Is Nederland wel zo tolerant?

Ben je ‘he’ of ben je ‘ho’? Zo simpel ligt het allang niet meer. Van seksuele voorkeur tot je genderidentiteit: je hoort er tegenwoordig veel over. Wat is er allemaal aan seksuele diversiteit en hoe geaccepteerd is het anno 2016 om ‘anders’ te zijn?

Tekst Hedwig Wiebes

W
at je ook ‘bent’ in Nederland, het 
lijkt nauwelijks een probleem. Op 
6 augustus staan we in Amsterdam weer massaal met regenboogvlaggen te zwaaien en al vijftien jaar mag je hier met iemand van dezelfde sekse trouwen. Daarbij kwam het 
Sociaal Planbureau dit voorjaar met het goede nieuws dat de hoeveelheid mensen die negatief denken over homoseksualiteit, sinds 2006 is 
gedaald van vijftien naar zeven procent. Onze tolerantie is onze nationale trots.

Gendernormen

Het taboe op homoseksualiteit is inderdaad afgenomen, vertelt Laurens Buijs. Hij is socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in homo-acceptatie en sexualiteit. Buijs ziet dat er meer nieuwsgierigheid is dan ooit naar homoseksuele ervaringen: “We praten er gemakkelijker over.” Ook experimenteren vooral jonge mannen en vrouwen volgens hem een stuk meer met mensen van hetzelfde geslacht: “Niet dat ze per se homo zijn, maar gewoon omdat ze benieuwd zijn hoe het is. Dat gaat nu een stuk makkelijker dan vroeger. Al hangt het er wel vanaf waar je vandaan komt: op het platteland ligt dat nog altijd moeilijker dan in de stad.”
Het is zelfs een beetje hip aan het worden om je geaardheid eens goed te verkennen, heeft Buijs de indruk. Vooral vrouwen gaan op ontdekkingstocht. Je hebt na een goed feestje vast weleens een foto van een van je vriendinnen, zoenend met een vrouw, langs zien komen. Iemand van wie je toch echt dacht dat ze hetero was? Dat we hier niet zo van opkijken, heeft te maken met de zogeheten gendernormen, vertelt de socioloog: “Als vrouw kun je veel soorten gedrag vertonen en nog steeds als vrouwelijk worden gezien.”

Doe eens normaal

Dat ziet ook Saskia Wieringa, hoogleraar gender and women’s same-sex relations crossculturally. Al tientallen jaren doet zij onderzoek naar vrouwenemancipatie en nog nooit waren we zo open over sexualiteit als nu, zegt ze. In 1950 geboren heeft ze zelf heel bewust de sexuele revolutie van de jaren zeventig meegemaakt waarbij ook veel werd geëxperimenteerd. “Maar vandaag de dag gebeurt dat op een veel bredere manier dan dat wij dat deden. Mijn generatie groeide op met de verstikkende deken van na de oorlog, waarbij je niet kon praten over je lichaam en je gevoelens. Bovendien speelde toen het patriarchale denk-
patroon een grote rol: de belangen van de man stonden voorop. Dat is nu niet meer zo.” Vrouwen hebben de vrijheid sexualiteit te beleven op een door henzelf gekozen manier – en hier en daar rond experimenteren hoort daarbij.
De antropologe merkt dat jonge mensen van nu vaker vraagtekens durven te zetten bij wat als normaal en gewoon wordt beschouwd in onze samenleving. Wieringa: “Geaardheid is sowieso helemaal niet zo vaststaand als we denken. Als je bijvoorbeeld naar de statistieken kijkt, blijft de hoeveelheid lesbische vrouwen hetzelfde. 
Na verloop van tijd verandert de samenstelling echter wel. Dat betekent dat een vrouw 
die zich eerder als lesbisch bestempelde, zich hetero gaat noemen en andersom. En dat is 
dus geen uitzondering.”

Traditionele 
rolverdeling

Bij mannen ligt dat toch een stuk lastiger. Het pad dat je als man moet bewandelen om als man gezien te worden, is vrij smal. “Je wordt
 al snel als gay bestempeld,” aldus socioloog Laurens Buijs. Om die reden rust op biseksualiteit onder mannen nog steeds een groot taboe. Een mannelijke man zijn en (ook) op mannen vallen: dat is voor veel mensen een ondenkbare combinatie. “Je mag best homo zijn, maar laat het niet te veel zien. Dat is een veel gedeelde mening onder heteromannen,” vertelt de socioloog. Ook heerst er bij deze mannen vaak angst versierd te worden door een man. Buijs: “Dat heeft te maken met de traditionele rolverde-
ling die we van oudsher kennen: mannen zijn gewend dat zij degenen zijn die veroveren. Als zij-zelf ineens versierd worden, veranderen ze in het lustobject: wat eerder de rol van de vrouw was en dus wordt geassocieerd met vrouwelijkheid.”

Echte vent

Voor veel heteromannen staat homoseksualiteit nog steeds op gespannen voet met hun ideaal van wat een echte man is, vervolgt Laurens Buijs. Dat maakt de acceptatie niet makkelijker. Hij ziet het ook wanneer hij spreekt met jongens (zowel de daders als de slachtoffers zijn vrijwel altijd mannen), die opgepakt zijn wegens geweld richting homo’s. Buijs: “Dan zeggen ze: ik heb niets tegen homo’s, maar degene die ik in elkaar heb geslagen, keek me vies aan.”
Oké, maar echt veel anti-homogeweld vindt er niet plaats in ons tolerante landje, toch? Helaas, de cijfers liegen niet. Zeven op de tien LHBT’ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders) krijgen te maken met fysiek of verbaal 
geweld, vertelt Tanja Ineke. Zij is voorzitter van het COC, dat zich al zestig jaar inzet voor de 
belangen van LHBT’ers. Ze vervolgt: “De daders zijn zowel allochtonen als autochtonen. Maar wel valt op dat in moslimkringen de acceptatie van LHBT’ers een stuk achterloopt. Daar staat maar een derde positief tegenover homoseksua-liteit. De acceptatie in streng-christelijke kringen is ook nog steeds erg laag. Van mensen die wekelijks naar de kerk gaan, is veertig procent negatief over LHBT’ers.”

Ingewikkelde hokjes

Waar ook weinig begrip voor is, zijn de minder gangbare ‘hokjes’: transgenders bijvoorbeeld, bij wie het geboortegeslacht en het gevoel over wie ze zijn niet overeenkomen. Of mensen met een zogenoemde intersekseconditie, vertelt Ineke: “Zij hebben de kenmerken van zowel mannen als vrouwen. Daar rust een enorm taboe op. Vandaar dat wij die nu ook meenemen in ons emancipatiebeleid.” Daarnaast heb je nog de queers: deze mensen vinden zelfs de homo-
wereld te rolbevestigend en willen in geen enkel hokje horen. Of wat dacht je van aseksuelen of panseksuelen, die vallen op persoonlijkheid en niet op geslacht? Het is best ingewikkeld, bekent Ineke lachend. “Eigenlijk denken wij ook niet meer zo in termen van hokjes. Je merkt dat mensen die als knellend ervaren. Wist je dat maar liefst een miljoen Nederlanders zich niet volledig thuis voelen in de categorie man of vrouw? (Dit blijkt uit cijfers van COC, red.) En dan hebben we het nog niet eens over seksuele geaardheid.”

Standaard hetero 
zonder poespas

“Het gaat inderdaad steeds minder over hokjes,” beaamt ook Marije Janssen, programmamaker en organisator van debatavonden en workshops over sexualiteit. Ze ziet dat er steeds meer behoefte is om daar op een open manier over te praten. Janssen: “Wat ik vooral merk, is dat mensen zich willen losmaken van de standaard manieren waarop we tegen homo- of heterosex aankijken. Waarom moet altijd iemand de 
zogenaamde vrouwenrol vervullen en de ander die van de man?”
In het kader daarvan geeft ze nu cursussen 
‘genderless’ sex. “Kijk, het is helemaal oké om een standaard heterorelatie te hebben zonder poespas. Als je je maar niet een maatschappelijk ideaal laat aanpraten waar je eigenlijk niet achter staat. Alleen maar omdat je denkt dat wat
jij wil te veel afwijkt. Er zijn nog te veel mensen die zich schamen voor wie ze zijn en wat ze 
willen.”

Vrijheid blijheid

Een van de ontwikkelingen op sexueel gebied
is de opkomst van polyamorie: het hebben van meerdere partners tegelijk. Roos Reijbroek is 
oprichter van praatgroep De Meerminners in Utrecht en geeft soms lezingen over het onderwerp en over non-monogamie in het algemeen. Ze ziet een ongelooflijke toename in interesse hierin, ook weer met name vanuit vrouwen. Ze vertelt: “Op het moment dat je vrijer bent in je sexualiteit, vallen er een hoop grenzen weg. 
Dan zijn er ineens een stuk meer mogelijkheden. Dat betekent dat je als vrouw een relatie kunt hebben met twee mannen, maar ook met een man en een vrouw of met drie vrouwen. Ben je dan lesbisch? Ben je dan biseksueel? Geen idee. Sommige mensen ervaren zelfs dat polyamorie weer een aparte geaardheid is.”

Kun je niet kiezen of zo?

Hoe beperkt onze acceptatie echter is als het 
gaat om anders zijn, merkt Reijbroek vaak 
genoeg. “Neem bijvoorbeeld een situatie waarbij iemand meerdere partners wil meenemen naar een familie-uitje. Daar hebben mensen veel moeite mee. Ze associëren het hebben van 
meerdere partners met iets pervers en negatiefs.”
Op het gebied van polyamorie zijn nog geen 
rolmodellen te vinden, maar er zijn genoeg LHBT’ers. Van soapacteur Ferry Doedens tot 
tv-presentatrice Mirella van Markus. Of neem politici als Boris Dittrich en Vera Bergkamp. Ook binnen de multiculturele samenleving 
zijn er inspirerende figuren om je mee te iden-tificeren: van een Turks-Nederlandse lesbische moslima (Döne Fil) tot een Surinaamse transvrouw (BeyonG). En schaatsster Ireen Wüst en muzikant Douwe Bob komen openlijk uit voor hun biseksualiteit. Dat is trouwens nog altijd minder geaccepteerd dan ‘gewoon’ homo zijn. Want kun je niet kiezen, of zo?

Gepest op school

Er is één ding waar we ons in Nederland echt zorgen over moeten maken, vindt Tanja Ineke van het COC: de acceptatie op scholen. “Onder homo-jongeren is het aantal zelfmoorden vijf keer zo hoog. Dat vind ik schrikbarend. De helft van de homo-jongeren wordt steevast gepest. Daar begint het al.” De leeftijd waarop ze uit de kast komen, blijft daarnaast steken op zeventien jaar, terwijl veel van hen aangeven al op jonge leeftijd zulke gevoelens te ervaren. Sinds vier jaar is voorlichting over homoseksualiteit verplicht gesteld op het voortgezet onderwijs, maar slecht een op de vier leerlingen krijgt het daadwerkelijk. Waarom dit niet gebeurt, is onduidelijk, stelt Ineke. Waarschijnlijk vinden docenten het moeilijk om erover te praten, maar ook dat draagt natuurlijk allesbehalve bij aan de acceptatie.

Eeuwige coming-out

Het is duidelijk: ook in Nederland is het niet 
vanzelfsprekend een zorgeloos leven te leiden 
als je niet ‘gewoon’ heteroseksueel bent. Het is zelfs zo dat vier op de tien LHBT’ers op het werk niet open zijn over hun seksuele voorkeur, blijkt uit cijfers van COC. Niet alleen om flauwe grappen te voorkomen (je moet eens opletten hoe vaak dat nog gebeurt), maar ook om een goede carrière veilig te stellen. Laurens Buijs: “Wie weet werkt het tegen me, denken mensen dan. Hoe hogerop in het bedrijf, hoe openlijker er over geaardheid gesproken wordt.”
Eigenlijk zijn homo’s hun hele leven bezig uit 
de kast te komen, vervolgt Buijs. “Er is niet 
zoiets als één enkele coming-out. Je hebt het misschien tegen familie en vrienden gezegd en op je werk, maar wat als je een nieuw iemand ontmoet? Of op vakantie? Kun je het dan ook zeggen? LHBT’ers moeten constant nadenken over hoe anderen op ze reageren. En afwegingen maken over hun veiligheid. Voor hetero’s is daar totaal geen sprake van.”

Dubbele moraal

Veel Nederlanders hanteren volgens Laurens Buijs een dubbele moraal: “We accepteren 
homo’s, maar nog altijd vindt een derde zoenende mannen in het openbaar aanstootgevend.” Bovendien is Nederland in Europa naar de tiende plaats gezakt als het gaat om LHBT-rechten. 
We lopen achter. Het is Buijs duidelijk wat er moet gebeuren: laten we elkaar niet meer ein-
deloos vertellen dat het hier zo goed gaat. “We hebben geweldige successen geboekt en rechten opgebouwd en nu is het tijd om verder te kijken. Anders dan we denken, leven we niet in een 
land waar de homo-emancipatie is voltooid.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 31. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «