Daans column: Tinder

Daan column

Columnist Daan (27) schrijft elke week over zijn mislukte dateleven.

‘Ik denkt dat mijn Tinder niet werkt’, klaag ik tegen mijn twee zussen. Hoewel er vast iets in mij is dat dondersgoed weet dat er helemaal niets mis is met de populaire datingapp, meen ik het op dat moment oprecht. Het urenlange swipen levert mij van alles op: ergernis, verdriet, verontwaardiging, woede, agressie. En naast deze melange aan emoties ook een heuse Tinderduim – na de tablet-nek en de WhatsApp-vinger de jongste telg binnen de inmiddels omvangrijke RSI-familie. Van alles dus, maar matches tot op heden nog niet, en – zonder aan zelfoverschatting te lijden – dat is toch bijna onmogelijk? De indruk wordt vaak gewekt dat iedere mafklapper met Tinder meerdere afspraakjes per dag kan versieren. Fervente anti-Tinderaars geven niet voor niets af op de app met argumenten als ‘daar is iedereen alleen maar op seks uit’. Nou, daar heeft deze jongen vooralsnog helemaal niets van gemerkt.

Het stoerste Tinderverhaal dat ik tot op heden meemaakte kwam na een van mijn eerste veegsessies. Er verscheen al vrij vlot in beeld dat ik met iemand matchte. Ik kon mijn geluk niet op. Van zenuwen maakte ik eerst een vreugdedansje of zeven door mijn kamer alvorens aan mijn eerste van vele succeservaringen te beginnen. Toen ik mijn telefoon weer oppakte sloeg mijn hart al helemaal over; mijn match had me een bericht gestuurd! Dit leek nog beter en vooral makkelijker dan in mijn stoutste dromen. Ik opende de app en zag meteen dat dit een bloedmooie meid was. Vol spanning begon ik haar bericht te lezen. Of ik ook zo’n niet te temmen behoefte had aan hete seks en zo ja, of ik dan vrijblijvend naar haar website wilde surfen. Spam dus, en niet meer dan dat.

Mijn zusjes barstten in lachen uit; Tinder werkt altijd. Ze zullen me eens helpen met het maken van een beter profiel. Ik overhandig de twee mijn telefoon en laat ze mijn huidige Tinderprofiel zien. Nieuwsgierig bestudeer ik hun blikken terwijl ze mijn foto’s bekijken. ‘Ben jij dat?’ vraagt de een, terwijl ze mij een – in mijn ogen doodgewone – vakantiekiek voorhoudt. ‘Je bent niet te herkennen.’

De volgende foto is een selfie in Avignon. Ik doe een duckface voor een winkel die Swag Boutique heet – humor werkt immers altijd, meen ik. Mijn zussen schreeuwen om het hardst dat dit plaatje zo snel mogelijk moet worden verwijderd. Niet alleen van Tinder, maar voorgoed van de wereld. ‘Niemand zit te wachten op een clown!’ Akkoord. Begrepen. Gesnopen.

Ik moet een profieltekst, vinden ze unaniem, zonder ben ik net zo nietszeggend als ik eruitzie. Een leuke zin? Nee, steekwoorden. Dit luistert blijkbaar nogal nauw. Het vinden van betere foto’s is een moeilijkere klus, wat ik op Facebook heb staan is allemaal ruk – ‘Kan jij nooit normaal op de foto?’ We gaan er nu wel eentje maken – ‘Wel eerst even wat anders aan, met dat overhemd lijk je wel vijftig. En doe wat aan je haar.’ Door wanhoop gedreven ga ik zonder protest mee in deze gekte.

Enkele verkleedsessies verder is er eindelijk een door de zussen goedgekeurd profiel. ‘We’ kunnen gaan swipen. Ook daarbij is kennelijk hulp nodig.

Als ik mijn telefoon weer in handen krijg verwijder ik Tinder zonder te aarzelen. ‘Wat doe je!?’ vraagt mijn oudste zus gechoqueerd. ‘Geen zorgen,’ antwoord ik. ‘Even Tinder opnieuw installeren, voor het geval-ie echt niet werkte.’

Poserend voor de Swag Boutique.