Ode aan vrouwenbillen

Het is haast onbegonnen werk om over maarliefst negen verschillende vrouwenkonten een oordeel te vellen. Gooi er drie verschillende mannen tegenaan en breng ze in verwarring door de halfnaakte onderlijven gedeeltelijk te verhullen in de meest lelijke lingerie die je kunt vinden en maak er dan een artikel over. Je begrijpt, echt wijzer word je niet van ‘De Billenparade’ in de papieren Viva van deze week, maar het is wel hoogst vermakelijk leesvoer.

Mannenkont versus vrouwenkont
Voordat ik ga uitweiden over de derrière van een vrouw, moet ik even stilstaan bij het gegeven dat wij mannen in vervoering raken van een lichaamsonderdeel dat wijzelf ook bezitten. Vraag een typische borstenman wat hij vindt van de billenman en hij zal er duidelijk over zijn: volkomen homo. Maar het zit anders, want vrouwenkonten omvatten zoveel meer dan de mannelijke evenknie, daar steekt de mannenkont maar magertjes bij af.

De vrouwelijke heerlijkheid ontspringt onder in de rug. Het mooist vind ik het wanneer daar een diep gleufje zit. Wanneer je nu denkt aan een billendecolleté zit je te laag. Het kuiltje zit ter hoogte van de taille. Die taille is overigens erg belangrijk voor de kont, maar in de mode is het een gevaar. De taillebroek is namelijk funest voor de kadetjes. Dan krijg je zo’n uitgerekte gletcherkont. Neem een leuk heupmodel, want het is mooier wanneer de afstand tussen de taille en de kont niet te groot is.

Vetkussentje
Het gleufje in de onderrug loop niet over in de spleet. Eerst komt er een kussentje. Ik heb gehoord dat het vetkussentje pas ontspringt wanneer vrouwen iets ouder worden, dus misschien heb je het nog niet, maar kweek er één, want ze zijn leuk. Ik koester diepe liefde voor dit ondergewaardeerde tweelingzusje van de venusheuvel. Maar ook hier geldt: klein is fijn. ‘Moet alles dan klein zijn aan een vrouwenkontje?‘ hoor ik je zeggen. Nee, vind ik niet. Daarom ga ik nu pas echt los.

Vanuit de taille naar onder gaat een vrouw de breedte in. Heupen. Goddelijke dingen zijn het. Van het glooien van een heup word ik warm in mijn onderbuik. Wanneer ik broekjes zie die de vorm van de heup insnoeren dan vind ik dat jammer. Een heup moet een mooie curve maken die op het breedst is onderaan de billen, daar waar de bovenbenen beginnen. De vorm van een rokje. Daarom zijn rokjes ook zo leuk. Ze doen niets voor de billen, maar accentueren wel mooi de omlijsting. En iedereen weet dat je een schilderij compleet kunt verpesten door het in een verkeerde lijst te proppen.

De bilrimpel
Nu we een reis hebben gemaakt van taille tot bovenbenen wil ik eigenlijk via de onderkant van het kontje weer naar boven, naar de plek waar je definitief kunt zeggen dat je niet meer spreekt over bovenbenen maar over billen. Daar zit een rimpel: de bilrimpel. Die doet net zoveel voor de kont als het decolleté voor de borsten. Je wil daar vorm hebben, dus geen horizontale rimpel: dat is een duidelijk signaal dat de billen hangen. Maar zo’n overdreven bolle rimpel wil je ook niet. Dan heb je van die ronde billen waarbij het erop lijkt dat ze op je benen zijn geplakt. Het mooist vind ik een kort lijntje, dat net laat zien waar het naar toe wil.

En alles wat zich binnen de zojuist beschreven contouren bevindt mag rond meiden, daar moet lijf zitten dat zich lekker voelt, dat zacht is, maar ook een tikkeltje stevig. Je moet er immers ook fatsoenlijk op kunnen zitten. En wanneer je zoiets fraais hebt, dan mag dat gezien worden. Het liefst in een linnen broek of in een spijkerbroek. En het accent leg je erop door te bewegen. Zo’n mannenkont doet niets, die hangt er maar wat bij. Maar de vrouwenkont mag draaien en wiegen. Heel het wandelen mag komen vanuit die billen. Dat siert de straat op. Wij mannen kijken daar graag naar om.

Een keuze maken uit negen billen. Het is bijna een onmogelijke opgave. Maar zoals ik al zei gaat het om de omlijsting en slechts één achterste kwam het best tot zijn recht in een kadertje van 135 bij 135 pixels. Mijn keuze valt op Joyce. Wil je zelf ook een keuze maken: jureer mee met Filemon, Robert Vuijsje en Playboy redacteur Danny Koks.

CC Foto: Inge Snelders