Grabbeltas

geroosterde venkel

Andermans tas doorspitten. Dat doen moderne vrouwen met banen met 2 P’s dus op zaterdag…

Een blog bijhouden en al je lief en leed de wereld in werpen mag dan soms een beetje voelen als ‘met de billen bloot gaan’, je handtas onder de ogen van Aaf Brandt Corstius en een nieuwsgierig publiek binnenste buiten laten keren en aan een grondige inspectie laten onderwerpen is pas letterlijk je leven te grabbel gooien.

Het overkwam mij toen ik zaterdag naar een vrolijke voorstelling van de schrijfsters van het ‘Handboek voor de moderne vrouw’ ging. Een ‘lezing’ zou ik ook kunnen zeggen, maar dat klinkt weer zo saai, en het was eigenlijk veel interactiever. Een ‘workshop’ aldus de site van de bieb.

Het was in een bibliotheek in een wijk waar ik sinds ik er tien jaar geleden mijn huur had opgezegd om naar Thailand te verhuizen, nog maar zeer sporadisch kwam omdat er eigenlijk geen reden meer voor was, maar omdat ik a) benieuwd was naar het boek (mij al eens aangeraden door een vriendin), b) Aaf best eens in het wild wilde zien (ik haar in elk geval best bewonder en als stukjesschrijfster stiekem graag net zo succesvol zou willen zijn), ik c) de nieuwe bibliotheek in het hypermoderne gebouw nog niet aanschouwd had en ik d) dat mooi kon combineren met een bezoekje aan een verregende speeltuin in het Zuiderpark (de kinderen willen ook wel eens wat), besloot ik te gaan.

Ik zette mijn oogappeltjes op de fiets en koos voor de route die ik vroeger vanaf mijn werk altijd naar huis fietste. Mét kinderen leek dat ineens een stuk verder. Terug gaan? Ergens anders naartoe?
Nee, zei een stemmetje in mij, moderne vrouwen geven niet zo maar op!

Ik fietste, speciaal voor de kinderen, door het Zuiderpark; nou ja, ook wel een beetje voor me zelf, het is er immers zo mooi groen en daar kikkert een mens van op; het hoofd weer leeg, de geest weer helder. Bo en Jippe wezen naar de eendjes (‘Jaaaa, eendjes!’, riep ik, hoewel ik twijfelde, waren dit niet gewoon ganzen?), ik stopte even bij de grote vijver met de fonteinen (toen ik in een vorig leven burnout en depressief was, heb ik daar ook regelmatig gezeten, in de hoop bij het zien van zoveel schoonheid weer spontaan gelukkig te worden, en o ja, visualiserend dat ik op de veranda van mijn toekomstige huis zat en daar dan ditzelfde uitzicht had) en probeerde verder fietsend de speeltuin -die je als je goed keek tussen de bosjes door kon zien liggen- voorbij te sneaken, omdat de ‘workshop’ al bijna ging beginnen.

Ze hadden me echter door.
‘Mama, kijk! Een glijbaan! Daar wil ik héééééén!’
Twijfel. Hier maar gewoon heen gaan dan? Voor de kinderen? Het was immers best lekker weer geworden. Ik kon hier gewoon op een bankje in de zon gaan zitten in plaats van suf binnen, in een bibliotheek.
Ja, waarom niet. Moesten moderne vrouwen niet gewoon flexibel zijn?
Zonder dat handboek overleefde ik ook wel.
Ja, maar je wilde het toch? Je bent nu al speciaal zo ver deze kant op gefietst, kom op zeg!
‘Dan gaan we straks nog even naar de speeltuin,’ hoorde ik mezelf zeggen.
Goed. Doorzetten dus. Trappen maar!

Toen we de bieb in liepen zag ik Aaf al staan. Met de kinderen nam ik plaats op de onderste stoeltjes van de ‘tribune’. Welgeteld één minuut bleven ze zitten, en toen wilden ze de rest van de tribune uitproberen. Natuurlijk, als er iets op een klimrek lijkt… En dus dropte ik mijn kleine stoorzendertjes maar even bij Jan Klaassen in de kinderhoek.

Ik volgde de workshop wisselend vanaf tribune en zijlijn. Ik luisterde naar een voorgedragen column over hypochondrisch gedrag, miste een stukje van de financiële quiz, maar volgde wel het onderdeel De Schijf van Vijf -dé vijf eigenschappen die de ideale man moet bezitten, altijd interessant- en de theorie over de 3 P’s (te weten: Plezier, Poen en Prestige) en de voorwaarde dat werk op twee van de 3 P’s moet scoren. Als je werk 2 P’s oplevert zit je goed.

Tot slot was er het ‘handtaslezen’. Tassen konden vrijwillig ingeleverd worden, maar slechts één tas zou ‘gelezen’ worden. Al snel stonden er vier tassen. Ook die van mij. Ik had geen geheimen en was wel nieuwsgierig welk beeld de inhoud van mijn tas over mij schepte. Het aantal decibellen van het klappend publiek bepaalde welke tas het zou worden.

Na wat geklap, harder geklap en voorzichtig geklap was mijn tas aan de beurt. Luid geklap! Overduidelijk het luidste applaus van allemaal. Het publiek wilde de inhoud van mijn tas zien. Iets wat ik op de een of andere manier toch niet had zien aankomen.
Help!
Waarom míjn tas? Het is nog steeds een mooie tas, dat wel, en ik schaam me ook niet voor de inhoud (althans dat dacht ik toen ik hem inleverde), maar dachten deze mensen er soms iets speciaals in aan te treffen? En wat is dat eigenlijk voor een grabbeleritis? Waar komt die nieuwsgierigheid naar de inhoud van andermans tas vandaan?

Interessant fenomeen wel. Ook het feit dat mensen de handtas van de een wel en van de ander niet willen zien. Is het de tàs die je boeit of de persoon erbij? Dat laatste natuurlijk. Hoewel het uiterlijk van de tas ook veel over een persoon zegt. Is het een clutch met veel bling bling, een linnen tasje van een ecoshop of sjouwt iemand een heuse hutkoffer mee? Eigenlijk is het met tassen net als met huizen. Het soort huis zegt al iets over je, maar hoe het er van binnen uit ziet zegt nóg meer.

Op blogs had ik het wel eens gezien: de blogster plaatste een foto van een leeggekieperde handtas en vertelde in geuren en kleuren wat er allemaal in zat. Maar daar valt wat te sjoemelen natuurlijk, als je zou willen.
Over het nut van een dergelijke actie valt te twisten, maar ach, niet alles hoeft nut te hebben in het leven. Als een mens maar af en toe lol heeft.

Goed. Hier in de bibliotheek waren dus mensen die op zaterdagmiddag graag iets over de ideale man wilden weten èn die het leven dat bij mij en mijn tas hoort wilden ontrafelen. Inclusief mijn eigenaardigheden wellicht. Een beetje ‘gluren bij de buren’, uitstekend passend bij social media van deze tijd, zoals Facebook: het precies willen weten wat onze vrienden op dit moment aan het doen zijn. Zo willen we kennelijk ook maar al te graag weten wat voor geheimen mensen met zich mee dragen.

Onder het mom van ‘laat mij de inhoud van je handtas zien en ik vertel je wie je bent’ kun je dan dus ongegeneerd je gang gaan.
Geroutineerd viste Machteld van Gelder allerhande frutsels uit mijn tas. Alleen zij wist niet dat de tas van mij was. Dat ze dat natuurlijk wel al lang had kunnen zien laten we maar even achterwege.

Eén voor één stalde de taslezeres alles op een stoel uit. Mascara. Nog een mascara. Haarelastiekjes. Een héél klein onderbroekje (van Bo hoor). Fresh mints voor witte tanden. Keelsnoepjes. Zakdoekjes. Nog meer zakdoekjes. Lege boterhamzakjes. Een briefje met treintijden. Nóg een briefje met treintijden. Een foldertje over bewegen. Billendoekjes. Een flyer van Thermen Boetfort. Een dikke portemonnee (ook aan en uitmestbeurt toe). En pennen. Heel veel pennen.

Geen besmeurde slipjes of vers afgeknipte nagels. Geen in zakjes of papier gewikkelde gebruikte tampons of condooms (ik weet niet wat erger is en niet dat ik dat soort zaken ooit in mijn tas stop, maar goed), maar voor een vreemde die zomaar je tas opent is een gebruikt zakdoekje of een boterhamzakje vol kruimels al best ranzig. Of die drie pakjes kauwgum die aan de verpakking te zien al jaaaren mee gaan… (ja, zelfs bij het wisselen van tas).

Ineens schaamde ik me overal voor. Voor die wel erg goedkope zonnebril, voor die uitgeknipte aanbiedingen uit reclamefolders en voor die tampon die Machteld als parfum typeerde. (Hij zat in zo’n Chinees minitasje). Wat een zooi had ik bij me. Maar weinig ècht spannends, misschien was juist dàt wel het gênante eraan.
Het enige opvallende was de hippe tashanger die ik ooit in de webshop van Pink Ribbon bestelde.

Een flesje water en een schrijfblokje ontbraken. Normaliter zit dat er wel in. Net als een boek vaak ook nog, zoals Vinexvrouwen, Is uw man al af?, Kreukherstellend en Burka & Blahniks er de afgelopen tijd in gezeten hadden. En mijn mobiel natuurlijk, maar die had ik nu in mijn jaszak, evenals mijn sleutels.

Machteld ‘het almachtige medium’ verklaarde wat ze van boven door kreeg bij het aanschouwen van de ravage uit mijn tas: ‘Deze vrouw heet Amanda van de Pas, is 32, heeft twee kleine kinderen waar ze druk mee is, werkt niet, heeft wel gewerkt -in de communicatie en met mensen-, bewaart veel, kan moeilijk afstand doen van dingen en waardeert het kleine…’

Plots stond ik met een microfoon in mijn handen. Voor het bescheiden publiek. Of het een beetje klopte? Met Jippe op mijn arm verklapte ik wie ik echt was, dat ik geen 32 was maar 39 (verbazing op de tribune), dat ik blogger ben voor Vrouwonline en dat ik columnist ben voor Hip & Hot magazine, een blad (voor de ipad) waarvan het eerste nummer hoogstwaarschijnlijk in september verschijnt.

Kijk, dat vonden ze leuk. Nog een schrijfster in tha house. Ik werd er spontaan zenuwachtig van. Wilde blijven lachen, maar voelde plotseling een zenuwtrek om mijn mond. Had ik weer. Bibber bibber, trek, trek. Terwijl er helemaal geen reden was om zo te zenuwpezen. (Verschillende delen van mijn lichaam leiden de laatste tijd een eigen leven lijkt het wel. Mijn lijf doet vreemd zonder dat ik er controle over heb. Vast de voorbode van ook een heel enge ziekte…)

Bijna was ik uit mijn lijden verlost. Ik kreeg het boek! Toen het afgelopen was
spraken we even met elkaar. Heel even, maar toch. Aaf en ik over mijn jongste en haar oudste, jongetjes van bijna even oud. En over mijn blog.

Met het ‘Handboek voor de moderne vrouw’ in mijn tas verliet ik de building. Op naar de speeltuin. Geïnspireerd.
Ze hadden het nog gesigneerd, ik had immers pennen genoeg. Machteld had er een boodschap bij geschreven. Aaf ook:

© Foto: Denise Miltenburg

O ja, en misschien onnodig te zeggen, maar ik heb nog diezelfde avond mijn tas eens uitgemest.
Niet dat ik nou zo’n vrouw ben die er god weet wat allemaal in meesleept, maar dat het gehalte overbodige zaken toch best hoog was, bleek wel.

Goed. Overbodige zooi eruit dus. Geen oude troep erin.
Geldt dat niet eigenlijk ook voor columns, blogs en stukjes?