Ik vouw je op, ik neem je mee

Het begint vrij onschuldig. De piloot roept vlak na het boarden om dat we een kleine vertraging hebben, in verband met de sneeuw. ‘Zit je wel goed?’ vraag ik aan Lau, die zijn twee meter vijf in het krappe vliegtuigstoeltje naast mij vouwt. Hij knikt geruststellend. ‘Het moet geen uren duren, maar voor dit korte vluchtje is het best te doen.’

Eerste gezamenlijke vakantie
We hebben een heerlijk weekendje Londen achter de rug. Onze eerste gezamenlijke (mini)vakantie, om te vieren dat we zes jaar samen zijn. Sommige mensen stappen na drie maanden al met elkaar in het vliegtuig, maar op de één of andere manier zijn wij nooit voorbij het stadium gekomen van vakanties met familie en vrienden. Wat ook hartstikke gezellig is, natuurlijk! Maar nu doen we gek en vliegen we met een oranje budgetmaatschappij heen en weer. Er is niet veel meer beenruimte dan in de bus, maar goed, voor amper een uurtje vliegen ga je natuurlijk geen goud geld betalen.

Schiploos hol
Mooier dan dit weekend hadden we het niet uit kunnen zoeken: Londen in de sneeuw is sprookjesachtig. Ook de Londenaren zelf vonden het voorpaginanieuws. Helaas zorgden die witte vlokjes wel voor heel wat problemen in het vliegverkeer. Na een halfuur laat de piloot weer iets van zich horen. Er is een klein probleem: Schiphol is dicht. Iets met sneeuw. Hij houdt ons op de hoogte, belooft hij.

Heel (l)even volhouden
Twee uur later staan we nog steeds op de startbaan. We mogen het vliegtuig niet uit, hebben de stewardessen uitgelegd, want zodra Schiphol opengaat kunnen wij de lucht in. Dus nog héél even volhouden. Niet veel later komt het verlossende woord: Schiphol is weer open. Hoezee! Nu gaat er snel gevlogen worden! Toch? Wat – o, nee, niet? Nee, want eerst moeten alle vliegtuigen die bijna drie uur boven onze nationale luchthaven hebben gecirkeld landen. Eén voor één, want zoveel banen zijn er niet open. Nog even geduld, dus.

Pringles en cola
Als we zo’n vier uur opgepropt hebben gezeten, komen de stewardessen langs om iedereen een klein bakje Pringles en een blikje frisdrank te geven. Veel meer is er niet aan boord, want deze vlucht hoort maar een kleine drie kwartier te duren. Iedereen is flauw van de honger, de krappe ruimte en het wachten. Laus knieschijven vallen er inmiddels bijna af. Ik ben al drie keer over de mevrouw naast me heengeklauterd om een bezoekje aan de wc te brengen.

Grafkist
De uren daarop ademen zo’n honderd mensen in de kleine Un-Easyjet dezelfde lucht in. De bacillen en bacteriën vieren hoogtij in deze grafkist. Het eten is op. Het wc-papier begint schaars te worden. Stiekem bespreken we onderling wie van onze medepassagiers we als eerste zullen opeten. Dan spreekt de piloot prachtige woorden: er komt een team aan dat het vliegtuig ijsvrij gaat maken. Dat mag ook wel, want mijn uitzicht is inmiddels helemaal dichtgesneeuwd. Nog even, dan zitten we in de lucht!

Toeval?
En zo landen we zeven uur later eindelijk op Schiphol. De piloot meldt met die heerlijke Britse ironie dat we na een ‘minor seven hours, a personal record by the way’ zijn aangekomen op Nederlandse bodem. Als we met kleine oogjes naar de Arrivals hobbelen, zeg ik: ‘Dat is toevallig – zes jaar verkering, zes uur vertraging.’
Lau schenkt me een moe glimlachje. ‘Zullen we tijdens ons twaalfjarig jubileum dan maar gewoon thuisblijven?’

Beeld: Thinkstock