Een gezellig avondje

geroosterde venkel

Op de Eerste Hulp.

Minirampen (met kinderen) dienen zich bij voorkeur aan als je alléén thuis bent én als je naakt bent. Zoals ook gisteravond. Paul zou een videootje huren en nam Liz mee. Ondertussen ging ik met Annabel lekker in bad.

Op enig moment besloot Annabel een nieuwe betekenis aan het woord ‘snoekduik’ te geven. Helaas had ze de afstand naar de badrand niet helemaal goed ingeschat. Hevig bloedend kwam ze weer boven.

Nou ben ik altijd vrij nuchter, maar dit zag er gevaarlijk uit. Na goed spoelen met de douche kon ik de schade opnemen. Een flinke jaap zowel aan de binnenkant als de buitenkant van haar lip. Zo goed en zo kwaad als het ging kleedde ik ons aan terwijl ik ondertussen probeerde het bloeden te stelpen.

Op dat moment kwam Paul thuis. Die schrok zich natuurlijk te pletter. “Een ambulance is niet nodig hoor,” probeerde ik hem gerust te stellen. Ikzelf had inmiddels bedacht dat het wel meeviel, maar voor de zekerheid reden we toch maar even naar de Eerste Hulp.

Aangezien we in het verkeerde ziekenhuis beland waren (de eerste hulp bleek elders) werden we in eerste instantie meegenomen naar de kinderafdeling. Daar liepen we langs schemerige kamertjes vol kleine kindjes. In glazen bedjes. In eenzame ledikanten. Aan slangetjes en monitoren. “Asjeblieft, dit nóóit,” was het enige dat ik kon denken.

Uiteindelijk moesten we tóch naar de eerste hulp. Na twee uur wachten bleek dat ze niet gingen hechten. De wond was oppervlakkig en zat teveel op de lip. Gewapend met een zakje sterielstrippen om de randjes aan elkaar te plakken verlieten we het pand.

“Altijd schrikken zoiets hè?” zei de vriendelijke receptionist toen we gedag zwaaiden. “Ja,” mompelde ik afwezig, “maar er zijn ergere dingen.”