De eerste baan van Jolice: ‘Ik kwam er na twee jaar achter dat pizzabakker Mario geen Mario heette, en ook niet Italiaans was’

Eén en al gezelligheid, zo herinnert Jolice (33) zich haar eerste baantje bij de Italiaan. ‘Mijn baas Mario zorgde altijd voor reuring. En hij maakte zulke lekkere pizza’s dat ik er pas veel later achter kwam dat hij niet echt Italiaans was. En ook niet echt Mario heette trouwens.’

Tekst: Kim Buitenhuis | Beeld: Anke van der Meer

Eerste baan: Serveerster in een Italiaans restaurant in Bloemendaal
Verdiensten in die tijd: ‘€ 30 tot € 40 per avond, dat hing af van de fooien.’
Huidige baan: Management assistent bij Blooming Media
Mooi op CV: ‘Dat ik op mijn 25ste samen met een toenmalige collega een eigen agentschap voor acteurs ben gestart. Na negen jaar als agent gewerkt te hebben, was ik toe aan iets anders. Ik ben er trots op dat het me is gelukt een succesvol bedrijf te starten.’

Speciale herinnering

‘De sfeer was altijd goed: één grote gezellige boel met leuke collega’s. Ik was de jongste van het stel, want ik werkte er al op mijn vijftiende. Mijn baas was een drukke man die altijd zorgde voor reuring. Zoals de keer dat hij door zijn handgebaren het espressokopje uit mijn armen maaide. Die belandde zo op de witte jas van een klant. Oeps! Wat ik nooit zal vergeten, was het moment waarop ik erachter kwam dat onze pizzabakker Mario helemaal geen Mario heette. En dat terwijl ik al twee jaar met hem werkte. Hij had ook geen Italiaanse roots, maar kwam uit Marokko en heette Mohammed. Aangezien iedereen hem nu eenmaal zo noemde en hij de lekkerste pizza’s bakte, was ik er altijd vanuit gegaan dat hij Italiaans was. Niet dus.’

Hoe het begon…

‘Na mijn oppasbaantje was ik klaar voor iets anders. Ik kende een meisje dat bij de pizzeria in het dorp werkte. Ze vertelde dat het leuk was en goed verdiende. Dat zag ik wel zitten. Ik ging langs en werd meteen aangenomen. Mijn werkzaamheden? Van serveren en brood snijden tot bestellingen opnemen en bardienst draaien. Ik werkte twee avonden in de week, vaak op donderdag en zaterdag, en zo’n vijf uur per avond.’

Jongen van de snackbar

‘Mijn ouders kwamen vaak langs. Dat vond ik irritant, want ik wilde eigenlijk met ze mee eten, zo lekker was het menu. Verder bediende ik regelmatig bekenden uit het dorp. Zenuwachtig werd ik daar niet van, ook niet als er een leuke jongen binnenstapte. Mijn vriendje werkte twee deuren verderop bij de snackbar. Dat vond mijn baas helemaal niks. ‘Jij kan toch veel beter krijgen dan de jongen van de snackbar?!’ zei hij vaak.’

Grote les

‘Geduldig en vriendelijk blijven. Ik heb daarna nog veel meer baantjes in de horeca gehad. Dat bleef favoriet vanwege de verschillende contacten en het afwisselende werk. Mensen komen meestal voor een gezellige avond, toch leuk dat jij ze die kunt geven. Natuurlijk krijg je ook te maken met minder aardige types, maar op zo’n moment ging ik juist extra vriendelijk doen. Dat doe ik nu nog steeds: als iemand heel chagrijnig is, blijf ik juist heel kalm en vrolijk.’

Meer mannen

‘Na zeven jaar mijn eigen agentschap te hebben gehad, werd het tijd voor iets anders. En ik wilde ook graag met meer mannen werken. De afgelopen negen jaar had ik alleen maar vrouwen om me heen gehad op werk, dus dat leek me een goede afwisseling. Inmiddels werk ik als enige vrouw bij een tv-bedrijf dat series en formats maakt. Ik doe van alles, van moodboards maken tot complete series ontwikkelen. Heel leuk!’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 20-2018. VIVA400 is powered by Renault Captur.