Werktitel

geroosterde venkel

Natuurlijk zijn we met namen bezig (daarover binnenkort een apart logje), maar behalve het zoeken naar een leuke, mooie, enigszins originele en toch geschikte naam, komt er bij het zwanger zijn vaak
ook een ander fenomeen om de hoek kijken: dat van de werktitel.

Werktitel, het klinkt zo koud, zo steriel, zo planmatig. Toch wordt die term vaak grappend gebruikt voor de naam die je tijdelijk aan je nog ongeboren kindje geeft. Het kindje dat in je buik zit en dat je niet de hele tijd ‘kindje’ of ‘baby’ wilt noemen. En van wie je de échte naam nog niet verklappen wilt, of simpelweg nog niet weet.

Wij hebben er een, en gebruiken hem ook wel, maar op de een of andere manier zeggen we nog steeds het meest ‘de baby’ of ‘het kindje’. Misschien omdat dat duidelijker is voor Bo. Of omdat het eigenlijk een best wel gekke naam is. Maar ja, dat was Brumlala ook, geef maar toe. Zo noemden we ‘pre-birth’ Bo ja.
Toen ik voor het eerst zwanger was (van een vruchtje dat het niet redde) noemde mijn neefje de baby in mijn buik meteen Brum. En dus werd Brum de werktitel. Toen ik zwanger was van Bo wilden we daar weer voor kiezen, maar omdat het net zo goed een meisje kon worden en Brum toch wel erg ‘brommerig’ klonk, hebben we er Brumlala van gemaakt.

Afgelopen december, op de terugweg uit Avoriaz, toen we net wisten
dat we zwanger waren, verzonnen we een nieuwe werktitel. Terwijl
de kilometerteller door telde waren we druk aan het brainstormen.
Vlokje bedachten we. We kwamen net uit de sneeuw, vandaar; maar ja, de laatste maanden dat de baby in mijn buik zou zitten zou het hoog zomer zijn, dus dan is vlokje ietwat ongepast.
Vlinder vonden we ook een mooie werktitel. Als échte naam kan het ook, maar juist als de baby in je buik nog zo klein is, voelt het een beetje als een fladderend vlindertje. Maar ja, eigenlijk past dat alleen bij een meisje; en als je nog niet weet wat het is…
Ik las hardop de namen op de borden boven de weg voor. Veranderde die zo creatief mogelijk. Draaide ze om, verbasterde ze. En toen reden we langs Niederbipp

En zo geschiedde. Het werd Bipp. Heel simpel.
Bipp? Kan dat wel? Klinkt het niet als bips?
Ja, een beetje, maar geeft dat? Nee, niet echt.
En is het niet meer iets voor een jongen dan voor een meisje?
Mwah, misschien, maar maakt dat echt uit?
Ik vond het wel schattig klinken. Bipp. Een beetje als ‘baby’ ook.
Beep. Bipp. Ja, best leuk.

We gebruiken de naam af en toe, maar toch, echt post gevat heeft het niet. Het is het gewoon net niet. En mensen kijken me ook enigszins raar aan als ik het zeg. Nou ja, het komt niet in een paspoort en evenmin draagt ons kindje het zijn/haar hele leven met zich mee. Dus wat zou het. En je hoort wel eens vreemdere werktitels. Naast het meer geijkte Kleintje, Fladdertje, Stipje, Ster of Wonder. Of Priegel, wat dacht je daarvan. Ik verzin het ter plekke. Of gewoon Kees, zoals mijn moeder het vanaf het begin noemt, ervan overtuigd dat het een jongetje is, ha ha. Wie zal het zeggen?

Had/heb jij ook een werktitel? Of ken je mensen die een wel erg bizarre of juist mooie werktitel hadden/hebben?