‘Zo’n band met mijn collega’s vind ik nooit meer’

Hetzelfde beroep in een compleet andere wereld. In deze portrettenserie ontmoeten we de komende weken twee vrouwen die elkaar uithoren over hun werk. Deze week: twee sporters in hart en nieren.

VIVA samen met Defensie

Evelien Martens (30) en Ichelle Willems (24) zijn allebei sportinstructeur. De een geeft les aan studenten en de ander traint – hoe jong ook – militairen bij Defensie.  ‘Als ik iemand train of opleid die hoger in rang is, dan ben ik tóch de baas.’

Evelien:Na mijn CIOS-opleiding heb ik serieus even getwijfeld tussen de theoretische kant van de ALO, de academie voor lichamelijke opvoeding, en werken voor Defensie. Maar het feit dat je dan op uitzending moet, hield me tegen. Hoe is dat voor jou?’

Ichelle: ‘Toevallig heb ik vorige week te horen gekregen dat ik in 2018 ga. Als je voor Defensie kiest, dan kies je er inderdaad ook voor om geregeld op uitzending of op oefening te gaan. Ik heb er juist veel zin in.’

‘Verder leek Defensie me overigens geweldig: lekker sporten en met z’n allen hard werken. Er wordt denk ik wel met meer discipline gesport, of klopt dat niet?’

‘Het is echt niet zo dat elke militair de hele dag aan het sporten is,  hoor! Het is een misvatting dat we alleen maar aan bootcamp en vechten doen. In je opleiding is sport een belangrijk onderdeel om je fysiek en mentaal fit te krijgen en te houden. Je doorzettingsvermogen wordt op deze manier ook getraind. Na je opleiding moet je het gewoon zelf bijhouden, maar dat hangt ook af van je functie. Een infanterist zal vaker in de sportschool te vinden zijn dan de gemiddelde techneut. Maar discipline heb je inderdaad wel nodig. Ik ben een binnenslaper, wat betekent dat ik door de week op vliegbasis Woensdrecht verblijf. Pas in het weekend ga ik weer naar huis. Ik geef ook wel eens ‘s nachts les. De militairen in opleiding worden dan van hun bed gelicht om ze te trainen in samenwerking, discipline en doorzettingsvermogen. We maken hindernisbanen, gaan met ze hardlopen en zorgen voor allerlei ‘prikkels’. Ze slapen zo’n nacht misschien maar drie uur. We trainen ze expres in omstandigheden waarin ze vermoeid zijn.  We vragen het uiterste van de militair om hem of haar voor te bereiden op situaties waar je als militair mee te maken kunt krijgen. Dat is bij jou denk ik wel anders?’

‘Ja, de studenten weten bij mij waar ze aan toe zijn. Ik geef alle vakken voor de afstudeerrichting Sport, Bewegen en Gezondheid (SBG). Dat zijn de wat meer fitness gerelateerde vakken. Wij werken met vaste roosters, maar hierin heb ik zelf wel inspraak. Ik kan mijn rooster flexibel invullen in verband met stagebezoeken die ik zelf inplan. We zien overigens wel dat onder de nieuwe aanwas studenten de coördinatie en kracht afneemt. Onze toelatingseisen zijn wat versoepeld, omdat sommige vereisten gewoon niet meer gehaald worden. Merken jullie dat ook?’

‘De jongeren van tegenwoordig brengen veel tijd achter de computer door en dat merken we zeker. De motorische eigenschappen zijn minder goed. Het niveau verschuift inderdaad en daar moet ik mijn lessen op aanpassen.’

 
Evelien (links) en Ichelle (rechts)

‘Wel jammer, hoor. Toen ik voorheen de toelatingstest deed van het CIOS moest ik onder meer een paar pull-ups doen: mezelf optrekken. Nu krijgen vrouwen dezelfde punten voor een stiltehang. Hoe zit dat met die militairen, die je ’s nachts hun bed uithaalt. Mogen zij de volgende dag dan uitslapen?’

‘Haha, nee, ook de volgende morgen staat er weer een druk programma klaar. Zo’n training kan een paar dagen duren, maar ook een week. Tijdens de opleiding moet je het onverwachte verwachten. Elk moment kan anders zijn.’

‘Wauw, daar heb ik echt veel respect voor.’

‘Toen ik zelf mijn militaire opleiding deed, vond ik dat ook een van de zwaarste dingen. Maar we weten daardoor wel waar we het over hebben. De samenwerking met mijn collega’s en de sfeer onderling is dan ook heel goed. Ik weet niet of ik dat in een baan buiten Defensie ook zal vinden.’

‘Die saamhorigheid zoek ik ook in mijn baan. En die vind ik op het CIOS ook, hoor. Omdat iedereen daar sportminded is, zit je al snel op één lijn. Maar bij Defensie heb je ook allerlei rangen en standen. Heb je daar als sportinstructeur dan niet mee te maken?’

‘Ja, rangen gelden hier voor iedereen. Je spreekt elkaar aan met de achternaam en u. Van generaal tot soldaat. Maar als ik iemand train die hoger in rang is, moet diegene op dat moment doen wat ik zeg. Maar tijdens mijn sportles zijn rangen ondergeschikt. Ik heb de kennis, want dit is mijn vakgebied.’

Meer weten over de mogelijkheden bij Defensie?

Wereldwijd werken aan vrede en veiligheid: dat is de dagelijkse missie van Defensie. De militairen die bij Defensie werken zijn mannen én vrouwen die daaraan willen bijdragen. En daar komt veel meer bij kijken dan alleen de gevechtstroepen. Bij Defensie kun je allerlei talenten kwijt die je misschien niet zou verwachten. Nieuwsgierig? Ontdek hier alles over de taken die je als vrouw bij Defensie kunt vervullen.

Meer lezen?

Bekijk dan ook de andere artikelen uit deze reeks:
Iris en Jes werken ‘in de bouw’. ‘Als er ook om jouw grappen wordt gelachen, weet je dat je one of the guys bent’
Marit en Helena houden van zorgen én van actie. ‘Een reanimatie, verkeersongeval of een arm gipsen: saai is het nooit’
Charell en Joanne vliegen de hele wereld over. ‘Ik geef vaak opdrachten, maar thuis niet, hoor. Dat zou wat zijn, zeg.’
– Bij Elize en Anna staat lekker eten op nummer één. ‘Bij golven van acht meter hoog moet je de pannen goed vastzetten.’