Even kennismaken

geroosterde venkel

Ik ben Bo. Ik ben nog klein, maar al heel sterk.
Ik kan goed aan mama’s lange haren trekken.
Zelf heb ik ook al veel haar. Dat zie je op de foto’s niet zo goed, maar het is echt waar. Het is mooi donker en in mijn nekje al een beetje lang. En mama doet er steeds van die lekkere haarlotion in.

Ik heb een grote zuigbehoefte. Als zuigen even niet kan of lukt word ik helemaal wild. Dan maak ik gekke geluiden.
Ik ben heel ongeduldig en kan heel boos worden.
Op het aankleedkussen ben ik soms net een krols katje.
Ik plas graag als papa net een nieuwe luier om mijn billetjes doet.

© Foto: Denise Miltenburg

Als ik aan mama’s borst heb gedronken ben ik helemaal sloom en slap en zie ik er volgens haar heel lief uit. Papa en mama overladen me dan met kusjes.
Ik kan zelfs al lachen; ook al denkt iedereen dat het nog stuiptrekkinkjes zijn.
Maar als papa en mama gaan eten dan ga ik lekker huilen.
Toch moesten ze gisteren om me lachen, want ik moest niezen en zei daarna: ‘Pieuw!’

© Foto: Denise Miltenburg

Ik ben al vijf keer naar buiten geweest. Ik heb geslapen in het park. Papa ook, die zat op het bankje en viel langzaam om.
Ik ben al naar de C1000 geweest en zelfs heel eventjes naar een borrel. Gelukkig werd daar niet gerookt. Terwijl iedereen mijn wangetjes wilde aanraken en me een dotje, een schatje, een lieverdje noemde, heb ik met mama’s pink in mijn mond heel lief liggen slapen.

Ik ben er nog maar net, maar wat gebeurt er al veel.

© Foto: Denise Miltenburg

En kijk, ik kan zelfs mijn hoofdje al omhoog houden.