Decadent

geroosterde venkel

“Even een amuse van opgeschuimd tomatensap om de smaakpapillen los te maken.”

“Zeg,” sis ik, “waar zijn we nú weer beland?” Vriendin N. – wat heerlijk om haar weer te zien – haalt haar schouders op. “Jíj zei dat het goed was.” Oké, maar dan nog had één van ons even naar de prijzen kunnen kijken.

“Ik snap wel waarom we niet opgelet hebben,” zeg ik terwijl ik mijn opgeschuimde tomatensap oplepel, we waren te druk met die terrasdiscussie. N. knikt. “Toch jammer dat we niet buiten konden eten. ’t Is hier flink warm.” Nou zeg, dat was een understatement. Het zweet stond in mijn laarzen.

Vriendin N. had aardig gewinkeld. Achter de muur van tassen (strategisch opgesteld vóór het tafeltje) pruts ik nét zolang tot ik mijn laarzen uit heb. Zo. Dat lucht op. De mannen achter ons kijken me bedachtzaam aan. Kan me lekker niet schelen.

Als we de kaart krijgen wordt ons vermoeden bevestigd. Pijnlijke portemonnee prijzen. “Ik krijg het almaar warmer,” zucht N. Ik grinnik. “Ach, ik zie het maar zo, ik ga morgen voor het eerst in mijn leven golfen, kan ik vast in de – decadente – stemming komen.”

“Doet u mij maar de tartaar van ossenhaas met truffelpuree.”

PS, Wat te denken van mijn nieuwste aanwinst? Ik noem hem mijn ‘Paris Hilton’-jurk.