Peuterperikelen

geroosterde venkel

Die hadden we nog niet gehad: de NACHTELIJKE driftbui…

Denk je een donker huis in. En een paar uitgetelde en snotterende mensen. Iedereen in ruste, na weer een nachtvoeding.
En dan plots een huilende peuter.

Ik stap uit bed. Suf als ik ben. Neem de Tussikind voor haar keeltje mee, want dat zal het probleem wel zijn. In het schemerlicht dat een lamp op een kamer uit het hospice bij ons achter op Bo’s gordijnen werpt, druppel ik tien druppeltjes op een lepeltje.
‘Ga maar lekker liggen.’
Ik giet de toverdrank in haar keeltje.
‘Slaap lekker lieverd.’

Opgelost.
Totdat ik nét bijna in slaap val…

‘Ik wil dekbed slapen!’ hoor ik vanuit Bo’s kamertje. En nog eens. ‘Ik wil dékbed slapen!’
Jippe hinnikt van schrik (serieus, Jippe hinnikt vaak, het is soms net een paard) en ik probeer het even te negeren. Hopelijk valt ze zo weer in slaap.
‘Ik wil DEKBED slapen!’ roept ze nog eens.

Ze wilde de afgelopen dagen af en toe weer in haar kleine bedje slapen (wat daar nog staat, omdat Jippe er over een tijdje in moet), maar nu kennelijk toch weer in haar ‘nieuwe’ bed, met dekbed.
‘Ik wil DEKBED SLAPEN!’

Consequent zijn en niet overal op in gaan zijn de toverwoorden, dat weet ik, maar ’s nachts denk je daar wel eens anders over. Wil je alleen maar dat het snel weer stil is in huis.
Dus vooruit dan maar. Als daarna alles goed is, vind ik het prima.

Ik lig nog niet terug in bed of ik hoor haar weer.
‘Ik wil kléine bed!’
Schreeuwend.
‘Ik wil KLEINE BED!’
Weer terug.
‘Ik wil kléine bed,’ zegt ze huilend.
Toch maar weer in het kleine bedje gelegd. Voelt veiliger misschien.
Kusje en klaar nu.

Even later. Ik lig net weer. Weer gehuil.
‘Ik wil doek hebben!’
Zielig stemmetje.
‘Ik wil doe-hoek hebben!’
Ik pak een papieren zakdoekje. Ga haar kamertje weer in. Voel me nu al Malle Gerritje. Veeg haar neus af. Geef een kusje. Stop haar weer in.
‘Ga nu maar lekker slapen.’
Loop weer terug naar bed.

Jippe maakt geluidjes.
Als hij niet maar ook nog begint.

Weer roept ze. Wat zegt ze nou?
‘Ik wil chocolaatje,’ versta ik.
‘Ik wil chocolaatje!’
Maar die eet ze nooit. En dat woord zegt ze ook nooit. Wat zegt ze nou?
‘Ik wil slokje water!’
O, wáter…
Tja, droge keel misschien. Van de keelpijn. Niet op in gaan is het beste. Maar ja, als ze blíjft roepen en je niet wilt dat iederéén wakker wordt… Bovendien, ze kán een droge keel hebben. (O, daar gaan alle ‘goede’ opvoedmethoden…).
‘Ik wil slokje WATER!’
Gillend nu.

Ik vul een glaasje met water. Geef haar een slok.
Vertrek weer.
‘Ik wil beer hebben!’
Nou, moet beer ineens weer in bed.

Er wordt een spelletje met me gespeeld. Maar hoe krijg ik haar nu nog stil? Zonder dat de hele buurt wakker wordt?

Ingaan op wat ze wil is niet slim. Negeren wil ik ook niet. Dan de knuffelmethode maar. Want om eerlijk te zijn: als ik zelf zo buiten mezelf was van woede, zo overstuur en zó in tranen, wat zou ik diep in mijn hart dan het liefste willen?
Geknuffeld worden en horen dat er iemand van me houdt.

Ik til haar uit bed. Ga op het juniorbed zitten. Neem haar op schoot. Druk haar tegen me aan. Knuffel mijn kleine meisje.
Snot in mijn nek. Plakhaartjes in mijn gezicht. Een warm lijfje tegen me aan.
Kusje en ‘Nu komt mama niet nog een keer hoor.’

‘Ik wil DEKBED slapen!’
Krijsend.
‘Au, au, au!’
Het hele ritueel lijkt weer van voren af aan te beginnen.
Ze staat in bed. Gooit haar voetje over de rand. Probeert eruit te klimmen.
Buiten zichzelf van woede.

Even laten gaan? Niet op in gaan? Dat lijkt me dan het beste. Totdat het zó erg wordt dat Jippe wakker wordt en met een beetje pech de buren ook. Toch maar erheen. En weer. Tot ik het niet meer weet.

Ik sluip naar zolder. Maak Pier wakker die vanwege zijn gesnotter nog steeds op zolder slaapt. (En die de fantastische eigenschap bezit –had ik die maar- om sommige dingen gewoon níet te horen). Met hese stem (ook ik heb keelpijn) vraag ik of híj iets wil doen. Ik kan niet meer.

Hij komt meteen. Gelukkig.
Maar ook dat werkt niet.
Hij doet verwoede pogingen haar tot bedaren te brengen. Gaat zelfs even bij haar liggen, in het juniorbed.
‘Ik wil kusje mamaaaaaaa!’ hoor ik.

Beer, druppeltjes voor de keel, zakdoekje, van bed wisselen… Wat je ook doet, het is niet goed. Ze blijft het proberen. En wij reageren. Kusjes, knuffelen…

Net terug in mijn eigen bed begint het hele circus gewoon weer opnieuw.
Kom ik ooit nog aan slapen toe?

Verkoudheid en keelpijn gecombineerd met peutereigenwijsheid. Dat valt niet mee. Zeker niet ’s nachts, als je toch al niet bar fit was. En als Jippe dan ook nog gaat huilen…

Poeh hee…

Ik denk me in dat Bo straks weer naar de creche vertrekt (binnenkort de laatste keer, maar daarover een andere keer meer). Dat ze bij papa voorop de fiets zit en me kushandjes toewuift, omhoog, naar de woonkamer, waar ik met Jippe voor het raam sta. Dat ik dat lieve koppie weer zie… En ik mis haar nu al weer.

Nog één keer leg ik haar terug in haar kleine bedje. Doe alsof ik nog wat druppeltjes voor haar keel geef. In werkelijkheid is het water.
En dan is ze stil… Uitgeteld waarschijnlijk.
‘Dag lieverd, slaap lekker,’ fluister ik.

En gooi ik mijn borst er nog maar eens uit voor Jippe.

Poeslief als altijd werd Bo vanmorgen wakker.
‘Papa, maaaaamaaaa!’ roept ze enthousiast en wonderbaarlijk vrolijk, alsof er niets gebeurd is.
Een uur later (met als ‘enige’ dwarsheden: ‘Ik wil kaas. Nee, pinnaas. Nee, kaas!’ en ‘Nee, niet die, ik wil díe broek!’ en ‘Nee, niet kniekousen, ik wil díe!’ en weigeren tandjes te poetsen…) vertrekt ze met papa. Naar de creche. Zwaait ze nog een keer zo schattig. Veegt haar blonde haartjes uit haar gezichtje. En word ik wee in mijn buik. Zo lief zoals ze nog een keer omdraait en zwaait.

Het is een schatje. Echt.
Maar wel een echte peuter. Die aandacht wil, uitprobeert, grenzen verkent, etc.
Pfffft.

Consequent zijn en niet overal op in gaan is vaak moeilijker dan je denkt… En toegegeven, soms lijkt toegeven de makkelijkste weg. Maar dat is het ook niet… Dat blijkt wel.

Ja, het gaat lekker hier.

Zijn er hier nog supernanny’s in de zaal? Oftewel: wat had jij gedaan?

En please, kan iemand zeggen dat hij dit herkent? Oftewel, heb jij ook zo’n temperamentvol kindje?