Smeren, smeren, smerig

geroosterde venkel

Ik ben maar vast begonnen met smeren. De buik en de borsten. Met speciale buik- èn (hoe raad je het) speciale borstencrème. Of het helpt weet ik niet, maar ik neem liever het zekere voor het onzekere. Je lijf soepel houden kan nooit kwaad. De buik mooi glad, de borsten stevig. En nu maar hopen dat ook die navel nog even wacht met naar buiten schieten.

Alleen aan de perineumolie begin ik nog maar niet. Hoeft ook pas aan het eind van je zwangerschap, áls je het al doet. Ik heb me vorige keer sufgesmeerd, maar ben toch uitgescheurd. Oké, weliswaar niet in het perineum, maar wel dwars over mijn schaamlip (wat overigens erger klinkt dan het is hoor). Niet meer doen, zou je kunnen zeggen, maar wie weet had ik zonder smeren wel een totaal ruptuur opgelopen, en dat wil je al helemaal niet. (Van gaatje tot gaatje uitgescheurd, zeg maar). En het schijnt door te werken in een snellere genezing áls je een scheur of knip hebt opgelopen.
Laat mij dan maar weer even wrijven. Alleen kies ik wel een ander middeltje. Van Weleda of zo, of van een ander merk. Eentje die lékker ruikt. Iemand een tip?

Want dat spul dat ik gebruikte stónk joh, dat stónk. Dat kun je jezelf bijna niet aan doen, laat staan je partner. Was een tip van de yogadocente, een dame op leeftijd wiens eigen bevalling (die van haar kinderen bedoel ik) op zijn minst vijftig jaar geleden plaats moet hebben gevonden. Alle nieuwe producten op de markt ten spijt, zij had zo haar eigen trukendoos met ‘huismiddeltjes’. En dus kregen we de tip de boel down under met johannesolie in te smeren. Tenzij je geen reukvermogen hebt zeg ik: niet doen. Goeie genade! Geloof me, ik overdrijf niet. Echt, niet te harden, wat een lucht. U zijt gewaarschuwd, als u toevallig ook zo’n docente van de oude garde treft…