De man van de broodjeszaak

geen

Waarschijnlijk was het de wijn die ervoor zorgde dat ik droomde over de man van de broodjeszaak. Die dag had hij naast mij gestaan. Hij droeg een pak. Zijn hoofd stak er nogal serieus bovenuit. Hij stelde lastige vragen aan het meisje dat zijn broodje zou gaan bereiden, over de prijs van wat hij zou gaan eten. Aan zijn kleding te zien kon hij het allemaal heus wel betalen. Hij bestelde tonijn en sommeerde ondertussen zijn zoons rustig te blijven.

Dagje uit
De jongens waren uitgelaten. Ze waren een dagje uit met hun vader. Moeder was niet aanwezig. Aan het hoofd van de vader te zien wist hij niet goed wat te doen met het enthousiasme van de kinderen. Hij ging er in ieder geval niet in mee. Ze luisterden nauwelijks naar zijn aanhoudende gebrom, leken de scherpe trekken in zijn gezicht niet op te merken. Ondertussen was er dat broodje. Ik vroeg me af of hij dat zou gaan delen met zijn kinderen, maar het was helemaal voor hemzelf. Zijn zoons kregen een koek.

Rondleiding
De droom waarin ik hem opnieuw ontmoette begon in een voortuin vol gras. Ik vertelde de persoon die naast me stond hoe vrij het voelde om na maanden opsluiting weer gras onder mijn voeten te voelen. Daarna gaf ik hem een rondleiding door het huis waar ik nu woonde. Zonder schroom liep ik een slaapkamer binnen. We keken om een hoek en zagen een tweepersoonsbed dat er beslapen uitzag. Het dekbedovertrek verried dat er kinderen in hadden gelegen. Er stond nog een bed in de kamer. Daar lag de man van de broodjeszaak. Blijkbaar deelde ik de woning met hem.

Mijn slaapkamer
We gingen door naar de andere slaapkamer. Die was van mij. Er stond een bank tegenover een gigantisch televisiescherm. Aan de andere kant van de kamer stond mijn bed. Ik legde de toehoorder uit dat ik de kamer nog anders moest gaan inrichten. ‘Dat snap ik. Je moet natuurlijk plek hebben voor het bed waar de kinderen slapen als ze hier zijn,’ zei hij. Daar had ik nog niet aan gedacht. Het verraste me en ik werd er verdrietig van. Op dat moment stond de droom zo ver van de realiteit af dat ik wakker werd.

Symbool
Nog in de waan van de droom dacht ik na over zo’n kinderbed in de woning van een gescheiden vader. In onbeslapen toestand is het een fysieke herinnering aan kinderen die je alleen om de week in het weekend nog krijgt te zien. In beslapen toestand staat het symbool voor de wanorde die kinderen maken van je ordelijke alleenstaande mannenbestaan wanneer je nauwelijks nog invloed op ze hebt, zoals dat leek op te gaan voor de man in de broodjeszaak.

Voorrecht
Er is een lange, koude winter voor nodig voordat je kunt dromen over het bevrijdende gevoel dat je ervaart wanneer je voor het eerst sinds lange tijd gras onder je blote voeten voelt. Een korte droom was genoeg om me te laten voelen hoe triest het moet zijn om te vervreemden van je eigen kinderen. Vanavond stop ik mijn kinderen lekker in en het zal dit keer vanwege die droom aanvoelen als een voorrecht en niet als iets dat we in de dagelijkse routine als vanzelfsprekend zien.

CC foto: Nisha A