Fototoest… and

geroosterde venkel

Laten we eerlijk zijn, als én mijn moeder, én mijn vriend, én mijn beste vriendin zeggen dat het geen leuke foto is en ‘dat ik zo niet ben’, dan zal er toch wel íets van waarheid in zitten. De foto die bij m’n stukje van 7 oktober stond. En dus ook even als kopfoto bij mijn blog.
‘Je staat er niet op je voordeligst op.’
‘In het echt ben je veel leuker!’
‘Zo lach je niet, zo met je mond dicht.’

Hé, wat een toestand weer. Zelf vond ik ‘m wél leuk. Dat ik er wel op lijk en wel zo lach. Want áls ik al naar mezelf lach in de spiegel (ha ha, ja, Pier heeft me daar toen we elkaar ontmoetten en ik nog in de naweeën van overspannenheid zat toe aangespoord) dan is het op zijn best een glimlach. Nee, in mijn eentje voor de spiegel gooi ik niet vol overgave mijn tanden bloot. Zo’n lol heb ik nou ook weer niet met mezelf.

Maar goed, ook jullie, mijn lezers, waren niet allemaal dolenthousiast.
En dan ga je je toch achter je oren krabben.
Daarom -ja, sommigen van jullie hadden het al gezien- staat er alweer een andere foto op. Kijk maar op het bloggers-overzicht (klik) van VrouwOnline. Persoonlijk had ik ook díe er liever niet opgezet, maar omdat Pier al de hele week zei dat álles beter was dan die er op stond (hij werd er echt boos van…), heb ik toch maar een andere uitgezocht, van een paar weken geleden. Mijn haar zit stom, mijn ogen zijn klein, mijn wangen te dik en mijn tanden niet mooi.
‘Je moet jezelf niet zo afkraken,’ zegt Pier.
Dat is niet afkraken, dat is gewoon realistisch zijn. Ik vind ‘m gewoon niet leuk. De foto op zich is goed, maar ík sta er niet leuk op.
Dus er moet wéér een nieuwe komen, een écht leuke, waar ik wél tevreden over ben.

Maar, dat zul je altijd zien, nou is mijn fototoestel al een week kapot. De lens opent niet meer. Alsof ze het er om doen. (Wie ‘ze’ zijn weet ik ook niet, maar het lijkt wel een vooraf gesmeed complot.) Moet er als de wiedeweerga een nieuwe foto komen en dan is er weer die toestand met dat toestel…

Het is niet zomaar een toestelletje, geen compact klik-en-klaar-ding, maar echt een camera waar je u tegen zegt: de Canon PowerShot G7. Bijna een spiegel reflex zeg maar. En van zulke camera’s verwacht je niet dat ze het begeven. Niet na anderhalf jaar althans. Hoewel ik eerlijk moet zeggen dat ieder ander minstens tien jaar zou doen over het schieten van dezelfde hoeveelheid foto’s. Dus hij is natuurlijk wel intensief gebruikt. Maar dan nog, het zou niet moeten mogen. De lens opent nog maar een stukje en dan hapert hij. Vuil of stof zie ik er niet echt tussen zitten en Bo heeft ‘m nog nooit aangeraakt, dus daar kan het ook niet aan liggen.

Ik weet dus wat me te doen staat: in Pier’s schoenendoosadministratie duiken. Op zoek naar het bonnetje. Over toestanden gesproken…

En dat supermobieltje met camera dat je gewonnen hebt met die column in Revu (klik) dan? Dat heb ik nog niet binnen…

Als mijn camera het weer doet moet het zo’n soort foto worden.
Gewoon leuk. Maar dan een nieuwe.




© Foto’s: Denise Miltenburg, Pier Bish en George Dankmeyer

Toch verbaast het me telkens weer: dat anderen je kennelijk anders zien dan dat je jezelf ziet.

En dan nu de vragen:
-Welke van deze foto’s vinden jullie het leukst, en…
-Welke is het meest recent?

Het antwoord staat inmiddels bij de reacties (even helemaal naar beneden scrollen).