Achter hem aanlopen

Zweetdruppels rollen over mijn neus. Ze vallen op mijn uitgedroogde lippen die ik vochtig probeer te maken met mijn droge tong. Het zonnetje brandt op mijn rood aangelopen hoofd en ik hijg. Een professionele hijger zou jaloers op me zijn. En terecht.

Mijn korte pootjes rennen achter de liefde van mijn leven aan. Dit keer – en dat is vrij bijzonder – letterlijk. “Kom op”, roept hij terwijl hij grote sprongen maakt in zijn korte sportbroek en ik vervloek hem in gedachten. Ik vind mezelf veel sportiever dan vriendlief. Toch houden mijn pootjes zijn lange stelten niet bij.

Twee jaar geleden liep ik de marathon van Rotterdam, nu ben ik de straat nog niet uit en mijn tong hangt als een doodbeest uit mijn rechter mondhoek. Toen was ik sportiever, slanker en doodongelukkig. Al heb ik nu pas door hoe ongelukkig ik echt was.

En dat komt door die lange, die inmiddels twee straten verderop loopt. Zonder dat hij het doorheeft, leert hij mij wat gelukkig zijn is en wat liefde echt betekent.
En al sta ik morgenochtend weer teleurgesteld naar mijn blote lijf te kijken – waarom zie ik nog geen verschil – ik ben gelukkig, zolang hij bij me is.

Ik sprint twee straten door en spring als een verliefde puber op zijn rug. “Ik hou van jou, joh!”
Hij lacht en kust mijn zoute lippen.