Laas lozen

geroosterde venkel

We gebruiken hier nog steeds de kerstservetten. (Ja, het is van een soort zunigheid… Maar je gooit ze toch niet weg, toch? En voor volgend jaar bewaren? Ach, dan zijn er misschien wel weer leukere.)
Nou ja, niet dat we hier waren met kerst, maar voor het idee had ik dus kerstservetten gekocht, om een beetje in de sfeer te komen, met een kerstman aan de ene kant, en een meisje aan de andere kant, en als je de servet openvouwde een sneeuwpop en en hertje (of wacht, dat zal dan wel een rendier zijn). Leuk voor Bo.

Niet alleen die servetten herinneren ons nog aan de kerst. Ook de kerstkaarten natuurlijk (of hoor je die net als de boom eigenlijk ook traditioneel met Driekoningen al op te ruimen? Lijkt me niet, als de trend tegenwoordig steeds meer naar de nieuwjaarskaarten verschuift).

En ten derde is daar de foto op tafel van (ja, heel erg) wij drieën met, juist, de kerstman. Bo ziet hem elke keer weer als we aan tafel zitten. Dan zegt ze papa, mama, Bo (soms meisje) en Laasje. Ja, nog steeds noemt ze hem (naast een enkele keer simpelweg man) liefkozend Laasje. (Overblijfsel van Sinterklaas, die ze zo noemde, net als, ik schreef het eerder al eens, ik-weiger-vrouwen-een-hand-te-geven Mohammed Enaid die ze eens op tv zag).

Ik vind het maar niks, dat ze hem zo lief Laasje noemt. Het was namelijk een heel enge kerstman. Dat vond vriendin H toen ze de foto zag ook. Een veel te jonge kerstman met creapy ogen. Niks goedmoedige man met vriendelijke blik. Nee, deze had een veel te glad gezicht en iets engs, iets ‘niet te vertrouwen’-s…
Hij was met een altijd druk-druk-druk fotografe (ja, kerstmannen beunen ook wat bij), nota bene een bevriende fotografe van Pier, die ons veel te veel, belachelijk veel, geld liet betalen voor de twee foto’s die we uiteindelijk uitkozen (‘En je krijgt er nog een gratis bij, omdat jullie het zijn!’ – Joh, hebben wíj even mazzel…), en die nog veel te donker waren ook. Maar goed, nu hadden we tenminste een herinnering, want als we moeten wachten tot ik keurige albums maak van alle foto’s die we geschoten hebben op vakantie, dan is de volgende baby inmiddels al lang en breed geboren, dus nou ja, nu hebben we tenminste wat.

Over Lazen en baarden gesproken: dat was ik nog vergeten te vertellen… Sinterklaas (de enige echte Laas) was net het land uit. Ik bracht Bo naar bed, hing over de spijlen van haar ledikantje heen om haar een kusje te geven (en nog een en nog een). En dan wijst ze altijd mijn ogen aan (of eh… prikt erin), ‘ooigs, ooigs’, en dan mijn neus en mond. Mijn haren. ‘Aartjes’.
Dan kriebelt ze in mijn ene oor en roep ik ‘Ah, dat kietelt!’, dan in mijn andere en dan zeg ik het weer. Maar, verward als ze kennelijk door Sinterklaas en die andere baardmans was waar ik eerder dus al over schreef, wees ze naar mijn kin en zei: ‘Baard!’
Dus ik verbaasd. ‘Eh, dank je schat, nee, mama heeft geen baard…’
(Ik nog eens checken in de spiegel -het zóu toch niet?-, maar nee, pfieuw,
echt niet).

Verwarrend allemaal. En toen moest de kerstman dus nog komen.
Maar goed, voor het gemak noemde ze die ook gewoon Laas.
En hoe bekender ze met hem werd veranderde dat in Laasje.
Ik ben benieuwd of ze volgend jaar het verschil ziet…

O ja, en voor het geval je het gehoopt had: nee, ik ga de verschrikkelijke foto van die verschrikkelijke kerstman (weer eens wat anders dan de verschrikkelijke sneeuwman) hier niet plaatsen, want ik heb geen zin om elke keer als ik naar mijn blog ga aan die enge kerstman herinnerd te worden. Ik ga hem nu ook gelijk weghalen van tafel. Is mijn misselijkheid misschien ook over. Hè, hè.

(Trouwens, zo héél verschrikkelijk was die foto nou ook weer niet hoor; wij stonden er leuk op, wij gedrieën, eh gevieren – het kerstgeschenk in mijn buik meegeteld, maar dat wist ik toen nog niet).