt altijd werken’. Probeer maar. 
Ja, nu ja.

Type drie, had je kunnen verwachten, is de buurvrouw. Zij staat voor de bemoeizuchtige buitenschil van je omgeving. De mensen met een mening. Over alles. En dus ook over jou en je kind en de wijze waarop jij (onder)handelt met ‘dat kind’. Kenmerkend aan dit type adviseur is 
dan weer een besmuikt lachje, dat moet benadrukken dat ze er zelf ook niets aan kunnen doen dat zij het zo goed weten en jij een prutser bent. Ze willen je ‘alleen maar helpen’.

Je gezin is als bedrijf

‘Ongevraagde adviezen worden als 
irritant ervaren, omdat ze vaak een te 
algemeen karakter hebben,’ vertelt opvoedcoach en ontwikkelingspsycholoog Shereen Alberto. Vanuit haar Pedagogisch Steunpunt Nederland helpt ze 
ouders bij de opvoeding. ‘Elk kind is 
anders, dus die goedbedoelde tip is vaak helemaal niet bruikbaar.’ Daarbij komt dat het moeilijk is om kritiek te ontvangen op iets wat zo dicht bij je staat. ‘Je kinderen en je gezin vallen in je eerste cirkel,’ legt Alberto uit. “Alles wat daarbinnen gebeurt, gaat over de normen en waarden die jij met je kinderen hebt. Bijna niemand vindt het prettig als een buitenstaander zich daarin mengt. Vergelijk het gezin maar eens met een bedrijf dat jij dag in dag uit runt. Jij kent de ins en outs en als vervolgens iemand van buiten iets algemeens over dat bedrijf roept, heb je ook de neiging om te zeggen: ‘Je weet niet waar je over praat.”

Maar wacht even, ik doe het zelf ook! 
Zo hoor ik mezelf ineens tegen een 
vriendin zeggen dat ze haar zoon echt wat vaker neusspray moet geven tegen die chronische snottebellen. Werkt goed 
bij mijn dochter, namelijk. Ehh… wie zegt dat het ook bij haar zoon werkt? Niemand. En, belangrijker nog, heeft ze mij om die tip gevraagd? Nope. ‘We doen het allemaal,’ lacht Alberto. ‘Het is mens-eigen om ongevraagd advies te geven. Maar het 
is geen slecht idee om er een beetje op te letten. Je kent de situatie vaak niet volledig, waardoor je dus eigenlijk een onge
nuanceerd oordeel uitspreekt.’

Oordeel-angst

Laatst vertelde een andere vriendin enigszins beschaamd dat haar tweejarige dochter nog steeds bij haar op de kamer slaapt. Het is de enige manier waarop ze nog een beetje nachtrust krijgt. Vooral de schaamte in haar toon zette me aan het denken. Wat is er gebeurd waardoor zij zich moet schamen voor iets wat kennelijk uitstekend werkt? Waarom oordelen we zo streng en waarom zijn we zo bang voor het oordeel van die ander?

Gaat het misschien om een vorm van 
twijfel die je sowieso al hebt, en kan worden bevestigd door een wildvreemde? ‘Als je net moeder bent, sta je aan het 
begin van een leerproces. Dat brengt als vanzelfsprekend veel onzekerheid met 
zich mee,’ bevestigt Alberto. ‘En juist die onzekerheid maakt het lastig om kritiek 
te verwerken. Je hebt het al druk zat met 
je eigen lessen.’ Toch kan het volgens 
haar ook juist fijn zijn als iemand je ergens bewust van maakt, maar alles valt of staat bij de manier waarop het gebracht wordt. ‘Probeer het daarom zo positief mogelijk 
te benoemen, met respect voor de eigen 
visie van die persoon.’ En tja, dat het lang niet altijd zo gaat, moeten we dan maar voor lief nemen. Vriendelijk knikken… 
en door.

O, en mijn buurvrouw? Leeft nog. Die heb ik nog een plezierige dag gewenst.

Hoe zeg je het?

Oké, oké, je mag je er eigenlijk niet mee bemoeien, maar er móet je echt iets van het hart. Hoe pak je dat slim aan?
Opvoedcoach Shereen Alberto: ‘Begin met iets positiefs. Benoem bijvoorbeeld dat je het knap vindt hoe iemand bepaalde dingen doet. Vervolgens is het van belang om ook hetgeen waar je kritiek op hebt op een positieve manier ter sprake te brengen. Gaat het bijvoorbeeld om iemand die veel schreeuwt tegen z’n kind, dan kun je zeggen: ‘Kinderen reageren over het algemeen heel goed op zacht praten en lieflijk taalgebruik.’ Je hoeft het woord schreeuwen niet eens te gebruiken.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA Mama 3 – 2017. Je kunt de editie hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «