Het vervolgverhaal

geroosterde venkel

Het einde van de zomer naderde.

De lucht was kobaltblauw. Takken tekenden zich af tegen de steeds donker wordende omgeving. Het griezelige licht van de naderende onweersbui maakte het groen van de bladeren fluorescerend. Het waaide hard en als ze haar best deed kon ze de regendruppels in de verte al horen vallen. Ze rilde, sloeg haar armen om haar bovenlijf. Alsof ze zichzelf wilde geruststellen. “Stil maar meisje, het komt goed.”

In de verte zag ze een gestalte naderen. Terwijl ze wachtte op wat zou gaan komen vielen de eerste regendruppels. Ze schuilde onder de grote eik. Ongelooflijk dat ze hier tien jaar geleden ook stond. Onbewust streek ze haar rok glad. En even vroeg ze zich af of het roze kant niet wat te frivool was voor de gelegenheid.

Wie volgt?