Jij mag niet!

geroosterde venkel

We hadden een receptie van Piers zus die na 23 jaar wegging bij het Wijninformatiecentrum. Het soort recepties dat altijd op het verkeerde moment komt (stond ik daar met mijn jus’tje, terwijl iedereen aan de ongetwijfeld meest goddelijke wijnen stond te nippen; want als ze ergens van mooie wijnen weten, is het daar wel).

Ook de hapjes waren niet te versmaden. Van gerookte zalm tot blauwe kaas en van paling tot filet americain. Meer dan de helft mocht ik niet.
(Je moet er iets voor over hebben om zwanger te zijn.)

Pier had een glas rode wijn in zijn hand. Pier, die ooit wijnboer is geweest. Ja, dat wist je niet hè? In Frankrijk, op een landgoed, in de Camargue. Romantisch hè? (Dat het in werkelijkheid bar eenzaam was laten we dan maar even achterwege).

We waren op de fiets, dus hij mocht drinken. Ik stak mijn neus in zijn glas. Gewoon om te ruiken. De wijn rook goed. Zucht.
Ik nam nog maar een slokje jus d’orange.

‘Ja, jij mag niet hè?’ zei een man en gaf een knipoog naar mijn buik.
Oké, ik geef toe, omdat ik blij ben zwanger te zijn had ik expres iets straks aangetrokken. En omdat het lekkerder zit had ik voor het eerst weer een zwangerschapsrokje aan. Niet zo’n lompe hoor, nee, eentje die best heel sexy is. Een mooie zwangerschaps’rinkel’riem er nog omheen, onderlangs. Het accentueerde de boel mooi. Nu al ja.

En toch is het even wennen. De eerste die ziet dat ik zwanger ben. Want ik weet niet of ik daar nou écht blij mee moet zijn of niet, met 9 weken…

Tijdens mijn vorige zwangerschap ben ik in totaal maar 9 kilo aangekomen, had ik een keurig rond bolletje, maar ik heb nu al een buik joh, dat wil je niet weten… Opgeblazen vooral, maar toch. Inhouden lukt al niet meer. En dat terwijl ik vorig jaar de platste buik had die ik in jaren heb gehad!

Ja, stiekem hoor ik sommigen van jullie nu een beetje gniffelen. Zo van zie je wel, moeder natuur kan jou ook niet altijd blijven ontzien. Jouw tijd van niet meer uit zichzelf wegsmeltende zwangerschapskilo’s komt nog wel.

En het werd nog erger. Toen de receptie ten einde liep en ik er een beetje doorheen zat (maar nog altijd keurig glimlachend op mijn hoge hakken handen stond te schudden en ondertussen Bo vermaakte met puzzeltjes en boekjes) vroeg een vrouw: ‘Hoe lang moet je nog?’
Hoe lang moet ik nog? Zag ik eruit alsof ik op het punt stond te gaan bevallen of zo?
‘Eh… nog wel even hoor.’
(‘Zeven maanden’ zei ik er maar niet bij).