Alcoholloos

geroosterde venkel

We drinken niet meer.
Grmpff…
Tijdelijk hoor.
Morgen al weer twee weken.

Was er natuurlijk net een wijnproeverij waar we aan mee konden doen. Gratis nog wel.
Een paar flessen mooie wijn stonden naar ons te lonken.
‘We zijn gestopt met drinken,’ legde ik uit. ‘In verband met het weer zwanger willen worden.’
(Dan kun je beter niet drinken. En je man ook niet. Komt de beweeglijkheid van het zaad alleen maar ten goede. En meer dan dat.)
‘O?’
Verbaasde gezichten. Omdat we zo open zijn. Niet omdat we niet meer drinken, maar omdat we kennelijk nog een kindje willen.
‘Ja, we zijn gestopt. Ook vanwege de borstvoeding. Die geef ik nog steeds.’
(De eerste maanden na de bevalling dronk ik hooguit een paar slokken bij het eten. Maar het sloop er toch weer in. Een paar slokken werd een half glaasje, een halve een hele, en voor ik het wist dronk ik er in Frankrijk soms weer twee. En dat moest dus niet.)
‘Wat goed zeg,’ prees E ons, een glas wijn in haar hand.
Haar partner knikte. De wijn in zijn glas wiegde heen en weer,
bleef prachtig hangen aan het glas.
‘Heel goed!’ beaamde hij.
‘Ja, he?’ zei ik met pijn in mijn hart.
Een wijntje is zo gezellig. Een wijntje is zo genieten.
‘Maar wijn rúiken kan ook he?’ zei E. ‘Dat deed ik ook toen ik zwanger was.’
Ik ook, maar was het eigenlijk alweer vergeten.
Ik stak mijn neus in haar glas en inhaleerde.
Inderdaad zo gek nog niet. Maar het is het toch ook niet helemaal.

Een paar dagen later:
‘Lekker toch, een theetje bij het eten?’ zegt Pier.
‘Je drinkt nóóit thee!’
‘Ja, maar nu zo bij het eten vind ik het lekker.’
Hmmpf…

Weer een dag later:
‘Ik begin er al helemaal aan te wennen, aan een theetje bij het eten,’ begint Pier weer, en schenkt nog eens bij.
‘O ja? Nou, ik nog helemaal niet.’
Ik vind het verre van gezellig.

Het is voor het goede doel. En ik kan het echt wel. Ik heb immers 9 maanden niet gedronken. Geen druppel. O nee, ik moet niet liegen: één druppel. Vooruit, een slok. Met Oud & Nieuw.
Maar als we over een half jaar nog niet zwanger zijn schort ik dit zelfopgelegde verbod mooi weer op. Neem ik er wel weer eens eentje. Want het moet ook een beetje léuk blijven. Anders word je het ook niet.

Misschien is Kerst een mooi moment van bezinning. Onder het genot van en glaasje rode wijn. Als ik dan nog niet zwanger ben tenminste.

Ik hoor de sleutel in het slot. Pier komt thuis van het wekelijkse uitetentje met zijn vrienden.
De officiële ‘paringstijd’ voor deze maand is weer voorbij. Dus hij mocht weer.
Drinken bedoel ik.
Hij wel.
‘Eén biertje en twee wijn,’ biecht hij op. ‘En ik heb er spijt van.’
Goed zo. Hij voelt zich schuldig.
‘Want het was zo lekker.’