Kermisbuks

geroosterde venkel

Paul is in de gloria.

Hij heeft – via dezelfde veilingsite als waar het marmer vandaan komt – twee kermisbuksen gekocht. Kermisbuksen. Ja, u leest het goed. Kermisbuksen.

“En wat wil je met die kermisbuksen gaan doen?” vroeg ik gisteravond. “Zeker schietwedstrijdjes in de kelder houden met A.?” Paul knikte afwezig. “Misschien,” zei hij. “Maar het is gewoon gaaf om te hebben.” Aha. Gewoon gaaf om te hebben. Typisch een mannenantwoord.

“Eigenlijk wel handig, die kermisbuksen,” probeerde ik hem uit zijn (schiet) tent te lokken. “Kan ik mooi op al die schijtende buurtkatten schieten.” Ik grinnikte bij de gedachte van een uit het raam hangende Esther die als een sluipschutter op alles wat snorharen had mikte. “Moet je doen, dan ga ik op de kuif van Tuffy oefenen,” zei Paul.

Afijn. Volgende week gaat hij de kermisbuksen halen. Hij heeft er al een plekje voor gevonden in De Mannenzaal (zoals de kelder tegenwoordig heet). Het zoeken beperkt zich nu tot munitie en schietdoelen. Van die ijzeren poppetjes die omklappen als ze geraakt worden. Ik wilde hem nog vragen of hij nou ook zo’n groen vilten hoedje met een veer erop ging kopen, maar ik heb me ingehouden.

Want als je het, qua kleurtjes en blingbling, zélf al niet slecht doet als kermisattractie, zit je met zo’n buks (en targetzoekende man) redelijk in de gevarenzone. Lijkt me.