Column Fleur: ‘Na het vooroordelen ben ik doorgaans een stuk milder gestemd over de mensheid’

Vooroordelen. Je zou het gerust een passie van me kunnen noemen. Waar ik ook ga of sta, ik doe niets liever dan mensen tot in de kleinste details in de zaligste hokjes proppen. Het zorgt voor overzicht, orde en geestesrust. Alsof ik heel even iets van 
de wereld en het leven in het algemeen begrijp. Daarom is het des te vervelender dat mijn kleine liefhebberij meer dan ooit onder vuur ligt. Want wat blijkt? Het mág dus niet, vooroordelen. Wie vandaag de dag door wil gaan voor een goed mens, bezig aan de opmars naar de moderne, anti-racistische, feministische, gender- en klimaatneutrale, LHBTQIAP-omarmende samenleving van morgen, leeft een leven zonder vooroordelen. Of beter gezegd, zégt een leven te leiden zonder vooroordelen. Waar ik op mijn beurt werkelijk geen konthaar van geloof, al kijk ik inmiddels wel link uit om dat in iemands gezicht te zeggen. Mensen zonder vooroordelen trekken het namelijk bijzonder slecht als hun onbevooroordeeldheid in twijfel wordt getrokken. Tot speeksel in de mondhoeken aan toe.

Dus toen ik laatst in de kroeg een mij onbekend millennialmeisje in zorgvuldig bijeen gestylede kringlooplappen het hoogste woord hoorde voeren over hoe ze mensen tegemoet trad als ‘een blanco cheque’, ‘zich liever liet verrassen dan dat ze dingen invulde’ en hoe ze vond dat je ‘denklui’ was als je dat niet deed, beet ik op mijn tong.
In mijn hoofd ging het er intussen allerminst lui aan toe. Ik dacht namelijk: begin jaren negentig geboren, een jeugd vol Oilily en zeilkampen, ouders allebei succesvol arts, maar eenmaal op het gymnasium bleek ze zelf slecht in exacte vakken. Werd daardoor om hun respect te behouden in arren moede cultuursnob, strooit met film noir-quotes omdat ze dan ‘Key Largo, 1948. Ken je die niet?’ kan zeggen. Wil ab-so-luut geen relatie met haar scharrel, maar huilt soms op de wc als hij niet heeft teruggeappt. Is vegan maar heeft gister nog stiekem een bakje kipkerriesalade leeggelepeld terwijl ze Temptation island keek.

Zo, denk ik daarna. Hè, hè. Dat zit er weer op. Heerlijk. Ik vond haar ineens een stuk aardiger, dat ook. Na het vooroordelen ben ik doorgaans een stuk milder gestemd over de mensheid. Niet altijd, uiteraard. Laatst zag ik nog een oude vrouw met een rollator in de supermarkt voorbijschuiven. En na een blik op haar zuinige streepmond en dito mariakaakjes zag ik haarscherp voor me hoe ze knopen in de collectebus stopte, kattendrollen van de buurkat over de schutting gooide en elke dag haar dochter belde om vervolgens haar dochter elke dag te verwijten dat ze haar oude moeder nóóit eens spontaan belt.

Die mensen heb je natuurlijk ook. Net als de man in maatpak met dikke klok die er een schaduwbestaan als hinderlijke bosjesmasturbant op na houdt. Ik zag ’m net nog op straat. Achter hem liep een luizenmoeder met verwilderd bakfietshaar die onder in de ondergoedla een dagboekje heeft liggen waarin op bladzijde 34 in grote, woedende letters ‘ik wou dat ik ze alledrie terug kon stoppen in die grote, harige zak van hem!!’ staat. Ach ja: die mensen mogen er óók gewoon zijn. Dus ik zwaaide ze in gedachten na. Zonder oordeel.

VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Deze column komt uit VIVA 12.

Lees meer columns van Fleur:

O-o-o mannetjes
Activisten
Kinderboekenwinkels
Buurtfacebookgroep
Terras
Geesten
Goede column
Proesten
Dansende reuzenmuppets
Call me by your name